column

Hermelijnvlooien

De monarchie is niet meer wat ze ooit was. Dat ondervindt de oude koning Albert. Na jaren van Belgische dienst moet hij wellicht uit zijn Zuid-Franse rustoord terugkeren om zich hier op justitiebevel te onderwerpen aan een DNA-test.

Charles-Joseph de Ligne, vriend en weldoener van onder meer Giacomo Casanova en Jean-Jacques Rousseau, deed daar niet onnozel over: van een buitenechtelijke Ligne gaf de prins graag toe dat hij of zij wel een Ligne was, zij het geen ‘ligne directe’.

Het is jammer dat de huisleraren van de jonge prins Albert hem geen exemplaar van de memoires van de prins de Ligne, of beter nog van ‘Les Carnets du Roi’ ter lezing hebben gegeven. Zij hadden wellicht het onheil kunnen voorkomen dat nu de oude koning overvalt.

Vooral ‘Les Carnets du Roi’ was hem van pas gekomen. Het boekje verscheen in 1903 zonder auteursnaam en werd gepresenteerd als een bundel met wenken van de oude Leopold II aan zijn verlegen neef en troonopvolger, de latere Albert I. In werkelijkheid ging het om een republikeins pamflet gericht tegen de algehele Belgische mediocriteit.

De echte auteur, de compleet vergeten dichter Paul Gérardy, liet de vorst tegen de kroonprins zeggen: ‘De angst voor het schandaal is voor koningen het begin van elke wijsheid. Maar voor hen wier intelligentie aan het debiele grenst, kan het een bron van dwaling en dwaasheid zijn. Vrees het schandaal, weliswaar met mate.’

De Coburgs fladderen als een familie Flodder door de krantenkolommen. De federale regering kijkt lijdzaam toe, terwijl de monarchie als instelling verschrompelt.

Hij drukte hem daarbij op het hart zich vooral niet te laten vangen aan ‘de truc met de bastaard’, die maîtresses weleens durven uit te halen met een koning die zo goed is geweest hen in zijn gunst te nemen. Hij voegde eraan toe dat zo’n bastaard altijd een vervelende zorg is en dat men dergelijk ongemak maar best kan vermijden. ‘De moderne hygiëne heeft daar nu de middelen voort’, legde Gérardy in de mond van Leopold II.

En Leopold II was zeker niet de meest discrete schuinsmarcheerder. Over ‘die goeie koning’ schreef de jonge Franstalige dichter Léon Kochnitzky een geestig vers dat (vrij vertaald) als volgt eindigt:

‘Hij stimuleerde de bouw

Benoemde baronnen om hun trouw

Hij bedreef liefde met glans,

En belegde geld in trams.

Hij had veel vrouwenhistories

En nog meer familiekwesties.’

Leopold II was nog maar net koning toen Walter Bagehot, de 19de-eeuwse Engelse bankier-publicist en hoofdredacteur van The Economist, zijn klassiek geworden ‘The English Constitution’ publiceerde. Daarin omschreef hij de taak van de constitutionele monarch. Tot vandaag wordt die omschrijving aangehaald en door grondwetspecialisten als de enig bruikbare beschouwd: ‘Een soeverein heeft in een constitutionele monarchie als de onze drie rechten: het recht om geraadpleegd te worden, het recht om aan te moedigen en het recht om te waarschuwen.’ Al stellen die vorstelijke taken in de hedendaagse parlementaire monarchie nog weinig voor, ook in België.

Delphine Boël. ©BELGA

Niettemin blijft de monarchie nuttig omdat ze een bevattelijke regeringsvorm is, althans volgens Bagehot, die zeker geen enthousiaste democraat was. Hij schreef: ‘De koninklijke familie verzoet de politiek door op zijn tijd voor wat fraaie, aardige gebeurtenissen te zorgen. Om de zaak bondig te formuleren: het koningschap is een regeringsvorm waarbij de aandacht van het volk wordt gericht op een persoon die interessante dingen doet. De republiek is een regeringsvorm waarbij de aandacht wordt verdeeld over velen die allemaal oninteressante dingen verrichten. Bijgevolg zal het koningschap, zolang het mensenhart sterk en het menselijk verstand zwak is, stevig staan omdat het vage gevoelens aanspreekt.’

Maar de monarchie is niet meer wat ze was ten tijde van Leopold II. Dat ondervindt de gepensioneerde Albert II. Na al die jaren van Belgisch dienst moet de 84-jarige jongere broer van de vrome koning Boudewijn allicht nog eens terugkeren uit zijn Zuid-Franse rustverblijf om zich hier op justitiebevel aan te dienen voor een DNA-test.

Navrant spektakel

Alles begon in 2013 met Delphine Boël, de enige dochter uit het gezin van grootfinancier Jacques Boël en Sybille de Selys Longchamps. Zij zetten een procedure in om koning Albert II te dwingen haar als zijn dochter te erkennen, zo nodig via een DNA-test. Delphine is een zelfbenoemde ‘statement artist and colourist’, zeg maar een simili-Niki de Saint Phalle (overigens ook een financiersdochter). De prijzen van haar huisvlijt stegen de jongste jaren naarmate haar aanwezigheid in de mondaine kronieken toenam.

Het is een publiek geheim dat toen nog prins Albert in de jaren 1960, vrij kort na zijn huwelijk met prinses Paola, een jarenlange liaison met Delphines moeder begon. Sybille de Selys Longchamps heeft dat zelf bevestigd in een uitgesponnen televisie-interview.

Delphine betwistte meteen het vaderschap van Jacques Boël, die intussen gescheiden is van haar moeder. In eerste aanleg werd haar verzoek afgewezen, omdat Boël altijd heeft gehandeld als haar vader. Geheel in lijn met het juridische principe ‘bezit van staat’ heeft hij haar als zijn dochter erkend en grootgebracht.

Maar het Brusselse hof van beroep dacht daar anders over. Vastgesteld werd dat Jacques Boël niet haar biologische vader kan zijn, wat DNA-onderzoek heeft bevestigd. Het hof wijst daarom het verzoek van Delphine niet af en vraagt dat koning Albert zich aan een DNA-test onderwerpt. De koning kan dat weigeren, maar dan bestaat de kans dat een rechter daaruit besluit dat hij wel degelijk de biologische vader van Delphine is. Hoe dan ook zal het vaderschap van Albert, als het wordt aangetoond en door hem erkend, juridische en erfrechtelijke gevolgen hebben.

Een onversneden republikein maalt er niet om dat dit navrante spektakel al vijf jaar aansleept. En als koning Albert naar het Hof van Cassatie trekt, kan het nog langer aanslepen. Maar bij elke juridische stap wordt de kwestie politiek gênanter, vooral voor Alberts zoon, koning Filip.

Opmerkelijk is dat gedurende al die jaren geen van de talloze hermelijnvlooien die voortdurend rond het koningshuis cirkelen, onder wie enkele politici, erin slaagden de familierel tussen de Coburgs en de Boëls in de kiem te smoren of binnenskamers in der minne te regelen. Ook in de omgeving van de toch wel machtige Boëls ontbreekt het niet aan mogelijke bemiddelaars. Etienne Davignon, nestor in de adellijke salons en in de haute finance, is familiaal gelieerd met de Boëls. Hij zetelde tot voor kort als bestuurder in hun familiale holding Sofina. Davignon werd er opgevolgd door Guy Verhofstadt, die als premier de koninklijke familie financieel buitenmaats soigneerde.

In het verleden is het nog gebeurd dat de koninklijke familie in de schandaalkroniek verzeilde. Maar dan greep de regering telkens in. Van premiers als Gaston Eyskens en Theo Lefèvre is bekend dat zij meer dan eens leden van de koninklijke familie, en zelfs hun advocaten, met vaste hand op betere paden leidden. Men las daar dan achteraf weleens een grappig maar voor buitenstaanders nauwelijks te begrijpen berichtje over in het Franstalige satirisch weekblad Pan. En daarmee was de kous af.

Vandaag draven de Coburgs als een familie Flodder door de krantenkolommen. De federale regering kijkt lijdzaam toe, terwijl de monarchie als instelling verschrompelt. De regering beschikt nochtans over een krachtig middel om de koninklijke familie ertoe aan te zetten haar interne keuken buiten de schijnwerpers te houden: de dotatie. Die kan op elk moment worden teruggeschroefd of geschrapt, zelfs voor een gepensioneerde vorst als die al te weerspannig blijft. Van de Coburgs is bekend dat ze voor financiële argumenten heel gevoelig zijn.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content