opinie

Overlopers

Het communistische Sovjetimperium mag dan tot het verleden behoren, het onderlinge wantrouwen tussen het Westen en Rusland is als vanouds. Of een nieuwe versie van een oud verhaal.

Het is altijd wat met de Russen. Zelfs in dit federale koninkrijk meende de Staatsveiligheid in de aanloop naar de verkiezingen de politieke partijen te moeten waarschuwen voor mogelijk geknoei door Russische internettrollen en door bepaalde geheime diensten aan het Loebjankaplein in Moskou. Het mag dan hilarisch klinken dat de Russen de Belgische politiek zouden verstoren - de partijen zijn daar perfect zelf toe in staat - , toch werd gevraagd elke verdachte beweging vooral op sociale media meteen te rapporteren. En het mag gezegd: als de Russen al geïnteresseerd waren, dan heeft de politieke verwarring die de stembusslag van 26 mei opleverde wellicht hun verwachtingen overtroffen.

Het Sovjetimperium behoort tot het verleden. Het communistische regime is vervangen door een nieuw tsarendom, ondersteund door weinig aristocratische oligarchen met gespekte buitenlandse bankrekeningen. Maar het wantrouwen tussen het Westen en Rusland is als vanouds. De Russische aanwezigheid in Syrië, de annexatie van de Krim in 2014 en het neerhalen van een passagiersvliegtuig boven Oekraïne veegden het weinige vertrouwen weg dat in Europa was gegroeid.

De Franse president Emmanuel Macron probeert de dialoog tussen Europa en Rusland te herstellen, maar dat verloopt erg moeizaam. NAVO-jachtpiloten patrouilleren dagelijks langs de grenzen van het NAVO-bondgenootschap. De bewapeningswedloop is weer op gang gekomen. De nucleaire wapenverdragen met Rusland werden door de Verenigde Staten opgezegd. De Koude Oorlog woedt weer, vaak met de klassieke beproefde middelen. Zoals on-langs nog maar eens bleek. Net op het moment dat velen in de VS ervan overtuigd raakten dat president Donald Trump allerlei loense connecties met Rusland onderhield, raakte bekend dat al die jaren een Russische CIA-agent in de onmiddellijke omgeving van president Vladimir Poetin opereerde. Het bericht moet kloppen, want officiële bronnen bevestigden het in de krant Komsomolskaya Prav-da, en in Moskou worden er openlijk grappen over gemaakt.

Oleg Smolenkov heet de spion die twee jaar geleden via Montenegro en onder CIA-vleugels samen met zijn vrouw Antonina naar de VS vluchtte. Hij geniet vandaag van een riante optrek in een groene buitenwijk van Washington. Althans voorlopig, want Russische geheime diensten zijn soms dodelijk rancuneus tegenover dubbelagenten en overlopers. Van Oleg Penkowski, de dubbelagent die destijds de Amerikanen alarmeerde over de Russische raketinstallaties in Cuba, wordt beweerd dat hij door de KGB levend werd gecremeerd.

Het zou Smolenkov zijn geweest die de Amerikaanse inlichtingendienst informeerde over de Russische pogingen om de presidentsverkiezingen van 2016 te beïnvloeden, om niet te zeggen te verstoren. Het ging er vooral om de Democratische kandidate Hillary Clinton weg te houden uit het Witte Huis. Poetin hoogst persoonlijk zou volgens de CIA-mol daarvoor het bevel hebben gegeven aan een leger van hackers en trollen.

Waarom een succesvolle agent als Smolenkov in 2017 in allerijl naar de VS werd gevlogen, is onduidelijk. Mogelijk was het de gevreesde loslippigheid van Trump die de CIA tot die voorzorg aanzette. In elk geval was Smolenkov belangrijk genoeg om hem in veiligheid te brengen.

Britse supermol

De Smolenkov-affaire herinnert aan een spionagethriller uit de Koude Oorlog. Kim Philby, de hoofdrolspeler in dat verhaal, ligt begraven op het kerkhof van Kuntsevo, op een stevige metrorit van het centrum van Moskou. Op de manshoge zerk staan onder zijn portret zijn naam in cyrillisch schrift en zijn geboorte- en sterfdatum. Wat verderop vindt de bezoeker het graf van Ramón Mercader, de moordenaar van Leon Trotski. Op hetzelfde kerkhof ligt ook Nadjezjda Mandelstam begraven, de weduwe van de dichter Osip Mandelstam die van kou en ontbering omkwam in de goelag. Na zijn overlijden werd Philby plechtig opgebaard in het KGB-hoofdkwartier, waar hij nochtans nooit was toegelaten, en daarna met militaire eer en op de tonen van Chopins rouwmars ten grave gedragen.

De Koude Oorlog woedt weer, vaak met de klassieke beproefde middelen.
Rik Van Cauwelaert

Op het moment dat Smolenkov richting Washington vloog, liep ironisch genoeg in het Moskouse Museum van de Overwinning, gewijd aan de Tweede Wereldoorlog, een tentoonstelling over het spionagewerk van Philby. Naast het radiotoestel waarop hij tot het einde van zijn dagen de Engelse cricketuitslagen volgde, werden stukken getoond die hij tijdens de oorlog aan de Sovjets had doorgespeeld. Het beeld dat van Philby werd opgehangen, was dat van een groot communist en vooral een antifascist. Van verraad en overloperij was in de expocataloog geen sprake. Eerder al, in 1992, was een Russische postzegel uitgebracht met zijn portret, die de verbannen Russische dichter Joseph Brodsky inspireerde tot een woeste aanklacht. De postzegel gaf volgens hem een nieuwe invulling aan het woord verraad.

Philby, die voor de oorlog al voor de Sovjets had gewerkt, kwam in 1951 onder de aandacht na de vlucht richting Rusland van twee Britse diplomaten, Donald Maclean en Guy Burgess. De twee werden er al langer van verdacht westerse atoomgeheimen naar het Oostblok te hebben versast. Omdat zij vermoedelijk waren getipt over hun nakende arrestatie, werd meteen gewezen naar hun goede vriend Kim Philby, de nummer twee van de Britse geheime dienst. Tijdens de ondervragingen bleef Philby overeind. Hij zou zelfs in het parlement van elke blaam worden gezuiverd door premier Harold Macmillan.

Philby was ook niet de eerste de beste. Hij was de zoon van St John Philby, die als Britse agent had gediend bij de Saoedische koning Ibn Saoud en daar tijdens de Eerste Wereldoorlog nagenoeg dezelfde rol had vervuld als de bekendere T.E. Lawrence of Arabia in Palestina. Philby werd van jongs af aan gesopt in het Engelse establishment. Daardoor stond hij boven elke verdenking. Een gentleman kon bezwaarlijk een verrader zijn.

Nadat Sovjetagent Anatoli Golitsyn in 1961 naar het Westen was overgelopen, werd de situatie onhoudbaar voor Philby. Hij werkte toen in Beiroet, vermomd als correspondent van The Observer en The Economist. In januari 1963 verdween hij. Wat later dook hij op in Moskou. Hij overleed er in 1988. De laatste jaren van zijn leven spoelde Philby zijn heimwee door met sloten alcohol. Volgens zijn laatste vrouw, de Russische Rufina Ivanova, heeft hij zich letterlijk doodgedronken, net als Maclean en Burgess voor hem. In Moskou leefde Philby geïsoleerd. Hij stond onder permanente KGB-bewaking. Zijn ontgoocheling over het Sovjetregime dat hij had gediend, was totaal.

Een jaar voor Philby’s dood werd John le Carré tijdens een bezoek aan Moskou benaderd met het voorstel de oppermol te ontmoeten. De schrijver, wiens ‘Tinker, Tailor, Soldier, Spy’ door de Philbyaffaire is geïnspireerd, weigerde naar eigen zeggen ‘the Queen’s biggest traitor’ te ontmoeten.

Graham Greene, die tijdens de oorlog met Philby had samengewerkt in de geheime dienst en die door hem steevast ‘our catholic friend’ werd genoemd, deed dat wel. Hij correspondeerde met Philby en schreef de inleiding bij zijn gefabriceerde memoires. Greene zocht hem ook op in zijn desolate appartement in Moskou, waarvan hij naderhand de beschrijving gebruikte in zijn spionageroman ‘De Privé-factor’.

De geschiedenis heeft zelden medelijden met overlopers. Toch leggen onbekenden af en toe nog bloemen op het graf van Philby. ‘Wellicht Engelsen’, zucht de kerkhofbewaker gelaten.

Lees verder

Gesponsorde inhoud