opinie

Het Paleis | De president en de opperrechter

De Belgische media berichtten over de aanstelling van de conservatieve opperrechter Amy Coney Barrett door president Trump alsof de doemklok had geluid.

Sociolinguïst Jan Blommaert verwoordde het ooit puntig op de nieuwssite DeWereldMorgen: ‘De politicus wordt tegenwoordig niet meer verkozen als probleemoplosser, maar als entertainer. Degene die dat op de eerlijkste manier naar buiten brengt, is Trump.’

Of president Donald Trump heeft uitgediend als machtigste entertainer ter wereld zal dinsdag blijken. Als het van zakelijk Amerika afhangt, dan is het zover. Dit schreef Financial Times: ‘In 2017 werd met dichtgeknepen neus het gesprek met Trump aangeknoopt en werden de ogen gesloten voor diens stilistische eigenaardigheden.’

De Amerikaanse ondernemers kregen van Trump wat ze wilden: ingrijpende dereguleringen en een gigantische verlaging van de vennootschapsbelasting. Nu vinden ze een breuk met hem geen verlies meer. De Amerikaanse politiek is een profsport: wie het meeste geld heeft, die wint. Ditmaal lijkt de Democratische uitdager Joe Biden, met de steun van Wall Street, aan de winnende hand.

Blommaert, die met kanker kampt, pakte onlangs uit met een ontroerend afscheidsessay, ‘Wat was er echt belangrijk in mijn academische leven?’, over zijn universiteitswerk, maar ook over zijn activisme in de strijd om kennis. Enkele maanden voor de verrassende verkiezing van Trump tot Amerikaans president in 2016 publiceerde Blommaert een ander boek met de passende titel ‘Let op je woorden - Politiek, taal en strijd’.

Taalgebruik is volgens Blommaert nooit neutraal. Dat laatste blijkt ook vandaag uit het politieke woord- en  taalgebruik in de covidcrisis tussen de voor- en tegenstanders van een totale lockdown. Er valt zelfs een interessante studie te maken over de manier waarop de media zich dezer dagen tot de lezers richten.

Zo staat het ziekenhuissysteem volgens de krantentitels niet onder druk - neen, ‘het staat op instorten’. Ooit vuurde een hoofdredacteur van een Vlaamse krant zijn redactie steevast aan met: ‘Laat ze maar eens ferm schrikken achter hun Leuvense stoof!’ De man zou zich met de coronaravage in zijn sas hebben gevoeld.

Sommige ministers meten zich in de communicatie met de angstige bevolking graag een churchilliaanse allure aan. Daarbij bedienen ze zich vaak van rammelende sportmetaforen die grappig zouden wezen, mochten de covid-omstandigheden niet zo tragisch zijn. Maar dat is de oude school.

Donald Trump vormt in zijn eentje een aparte communicatierichting. Zijn taalgebruik biedt heel nieuwe leerstof die antisysteempartijen en zelfbenoemde populisten elders in de wereld nu al aanwenden.

Trump vormt in zijn eentje een aparte communicatierichting. Zijn taalgebruik biedt heel nieuwe leerstof die antisysteempartijen en zelfbenoemde populisten elders in de wereld nu al aanwenden. De Amerikaanse president put uit een voor de politiek bijzonder ongewoon reservoir: dat van het professionele worstelen, dat eigenlijk neerkomt op gechoreografeerde confrontaties tussen Goed en Kwaad, tussen de witte ridder en de gluiperd, tussen recht en onrecht.

Een van zijn ontelbare tweets die eerder dit jaar de toon zette van zijn campagne, leek weggeplukt uit de dreigende aankondiging van een groot ringtheaterstuk: ‘In reality they’re not after me, they’re after you. I’m just in the way.

Volgens The New York Times was Trump zelfs van plan na zijn recente bliksemherstel van covid uit het ziekenhuis te stappen en voor de verzamelde media zijn hemd open te rukken waaronder dan de vlammende S van het Superman-logo te zien zou zijn. Kennelijk praatten zijn laatste weldenkende adviseurs hem op de valreep die opvoering uit het hoofd.

De doemklok

Helaas duurde het niet lang of een groot deel van de media, niet alleen in de Verenigde Staten maar ook daarbuiten, stapte mee in dat polariserende taalgebruik. Een mooi voorbeeld was de installatie van de 48-jarige Amy Coney Barrett tot opperrechter bij het Amerikaanse Hooggerechtshof.

In eigen land hadden kranten nauwelijks aandacht voor het aantreden van Luc Lavrysen als nieuwe Nederlandstalige voorzitter van het Grondwettelijk Hof in opvolging van André Alen. Maar de toetreding van Barrett tot het Amerikaanse Hooggerechtshof zetten ze in de verf alsof de doemklok net had geluid.

Nochtans is de voorzitterswissel bij het Belgische Grondwettelijk Hof op zich interessanter. Lavrysen, een hoogleraar milieurecht aan de Gentse universiteit die destijds als rechter bij het Grondwettelijk Hof werd voorgedragen door Agalev, zoals Groen toen nog heette, is een man met andere gevoeligheden dan André Alen.

De Leuvense emeritus was als kabinetschef van Wilfried Martens betrokken bij constitutioneel hervormingswerk. Hij was de man die de wettelijke verpakking gaf aan de weigering van koning Boudewijn om de abortuswet te tekenen.

De kans is gering dat toetreding van Barrett tot het negenkoppige college van opperrechters het einde betekent van Obamacare of van het recht op abortus.

Barrett, de derde rechter die door Trump werd benoemd, versterkte bij het Hooggerechtshof de bestaande meerderheid van conservatiefgezinde rechters. Maar de kans is gering dat haar toetreding tot het negenkoppige college van opperrechters het einde betekent van Obamacare of van het recht op abortus.

Zelfs Antonin Scalia, de intussen overleden conservatieve leermeester van Barrett, respecteerde de uitspraak Roe v. Wade, die in 1973 het recht op abortus bestendigde. Van Scalia, een belijdend katholiek net als Barrett, was de uitspraak: ‘Zoals er geen katholieke manier bestaat om een hamburger te bakken, zo bestaat er ook geen katholieke manier om een tekst te interpreteren, om een historische traditie te analyseren, of om de betekenis en de wettelijkheid van eerdere juridische beslissingen te beoordelen.’

En dat is eigenlijk wat Barrett meermaals herhaalde tijdens haar hoorzitting voor de Amerikaanse Senaat, althans voor wie nog luisterde: rechters laten hun filosofische en religieuze overtuigingen buiten de deur zodra ze zetelen.

Niettemin werd Barrett, moeder van een groot gezin, geportretteerd als een bekrompen katholiek, opgeleid aan godbetert de katholieke University of Notre Dame, en bovendien lid van een katholieke vereniging die net niet met Opus Dei werd vergeleken. Uitgerekend zij zou vlak voor de presidentsverkiezingen de progressieve en erg populaire Ruth Bader Ginsburg vervangen die net was overleden. Maar het moest allemaal kloppen met het beeld dat Trump iemand naar zijn eigen bekrompen beeld benoemde bij het Hooggerechtshof.

Eisenhower

Al zou Trump niet de eerste Amerikaanse president zijn die daarbij bedrogen uitkomt. Zo benoemde Dwight Eisenhower de als conservatief aangeschreven Earl Warren, die later wereldwijd bekend werd als voorzitter van de onderzoekscommissie naar de moord op John Kennedy.

Eisenhower bracht tijdens een informeel diner op het Witte Huis Warren samen met John W. Davis, de raadsman van de voorstanders van rassenscheiding op openbare scholen, een zaak die door het Hooggerechtshof moest worden uitgeklaard. Alsof dat al niet onkies genoeg was, nam de president na afloop van het etentje opperrechter Warren terzijde en drukte hem op het hart: ‘Je ziet, die lui zijn de kwaadste niet. Alleen willen ze liever niet dat hun lieve kleine meisjes naast die grote opgeschoten negers moeten zitten.’

Wat later deed het Amerikaanse Hooggerechtshof een uitspraak in Brown v. Board of Education, waarbij de rassenscheiding ongrondwettelijk werd verklaard. Een ophefmakende uitspraak, vooral in het zuiden van de Verenigde Staten, die aangestuurd was door de conservatieve Warren.

Later liet Eisenhower zich op een onbewaakt moment ontvallen: ‘De grootste misser tijdens mijn presidentschap was de aanstelling van dat domme hoerenjong van een Warren.’ Trump had dat ongetwijfeld niet eleganter uitgedrukt. En door de huidige media zou Eisenhowers uitspraak gegarandeerd worden opgenomen in de lijst van de quotes van het jaar.

Lees verder

Gesponsorde inhoud