column

Het Paleis | Verstoord systeem

De overheid werd de afgelopen tien jaar geconfronteerd met een opmerkelijke stijging van het aantal langdurig zieken. Die trend keren is een oefening waar de regeringen met slepende pas aan beginnen.

François Perl, de directeur- generaal van de Dienst Uitkeringen van het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV), wisselt van kamp. Vanaf volgende maand zet hij zijn expertise in bij de Socialistische Mutualiteiten. In De Standaard zei hij zich voortaan op het terrein te willen inzetten voor de langdurig zieken. En dat zijn er steeds meer.

Perls motivatie voor zijn overstap is opmerkelijk. Want waar beter dan bij het RIZIV kan hij als hoge ambtenaar zijn invloed aanwenden voor de verbetering van het lot van langdurig zieken en invaliden? Net daarom draaien de ziekenfondsen, werkgeversorganisaties, vakbonden en zorgverstrekkers mee aan de knoppen bij het RIZIV: omdat het een steunbalk is onder het sociaal systeem.

Door een covidmaatregel van de federale regering genieten zowat honderdduizenden werklozen, gepensioneerden en mensen die voor een minimumloon werken al maanden een lager inkomen dan de leefloners die cliënt zijn bij het OCMW.

De sociale zekerheid is een gigantische maar bijzonder fragiele machine die vele miljarden heen en weer pompt. Af en toe wil weleens een geldleiding lekken, vaak wegens de druk die elders in de machine werd opgevoerd. En dan moeten de technici dichtingen aanbrengen. Zo deed de econoom Philippe Defeyt, een oudgediende van Ecolo die nu bij het Waalse Institut pour un Développement Durable (IDD) werkt, een eigenaardige ontdekking. Hij stelde onlangs vast dat door een covidmaatregel van de federale regering zowat honderdduizenden werklozen, gepensioneerden en mensen die voor een minimumloon werken al maanden een lager inkomen genieten dan de leefloners die cliënt zijn bij het OCMW.

Midden vorig jaar kregen leefloonbegunstigden een extra maandelijkse premie van 50 euro, tot 200 euro voor een leeflonersgezin met vier. Zo wilde de regering de coronacrisis voor hen draaglijker maken. Volgens Defeyt is hier nu sprake van discriminatie. Of hoe een goedbedoelde maatregel tot een storing in de machinekamer kan leiden.

De overheid wordt al langer met een ander probleem geconfronteerd: een buitenmaatse stijging van het aantal langdurig zieken en invaliden. De voorbije jaren werd al vaker aan de alarmbel getrokken, vruchteloos. Hun aantal komt nu dicht in de buurt van een half miljoen. Dat zijn er 200.000 meer dan tien jaar geleden. Volgens de jongste Eurostat-cijfers, van 2019, gaat het om 6,4 procent van de bevolking tussen 20 en 65 jaar. De kostprijs van de langdurige arbeidsongeschiktheid bedraagt ruim 9 miljard euro.

9
miljard
De kostprijs van de langdurige arbeidsongeschiktheid bedraagt ruim 9 miljard euro.

Die trend omkeren is een oefening met een communautair kantje waar de politieke overheden zich met slepende pas aan wagen. Er moet met veel partijen worden onderhandeld: de dokters, de werkgevers, de werknemers en de ziekenfondsen. Hoewel het Waalse percentage langdurig zieken gevoelig hoger ligt dan het Brusselse en het Vlaamse, wil de regering van Jan Jambon (N-VA) het probleem ten gronde aanpakken, kwestie van de activiteitsgraad voorbij 80 procent te tillen. Maar ze kan de activering van de langdurig zieken alleen inzetten als de federale regering meewil, want de arbeidsmarkt is gedeeld terrein. En de PS liet al verstaan dat geen sprake kan zijn van ‘een jacht op de langdurig zieken’. Bovendien hebben de meeste partijen zich al vastgereden met hun verklaring voor dit fenomeen.

Voor Perl is het duidelijk: de stijging toont aan dat onze samenleving ziek is. Dat laat vermoeden hoe de Socialistische Mutualiteiten zich bij komende onderhandelingen zullen opstellen. Ook de PS wil niet onderdoen voor de ultralinkse PVDA/PTB, die zich eveneens op die lijn posteert.

De verklaringen voor de sterke stijging van het aantal langdurig zieken zijn bekend: ze is een gevolg van de vergrijzing, het gaat om communicerende vaten tussen werkloosheid en ziekte en invaliditeit, of ze wordt veroorzaakt door de werkomstandigheden, de werkdruk zeg maar. Kortom: er valt weinig aan te doen wegens een onvermijdelijk gevolg van de omstandigheden op de arbeidsmarkt.

Unieke positie

Jan Denys, de arbeidsmarktdeskundige van de uitzendgroep Randstad, vergeleek de Belgische situatie met die in de rest van Europa. In een publicatie die hij voorbereidt, komt hij tot de vaststelling dat al die verklaringen voor het Belgische fenomeen niet kloppen, althans niet met de buitenlandse ervaringen.

Uit de bevindingen van Denys blijkt dat in twaalf van de EU-landen de afgelopen tien jaar geen sprake was van een stijging van het aantal langdurig zieken en invaliden. In nog eens vier landen was de stijging miniem. Landen als Duitsland en Italië met de hoogste mediaanleeftijd zitten met respectievelijk 3,3 en 2,6 procent ruim onder het Europese gemiddelde (4,3%) en het Belgische percentage.

Ook de bewering over de communicerende vaten tussen werkloosheid en ziekte en invaliditeit snijdt weinig hout. In België daalde de werkloosheid inderdaad, maar steeg het aandeel van ziekte en invaliditeit. In Duitsland ging de daling van de werkloosheid gepaard met slechts een bescheiden stijging van ziekte en invaliditeit. In Zweden daalden alle cijfers. In Denemarken daalde de werkloosheid en bleven ziekte en invaliditeit stabiel.

België is het enige EU-land met een lagere dan gemiddelde werkzaamheidsgraad en een hogere dan gemiddelde ziekte en invaliditeit.

Volgens Denys is de Belgische positie redelijk uniek in Europa. Het is het enige EU-land met een lagere dan gemiddelde werkzaamheidsgraad en een hogere dan gemiddelde ziekte en invaliditeit. Het steekt daarmee schril af tegen landen als Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland, die een hoge werkzaamheidsgraad combineren met een laag aandeel van langdurig zieken en invaliden.

Oude methodes

Denys besluit uit dit alles terecht dat het Belgische systeem van ziekte en invaliditeit onder de lamp moet worden gezet. Dat wordt een moeilijke oefening, waarbij alle betrokken partijen hun rol moeten herbekijken. Om te beginnen zijn er de dokters, die al te genereus ziektebriefjes schrijven, vaak voor kwalen die amper te controleren zijn. Vakorganisaties en werkgevers hebben het systeem - net als het brugpensioen - gebruikt als het pad van de minste weerstand om een werknemer in de uitkeringsfuik te duwen. Want aan die langdurige ziekte gaat vaak al veelvuldig ziekteverzuim vooraf. In dit systeem dragen de werkgevers nauwelijks lasten. Die verdoken werkloosheidsuitkering wordt integraal doorgeschoven naar de gemeenschap.

Om te beginnen zijn er de dokters, die al te genereus ziektebriefjes schrijven, vaak voor kwalen die amper te controleren zijn.

De Vlaamse regering wil er nu werk van maken om de langdurig zieken weer naar de arbeidsmarkt te loodsen. Maar de voorgestelde remedies lijken verdacht veel op de oude methodes, die geen zoden aan de dijk hebben gebracht. De echte opdracht schuift het beleid voor zich uit: het stelsel hervormen, met een strengere bewaking van de toegangspoorten tot het systeem en met een kordaat opgevolgde nazorg.

Dit is het moment om eraan te beginnen. Als we de opstellers van het jaarverslag van de Nationale Bank van België mogen geloven, zal de heropleving sneller verlopen dan bij vorige crisissen. Bovendien past een hervorming van de arbeidsmarkt in wat de Europese Unie beoogt met haar Herstelfonds. De EU klopt al op die nagel sinds de uitwerking van de Europese werkgelegenheidsstrategie (EWS) in 1997.

In Nederland werd jaren geleden al de sociale zekerheid ‘genationaliseerd’ door paars II, onder de leiding van de sociaaldemocraat Wim Kok. Dat was precies een gevolg van de complete ontsporing van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). Vakbonden en werkgevers kijken sinds die doortastende hervorming machteloos toe vanaf de tribune, terwijl het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) het roer bedient. In al hun roestigheid lijken vakbonden en werkgevers niet te beseffen dat nogal wat Wetstraatvolk de Nederlandse oplossing niet ongenegen is.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud