column

Institutioneel spook

Het vooruitschuiven van het grote communautaire overleg tussen Vlamingen en Franstaligen is zinloos, want onvermijdelijk. Dat zegt Philippe Destatte van de Waalse denktank Institut Destrée. Een bericht van de overkant.

‘Niet hoever we moeten gaan is belangrijk, wel waar we naartoe willen.’ Dat zei de gewezen VU-topman Hugo Schiltz in november 2005, weinige maanden voor zijn dood, in Doorbraak, toen nog op papier en nu een webmagazine. Het werd zijn laatste interview. Bijna 15 jaar later verdient het een herlezing, zeker in het licht van de jongste politieke evoluties. Als Antwerps burgemeester en N-VA-voorzitter Bart De Wever en minister-president Jan Jambon vandaag heel nadrukkelijk spreken van ‘de Vlaamse Natie’, dan is dat niet nieuw. Het was Schiltz die het begrip ‘Vlaamse staat’ lanceerde. ‘Dat laatste willen de diehards al eens vergeten’, merkte hij zelf wat gelaten op.

In dat gesprek had Schiltz het over nationalisme, over de schrik voor de internationale gemeenschap, over de Europese milieus die zijn weggedreven van het volk, over Brussel dat een kosmopolitisch gebied moet worden, met een grondwettelijk verankerde positie voor Nederlandstaligen en Franstaligen, en over baas zijn in eigen huis.

Pratend over te maken keuzes en over confederalisme zei Schiltz: ‘Vandaag moeten we de formule kiezen die het best past om onze belangen te realiseren: het vrijwaren van onze taal, onze integriteit, onze welvaart. De reflectie daarover is helaas niet indrukwekkend. Ik zie geen denktank die daar grondig mee bezig is, niet bij de radicale bewegingen, maar evenmin in de academische, economische en politieke milieus, die weinig moeite doen om op dat punt met goede en bruikbare ideeën voor de dag te komen.’

Schiltz voegde daar nog aan toe: ‘Het voornaamste wapenfeit in mijn carrière, en ik ben er nog altijd fier op, is dat ik erin geslaagd ben het vertrouwen te winnen van zowat alle Franstalige kopstukken, van Outers tot Van Cauwenberghe, van Spitaels tot Nothomb en Spaak... Ik heb mijns inziens daarvoor ook nooit iets fundamenteels moeten toegeven, iets essentieels moeten afzweren.’

Dat vertrouwen tussen Vlaamse en Franstalige politieke kopstukken staat vandaag op een laag pitje. Als er al gepraat wordt, dan is dat veeleer oppervlakkig. Dat vindt ook Philippe Destatte, die aan het hoofd staat van het Institut Destrée, de Waalse denktank verbonden aan het Waals Parlement. Het instituut heeft in Vlaanderen geen gelijke, zoals Schiltz terecht betreurde.

Niet gesmaakt

Het Institut Destrée is ondergebracht in een prachtig pand in de Naamse rue Saint-Nicolas en herenigd met zijn bibliotheek, die tot voor kort in Charleroi huisde. Het geniet een grote onafhankelijkheid. In zijn studiewerk wordt de waarheid niet onder de mat geveegd. De economische achterstand van Wallonië wordt onverbloemd in beeld gebracht. Het instituut was ook een van de eerste om te wijzen op de matige impact van het nochtans fors aangezette marshallplan en het beleid dat zichzelf al eens tegenspreekt. De openhartigheid van het Institut Destrée, en ook die van het CERPE (Centre de Recherches en Economie Régionale et Politique Economique) verbonden aan de universiteit van Namen, werd niet altijd gesmaakt door de opeenvolgende minister-presidenten in het Elysette, onder wie de overgevoelige Paul Magnette (PS).

Destatte is een van de weinigen in Franstalig België die hardop zeggen dat het vooruitschuiven van de grote communautaire confrontatie tussen Vlamingen en Franstaligen compleet zinloos is, want onvermijdelijk.

Onlangs nog zette Destatte de uitdagingen waar Wallonië voor staat omstandig uiteen in Louvain-la-Neuve. Vooral de vergelijking van Wallonië en Vlaanderen met andere Europese regio’s, Franse en Duitse, was nogal confronterend voor het publiek van zakenlui van Waals-Brabant, dat zich wat graag La Wallifornie laat noemen. Terwijl Wallonië en de Franse grensregio’s Lotharingen, Nord-Pas-de-Calais en Champagne-Ardenne een sterke neerwaartse trend vertonen en onder de EU-lijn duiken, gaan Vlaanderen, Nederlands-Limburg, Noordrijn-Westfalen en Rijnland-Palts in stijgende lijn, een stuk boven het EU-gemiddelde.

Om de aandacht van zijn Waalse toehoorders wat aan te scherpen laat Destatte tijdens zijn presentatie over toekomstige uitdagingen graag een foto van een triomferende Vlaams Belang-voorzitter op het scherm flitsen. Destatte is een historicus die ook lesgeeft aan de universiteit van Bergen. Onlangs publiceerde hij ‘Histoire de la Belgique contemporaine’, waarin hij het heeft over de confederalisering van België die volgens hem al is ingezet. En hij citeert daarbij de intussen overleden Vlaamse grondwetspecialist Karel Rimanque, die dat decennia geleden al beweerde.

Destatte is ook een van de weinigen in Franstalig België die hardop zeggen dat het vooruitschuiven van de grote communautaire confrontatie tussen Vlamingen en Franstaligen compleet zinloos is, want onvermijdelijk. We kunnen er dus maar beter mee beginnen, vindt hij. Ook de schrik die sommigen om het hart slaat als het woord confederalisme valt, komt hem vreemd voor. Om te beginnen heeft iedereen een eigen definitie van dat ‘institutionele spook’, zoals Annemie Neyts-Uyttebroeck (Open VLD) het confederalisme ooit bestempelde. ‘Bovendien’, zegt Destatte, ’zijn wij het, de Walen, die als eersten het confederalisme hebben aangekaart als mogelijke oplossing voor de Belgische problemen.’

In een artikel dat Destatte over de kwestie voorbereidt, verwijst hij naar de Luikse wetenschapper en voorman van der Waalse Beweging Julien Delaite. Die stelde in 1898 al een administratieve scheiding - ‘un régime séparatiste’ - voor. Naderhand zou in Wallonië de confederale gedachte meermaals worden gelanceerd, zoals door Jules Destrée in zijn bekende brief aan koning Albert I.

In 1947 werd zelfs een wetsvoorstel ingediend door de drie linkse partijen, socialisten, liberalen en communisten, waarvan artikel 1 luidde: ‘België is een confederatie gevormd door twee regionale staten en het federale gewest Brussel.’ Het voorstel was de doorslag van een tekst goedgekeurd door het Waals Congres.

In 1984 nog publiceerden drie vooraanstaande academici, de filosoof Michel Quévit (UCL), de econoom Robert Tollet (ULB) en diens collega Robert Deschamps (Namen), een voorstel tot een ‘réforme de type confédéral de l’Etat belge dans le cadre du maintien de l’unité monétaire’. Het artikel met de uiteenzetting van hun voorstel werd bekroond door de Waalse economische en sociale milieuraad (CESE). Om maar te zeggen dat het niet werd weggelachen.

Onderschat

In zijn boek ‘Histoire de la Belgique contemporaine’ vestigt Destatte de aandacht op de bijzondere financieringswet, opgenomen in de zesde staatshervorming die werd uitgewerkt door de regering van Elio Di Rupo (PS). Die wet maakt vanaf 2024 gaandeweg een einde aan de solidariteitsmechanismen van de federale staat naar de regio’s. Tijdens lezingen als die in Louvain-la-Neuve attendeert Destatte op de gevolgen daarvan, die kennelijk door nogal wat Waalse politici worden onderschat. Zij het niet door Di Rupo en een aantal vakbondsmensen, die aandringen op een bijsturing van de bijzondere wet.

De komende jaren blijven overigens moeilijk voor Wallonië. Tegen 2024 stijgt de brutoschuld tot 27,6 miljard (op een bruto binnenlands product van 90,5 miljard in 2016), terwijl het netto te financieren saldo negatief blijft rond 1,2 miljard. Dat dreigt tegen 2035 op te lopen tot 3,3 miljard euro, want vanaf 2025 begint het cumulatieve effect van de financieringswet te wegen.

Die vooruitzichten alleen al maken het grote overleg tussen de twee gemeenschappen onvermijdelijk. Wachten heeft geen enkele zin. De PS en de N-VA kunnen maar beter hun onderhandelingsfiches en hun computersimulaties klaarleggen. De realiteit spaart geen enkele partij.

Lees verder

Tijd Connect