opinie

Onschuldig regeren bestaat niet

Nauwelijks anderhalve maand voor de verkiezingen zoeken de partijen nog altijd wanhopig naar een boodschap. Bij de middenklasse, die de facturen van het malgoverno betaalt, neemt het politieke niksisme gevaarlijk toe.

Een vijftal jaar geleden deed de advocaat Geert Lenssens een poging om bij een Gentse onderzoeksrechter een strafklacht met burgerlijke partijstelling in te dienen tegen de inmiddels beruchte maar failliete Optima Bank. In een interview afgelopen donderdag in De Tijd vertelde Lenssens letterlijk: ‘De onderzoeksrechter gaf me het dossier terug met de melding dat hij het niet zou doen en gaf me de raad naar een andere onderzoeksrechter te gaan. Daar kreeg ik hetzelfde te horen en hij voegde eraan toe dat ik in Gent niemand zou vinden die het zou doen.’

Toch even herhalen voor het geval u denkt het verkeerd te hebben gelezen: ‘Hij voegde eraan toe dat ik in Gent niemand zou vinden die het zou doen.’ Dat bleek ook te kloppen. De advocaat week met zijn klacht tegen Optima uit naar Antwerpen, waar hij enkele weken later vernam dat het dossier naar Gent werd teruggestuurd. ‘In Gent gebeurde er bijna niets mee’, zegt Lenssens, die door Optima werd aangeklaagd wegens schending van het geheim van het onderzoek. Pas nadat de Nationale Bank, na jaren van tergend getalm, eindelijk Optima op de korrel had genomen, kwam het Gentse gerecht in beweging.

De toch wel onthutsende uitspraak van Lenssens veroorzaakte niet de minste rimpeling. Het moet zijn dat de pijngrens van de Belgische publieke opinie bijzonder hoog ligt.

De uitspraak van Lenssens paste in zijn verhaal over de manier waarop Dexia-aandeelhouders werden afgewimpeld door het Brusselse gerecht. Ook al waren er ernstige aanwijzingen dat de particuliere aandeelhouders waren voorgelogen door bank. De zaak verjaart in 2021 en het Brusselse gerecht deed geen klap. De gefrustreerde aandeelhouders hadden bijgevolg geen andere keuze dan de handdoek in de ring te gooien. Net als in het Fortisdrama blijven ook de aanrichters van de Dexia-puinhoop buiten schot.

Tegelijk met het verhaal van Lenssens meldde De Tijd dat België vorig jaar een recordbedrag van 1,2 miljard euro betaalde voor de aankoop van buitenlandse stroom. Die noodaankoop was het gevolg van de manier waarop de verschillende partijen, die na 26 mei hopen te kunnen regeren, de afgelopen decennia het elektriciteitsdossier hebben beheerd. Pikante passage in het verhaal: ‘Zonder de invoer van de buitenlandse stroom zouden de dure Belgische gascentrales meer uren hebben moeten draaien, waardoor de elektriciteitsprijs nog hoger was uitgekomen.’

Tussendoor meldde de krant Le Soir dat de federale politie in het Brusselse niet langer sporenonderzoek verricht bij diefstal en inbraak zonder geweld. De reden: een tijdelijk tekort aan middelen.

Het relaas van Lenssens, de gedwongen aankoop van prijzige buitenlandse stroom en de onderbemanning van de federale politiediensten. In amper één week illustreren drie verhalen de nonchalance waarmee ons land de afgelopen decennia werd bestuurd. Ze ondergraven de geloofwaardigheid van de partijen verder. De expertise waarop zij zich graag beroepen, wordt vandaag weggelachen. Sterker nog: expertise is verdacht geworden.

Echt nieuw is dat niet. Zoals de gevestigde politiek in Nederland weinig lessen trok uit de plotse opkomst van Pim Fortuyn, leerde ook in België zowel centrumlinks als centrumrechts weinig uit de opkomst van het Vlaams Blok/Belang. Zo gebeurde het dat het VB de electorale sokkel van de sp.a nagenoeg weghaalde, en dat de voedingsbodem van zowel CD&V als Open VLD werd aangetast door de N-VA, die weliswaar verrassend snel muteerde in een machtspartij.

Nieuwe breuklijn

Nauwelijks anderhalve maand voor de verkiezingen zijn de overmatig gesubsidieerde partijen nog altijd wanhopig op zoek naar een boodschap. Een meerderheid van de kiezers is onbeslist. Dat het electoraat verder versplintert zoals in Nederland, wordt in België enigszins gemaskeerd door de kiesdrempel. Maar het valt niet langer te ontkennen dat de maatschappelijke weerklank van de oude machtspartijen gestaag afneemt en dat hun communicatietechnieken niet langer werken.

Extreme partijen en bewegingen stomen op. Filmpjes van zogenaamde kopschoppers op de sociale media zijn voor een partij als het Vlaams Belang efficiënter dan duur drukwerk. Als ze niet uitkijken, dreigen de traditionele partijen, die daar geen antwoord meer op hebben, op 26 mei te worden meegesleurd in een zwarte draaikolk. En dat geldt ook voor de N-VA, die tot voor kort met Bart De Wever de debatten beheerste, maar nu vaak op achtervolgen is aangewezen.

Bij de N-VA hebben ze de voorbije jaren in de federale regering kennisgemaakt met de wirwar van Belgische instellingen en de floue competenties van de federale staat. Van bestuurlijke helderheid was zelden sprake. De federale en de regionale regeringspartners waren op den duur meer met elkaar bezig dan met besturen. De nagelaten begroting van de federale regering van Charles Michel (MR) kleurt dieprood. De N-VA wordt mee verantwoordelijk geacht voor die miljardenput. Gewezen minister van Financiën Johan Van Overtveldt probeert in opiniestukken alsnog de nalatenschap te verdedigen met argumenten die hij in zijn vorig leven als journalist nooit zou hebben aanvaard. Hij weet nu: regeren is nooit onschuldig.

Vandaag worden de partijen in hun communicatie meer dan ooit gehinderd door de generatiebreuk tussen de +35- en -35-jarigen, die eigenzinnig omgaan met politiek. De communicatiespecialist Jan Callebaut, die met zijn studiewerk het aanslepende Oosterweeldossier mee deblokkeerde, wees eerder al op die breuk. De partijen weten niet hoe ze daarmee moeten omgaan. De manier waarop zij, ook Groen en Ecolo, zich tegen de klimaatspijbelaars aanschurken, was bijwijlen gênant. Zoals de doorzichtige poging om de stemplicht uit te breiden tot 16-jarigen.

Als het op machtsbehoud aankomt, is de gevestigde politiek perfect voorspelbaar. Wat het de extreme partijen en antisysteemgroepen des te gemakkelijker maakt. De Britten weten daar alles van. Een goed jaar geleden draaide de Britse zender Channel Four een docudrama over de campagne voor het referendum over het EU-lidmaatschap, roekeloos uitgeschreven door premier David Cameron. ‘Brexit: The Uncivil War’ draait rond communicatiegoeroe Dominic Cummings. Hij was de bedenker van de fatale slogan: ‘Take back control’, en van de bijeengelogen 350 miljoen pond die een brexit zou opleveren voor de National Health Service.

Cummings - vertolkt door Benedict Cumberbatch, die bekendheid verwierf in de rol van Sherlock Holmes - had meteen in de gaten dat het erop aankwam het grote deel van de Britse bevolking te bereiken dat nooit eerder naar de stembus was getrokken. Met de hulp van het intussen beruchte Canadese data- en marketingbedrijf AggregateIQ bombardeerde hij die potentiële stemmers met zeer gerichte boodschappen, ongeveer 1 miljard in totaal. Naderhand door een parlementaire commissie ondervraagd over zijn toxische campagne sprak Cummings zijn ontgoocheling uit over de voorspelbare reactie van het politieke establishment in Londen op zijn slogans en op de uitslag van het referendum. De bonzen van het remain-kamp, die inzetten op de weldaden van de EU, dachten echt dat de kiezer hen op hun woord zou geloven.

Ook hier is het politieke niksisme bij een groot deel van de middenklasse, die altijd opdraait voor de facturen van het malgoverno, stilaan groot genoeg om de gevestigde politiek door de electorale mangel te halen. Hopelijk krijgen ze dat in de Wetstraat op tijd in de gaten.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud