opinie

Het Paleis | Excuusburger

In de Kamer zetelen 150 verkozen burgers die geacht worden te waken over het regeringsbeleid en het algemeen belang. Het lijkt wel een burgerplatform. Alleen heeft het parlement een institutionele hervorming nodig.

U hoort het vaker: politici die de burger willen betrekken bij de besluitvorming. Intussen is daarrond zelfs een winstgevende commercie ontstaan. Slimme ondernemers assisteren gemeenten en andere overheden om hun burgers achter beleidsbeslissingen te krijgen via -  u gelooft het niet - online democratie. Dat kost wat geld, maar veel gemeenten tasten graag in de buidel, al was het maar om hun politieke twijfels te verdoven. Die aanpak is nu door de aanwezigheid van Groen en Ecolo doorgedrongen tot op het federale niveau.

De federale regering van premier Alexander De Croo (Open VLD) telt twee ministers voor Institutionele Hervormingen en Democratische Vernieuwing: Annelies Verlinden (CD&V) en David Clarinval (MR). Die bevoegdheden namen ze erbovenop, want Verlinden is minister van Binnenlandse Zaken en Clarinval van Middenstand, Zelfstandigen, Kmo’s en Landbouw. Het duo wil snel aan de slag met het institutionele en democratische hervormingswerk, en wil ook de burger betrekken. Het wordt ongetwijfeld een interessante oefening als het burgerplatform zich inlaat met een hersenbreker als de bijzondere financieringswet.

Eind 2021 wordt een drukke periode voor de regering. Dan moet ze zich beraden over de al dan niet definitieve sluiting van de kerncentrales, en volgens Verlinden en Clarinval ook over de aanbevelingen van het nog samen te stellen burgerplatform. Waarna een lijst met voor herziening vatbare grondwetsartikelen wordt opgesteld.

Het wordt uitkijken of de regering voor de samenstelling van de burgerplatforms een beroep doet op externe experts in online democratie. De truc met de burgerplatforms blijft eigenaardig. In de Kamer van Volksvertegenwoordigers zetelen 150 verkozen burgers. Zij beschikken over de legitimiteit om het beleid te controleren en zo nodig te sanctioneren. Een legitimiteit die de excuusburgers op hun platform ontberen.

Als de regering dan toch de aandrang voelt om de burger zijn mening te vragen, waarom geen referendum organiseren? Een ‘correctief referendum’ is een van de opvallende voorstellen in ‘Pleidooi voor Politieke Renovatie’, recent gepubliceerd door de denktank Itinera. Dat pleidooi van niet eens 35 bladzijden is een van de interessantste denkoefeningen van de jongste jaren over het Belgische staatshuishouden. De tekst stond een tijdje op het net ongelezen door de media.

Er was het opiniestuk in De Tijd, maar daarna bleef het stil. Wellicht stemt het de Wetstraatpers ongemakkelijk dat de auteur, Christophe Convent, de schoonbroer is van mediabaas Christian Van Thillo en diens naaste medewerker in de DPG-stuurcabine. Dat is jammer, want zijn initiatief kan niet als antipolitiek worden weggezet. Convent is oprecht bezorgd om het politieke bedrijf dat zijn zelfreinigend vermogen is kwijtgespeeld. De voorbije regeringsvormingen en de morsige covidaanpak hebben dat pijnlijk aangetoond. Het is geen toeval dat zijn Pleidooi, dat een zevental voorstellen tot institutionele hervorming aanreikt, tot stand kwam in volle formatiecrisis.

Christophe Convent pleit voor de Kamer voor de invoering van het Frans model: een meerderheidskiesstelsel in twee stembeurten. Dat bevordert de snelle vorming van een homogene meerderheid.

Convent pleit voor de Kamer voor de invoering van het Frans model: een meerderheidskiesstelsel in twee stembeurten. Dat bevordert de snelle vorming van een homogene meerderheid. De bezwaren van Convent tegen het huidige evenredig kiesstelsel werden lang geleden al geformuleerd door het Studiecentrum tot Hervorming van de Staat, dat in 1937 zijn eerste rapport publiceerde.

Daarin stond: ‘Het parlementaire stelsel eist voor zijn normale instandhouding het bestaan van grote partijen die bekwaam zijn elkander aan het bewind op te volgen en de stevigheid van de uitvoerende macht te verzekeren. Welnu, de evenredige vertegenwoordiging stuurt aan op partijverbrokkeling. De nationale vertegenwoordiging wordt hoe langer hoe meer in steeds kleinere groepen versnipperd en de regeringen steunen nog enkel op broze bondgenootschappen, die elk ogenblik kunnen uiteenvallen.’ Toch koos het Studiecentrum, gelet op de woelige tijden, voor het behoud ervan.

Weimar

Het meerderheidsstelsel heeft dan weer als bijwerking dat een deel van de publieke opinie ondervertegenwoordigd blijft. Maar Convent compenseert dat met de hervorming van een via een evenredig stelsel verkozen Senaat tot een wetgevende en grondwetgevende vergadering. Terwijl de Kamer, die ook onderzoekscommissies kan aansturen, zich uitsluitend concentreert op de controle van de regering en haar begroting, en van het hele financiële staatshuishouden.

De senatoren worden verkozen voor maximaal tien jaar en zijn onderworpen aan strenge voorschriften. Om de vijf jaar moet de vergadering voor de helft worden herkozen. Zo kunnen de senatoren zich met enige continuïteit en met hun volle bekwaamheid toeleggen op de wetgeving, waarvan de kwaliteit vandaag vaak ondermaats is, en op grondwetswijzigingen die nu meestal de inzet zijn van een regeringsformatie. En dat los van partijbemoeienissen.

Die herwaardering van de uitgeholde Senaat is een van de belangrijkste voorstellen van de auteur. Die pleit ook voor een correctief referendum gekoppeld aan strikte voorwaarden. Daarin kan de burger zich uitspreken over een wet of zelfs over aanpassingen aan de Grondwet goedgekeurd door de Senaat, en eventueel over wetten goedgekeurd door de Kamer over fiscaliteit en sociale zekerheid.

De discussies over het al dan niet invoeren van het referendum zijn niet nieuw in België.

De discussies over het al dan niet invoeren van het referendum zijn niet nieuw in België. Die waren al aan de orde op het einde van de 19de eeuw. Toen probeerden liberalen en socialisten, zoals Paul Janson en Emile Vandervelde, (vergeefs) referendums uit te lokken om de oppositie tegen het katholieke overwicht op te drijven. Na de Eerste Wereldoorlog bleven die pogingen achterwege. De bevolking bevragen was in die dagen gangbaar in de Weimarrepubliek, die niet meteen gold als een te volgen voorbeeld.

Vandaag is de Wetstraat als de dood om de burger op een referendum los te laten. In een verdeeld land als België is dat een gevaarlijke kwestie, wordt gezegd. En dan wordt verwezen naar de volksraadpleging over de terugkeer van koning Leopold III die het land op de rand van een burgeroorlog bracht.

Convent wil vooral de losgeslagen particratie aan banden leggen. Daarom moet volgens hem de partijfinanciering worden gereduceerd naar een veel bescheidener niveau zoals het Nederlandse, en mag pas worden uitbetaald als een regering tot stand komt. Want door de financiële slagkracht van de partijen bewaren zij een macht die niet meer in verhouding staat tot hun aanwezigheid in het parlement. Het zijn de partijen die de jongste decennia grondwetswijzigingen doorvoerden die vooral waren gericht op het consolideren van hun macht en zelden op het bevorderen van het algemeen belang en van de overheidsefficiëntie.

Het politieke veld verkeert ook permanent in verkiezingskoorts, wat volgens Convent een soort van tribalisme tot gevolg heeft. Hij besluit terecht: ‘Dit is geen onvermijdelijke consequentie van ons democratische bestel, dit is enkel de terminale fase van de particratie zoals de samenleving die al decennia ongewild moet ondergaan.’

Het zou van echt verrassend inzicht getuigen mocht deze regering de aanzet geven voor een breed overleg tussen de federale en de regionale parlementen over de noodzakelijke democratische vernieuwing en een afgeronde institutionele hervorming. De lectuur van het Pleidooi van Convent kan een aansporing zijn.

Lees verder

Gesponsorde inhoud