column

Het Paleis | De filiaalhouder

De economische en sociale ambities van de regenboogregering van Alexander De Croo verschillen weinig van die in het programma van de vorige centrumrechtse regering van Charles Michel. De lijm tussen de twee regeringen is Europees.

Woensdag 25 maart 1998 is een historische datum die niemand zich herinnert. Die dag beslisten de Europese Commissie, voorgezeten door de Luxemburger Jacques Santer, en het Europees Monetair Instituut, de voorloper van de Europese Centrale Bank geleid door de Belg Alexandre Lamfalussy, dat elf landen waaronder België voldeden aan de toetredingsvoorwaarden voor de eurozone.

Aan de gevolgen van die beslissing en van de invoering van de euro die volgde op 1 januari 1999 werd afgelopen week nog eens krachtig herinnerd door Raoul Hedebouw. Het Kamerlid van de ultralinkse PVDA/PTB zei in Le Soir: ‘Laten we nu eens stoppen met dat geklets over een centrumregering. Dat is nu al 25 jaar dat men het in België heeft over een politiek van centrumlinks, van centrumrechts, van centrumcentrum. In werkelijkheid zitten we onverstoord te kijken naar de uitvoering van de liberale politiek uitgetekend door de Europese Commissie.’ En voor een goed begrip voegde hij eraan toe: ‘Het gaat hier om een rechtse regering, rechts-liberaal.’

Ooit werd België beschreven als een naam boven een Europees Loket. En dat klopt ook, want de Belgische regering is vandaag zoiets als een filiaalhouder van de Europese Unie, omdat ze de afgelopen decennia afstand deed van tal van bevoegdheden. Ze mag nu en dan in eigen huis het meubilair wat verplaatsen, maar haar sociaal-economische en vooral budgettaire bewegingsruimte is nagenoeg nihil. En dat begint nu te dagen bij sommige partijen, ook bij de PS.

Geen hoge vlucht

Enkele maanden nadat de Europese Commissie de lijst van de elf bekendmaakte, vergaderde in het parlement het adviescomité voor Europese Aangelegenheden van Kamer en Senaat. Het eurodebat nam daar geen hoge vlucht. Het enige parlemenslid dat de kern van de eurokwestie begreep, was de Franstalige liberaal Paul Hatry. De gewezen minister van Financiën in de regering-Martens III merkte toen op dat de Europese afspraken over de eenheidsmunt het Belgische begrotingsbeleid nog lange tijd in een zeer strak keurslijf zouden dwingen. En dat is tot op de dag van vandaag het geval, zoals alle volgende premiers hebben ondervonden.

De invoering van de euro heeft ongetwijfeld de economische groei en de tewerkstelling gestimuleerd - al was dat laatste ook een gevolg van het optrekken van de pensioenleeftijd voor vrouwen en van de invoering van de dienstencheques. Maar zonder de constante Europese druk zou de Belgische begroting er nog beroerder hebben uitgezien. Het primair overschot van nagenoeg 6 procent dat door het saneringsbeleid van de twee rooms-rode regeringen van Jean-Luc Dehaene (CD&V) was opgebouwd om tot de eurozone te worden toegelaten, verschrompelde door de budgettaire laksheid van paars onder Guy Verhofstadt (Open VLD), met daarbovenop de bankencrisis.

De Belgische regering is zoiets als een filiaalhouder van de EU. Haar sociaal-economische en vooral budgettaire bewegingsruimte is nagenoeg nihil.

Als gevolg restte de daaropvolgende regeringen geen andere keuze dan zich gedwee te schikken naar de Europese oekazes. Zelfs de socialistische premier Elio Di Rupo werd in dat carcan gedwongen. Omdat de sociale partners er maar niet in slaagden een nieuw denkraam te creëren rond de loononderhandelingen, legde de regering-Di Rupo de maximale marge voor loonstijgingen vast op nul procent, weliswaar zonder aan de index en de barema’s te raken.

Di Rupo nam ook maatregelen om het concurrentievermogen van de bedrijven te versterken en om werknemers langer aan de slag te houden. Tegelijk zette hij met zijn regering een strenge limiet op de wachtuitkeringen voor werkloze jongeren zonder beroepservaring. Een drastische ingreep die tal van vooral Waalse en Brusselse jongeren naar de OCMW’s dreef.

Di Rupo beweerde achteraf de maatregel bij een volgende gelegenheid te zullen terugschroeven, want die deed zijn socialistenhart bloeden. Niet alleen zijn hart overigens, ook zijn partij bloedde. De PS verloor bij de daaropvolgende verkiezingen in Di Rupo’s provincie Henegouwen drie zetels. Een oproep van de plaatselijke FGTB-vakbondsafdeling om voor de PTB te stemmen was daar niet vreemd aan.

Di Rupo’s liberale opvolger Charles Michel (MR) ging met zijn regering door op de ingeslagen weg. Zijn coalitie van liberalen, Vlaamse christendemocraten en de Vlaams-nationalisten van de N-VA verhoogde de pensioenleeftijd naar het voorbeeld van andere Europese landen. Om het concurrentievermogen van de bedrijven en de koopkracht van de werkenden te versterken, werd een taxshift doorgevoerd.

Onzichtbare werklozen

Helaas vergrootte die ongedekte belastingverschuiving het gat in de begroting, dat door de verwoestende covidcrisis verder werd uitgediept. Voorlopig rekent het Monitoringcomité met een tekort van 18,5 miljard euro in zijn tabellen, maar een heropflakkering van de crisis kan dat bedrag doen oplopen. Eind augustus telde het land nog ruim een kwart miljoen tijdelijk werklozen. Dat aantal ‘onzichtbare werklozen’, zoals Financial Times ze onlangs bestempelde, zal opnieuw stijgen door de jongste covidopstoot.

De socialisten, nochtans de zwaarst wegende familie in de coalitie, hebben dan ook geen steen gesloopt van de liberale muurtjes die de vorige regering optrok.

De recordformatie van 541 dagen voor de regering-Di Rupo werd destijds toegeschreven aan de splitsing van het arrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde. De echte inzet was de noodzakelijke uitwerking van een nieuwe bijzondere financieringswet om de federale financiën op orde te krijgen. De voorbije aanslepende formatie werd in de berichtgeving toegespitst op de onverenigbaarheid van de grootste Vlaamse partij N-VA met de Franstalige koploper PS. De communautaire eisen van Bart De Wever waren niet te verzoenen met de sociale bekommernissen van Paul Magnette en al zeker niet met de belgicaine attitude van de liberale MR en van Ecolo. Maar zoals in 2010 en 2011 ging het ook nu om geld. Zowat alle betrokken partijen moest hun dure verkiezingsbeloften inslikken en zich willens nillens schikken naar de Europese werkelijkheid, die ze aanvankelijk negeerden.

De socialisten, nochtans de zwaarst wegende familie in de coalitie, hebben dan ook geen steen gesloopt van de liberale muurtjes die de vorige regering optrok. De vanzelfsprekendheid waarmee dat gebeurde, is zelfs verbazend. Blijkbaar hebben de socialisten zich neergelegd bij de Europese politiek die door Hedebouw als rechts-liberaal wordt omschreven. En zeg nu zelf: de opgetrokken pensioenleeftijd, de taxshift, de concurrentieversterkende maatregelen, de ingekorte wachtuitkering voor jonge werklozen, het wordt allemaal onverkort uitgevoerd. Eventuele nieuwe sociale bijsturingen staan of vallen met de betaalbaarheid ervan.

En dat geldt in feite ook voor de groene maatregelen die de regering-De Croo op aangeven van Groen en Ecolo op haar verlanglijstje zette. De groene planning van de regering zal hoe dan ook worden afgestemd op de Europese Green Deal. Als die er komt. Want de Europese industrie heeft al een leger lobbyisten in het veld gestuurd om een demper te zetten op die plannen. Bovendien overschat de Europese Commissie haar groene vooruitzichten, merkte de bekende Duitse commentator Wolfgang Münchau onlangs op.

Het echte politieke debat over de Belgische toekomst wordt gevoerd aan het andere eind van de Wetstraat: in de bunkers van de EU.

Deze regering heeft, behalve de covidcrisis onder controle krijgen, maar één grote opdracht: zich verder inpassen in het grotere Europese geheel, onder meer door de begroting binnen de Eurostat-perken te houden en de economie en de tewerkstelling op de buurlanden af te stemmen. Want zodra de huidige sanitaire crisis achter de rug is, komen de oude kwesties opnieuw aan de oppervlakte. Voor wie het nog niet in de gaten heeft: het echte politieke debat over de Belgische toekomst wordt gevoerd aan het andere eind van de Wetstraat: in de bunkers van de EU.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud