column

Paleis der Natie | 2024: wie bepaalt, betaalt

Studies van de Nationale Bank, de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen en de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven zetten strakke lijnen uit voor 2024. Is een staatshervorming mogelijk met de financiële boordtabellen in het rood?

‘Caroline, je beseft toch dat je hier zit dankzij de PS?’ Het mocht dan een prachtige augustusdag zijn, preformateur en PS-voorzitter Elio Di Rupo was helemaal uit zijn hum. De PS was met een winst van 6 zetels als de onmiskenbare overwinnaar uit de verkiezingen van 13 juni 2010 gekomen, althans in Franstalig België. In Vlaanderen werd de N-VA in één klap de grootste partij met ruim 28 procent van de stemmen, bijna zoveel als het kartel CD&V-N-VA in 2007.

De vervroegde verkiezingen waren er gekomen nadat de regering van Yves Leterme (CD&V) gestruikeld was over het constitutionele geschil rond de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde. Maar zodra de regeringsonderhandelingen waren aangevat, kwam het echte probleem op de onderhandelingstafel: de bijzondere financieringswet. Dat CD&V-voorzitter Wouter Beke de kwestie aankaartte, kon Di Rupo begrijpen, maar niet dat Caroline Gennez, de voorzitster van zusterpartij sp.a die de verkiezingen verloor, zich daarbij aansloot. Bovendien hadden Di Rupo en Bart De Wever eerder al afgesproken de ingewikkelde bijzondere financieringswet ongemoeid te laten.

Advertentie

De eerste versie van die wet, die de financiering van gemeenschappen en gewesten regelt, werd uitgewerkt in 1989 tijdens de onderhandelingen over de laatste regering van Wilfried Martens. Later werd de wet herwerkt door de paarse regering van Guy Verhofstadt (Open VLD) om het Franstalig onderwijs van nieuwe middelen te kunnen voorzien. Het resultaat was rampzalig. Volgens Luc Coene, de gewezen kabinetschef van Verhofstadt die later gouverneur werd van de Nationale Bank, was de nieuwe bijzondere financieringswet een molensteen om de hals van elke federale regering, omdat de federale overheid armlastiger werd en de gewesten en gemeenschappen welstellender.

Zonder het premierschap had Di Rupo nooit ingestemd met de wijziging van de bijzondere financieringswet.

Voor Wouter Beke was een hervorming van de wet noodzakelijk. Elio Di Rupo, geconfronteerd met een bedenkelijke financiële toestand, had geen andere keuze. Bovendien lonkte voor de PS-voorzitter toen al Wetstraat 16. Zonder het premierschap had hij nooit ingestemd met de wijziging van de bijzondere financieringswet. Zoals hij ook nooit had ingestemd met de beperking van de inschakelingsuitkering die in Wallonië maar vooral in Brussel een pak werkloze ongeschoolde jongeren naar het OCMW joeg. Het premierschap heeft altijd een prijs. Di Rupo en de PS betaalden die bij de verkiezingen van 2014 met een verlies van 3 zetels.

De staat hervormen is saneren

De Waalse vakbond FGTB was de eerste om de nieuwe versie van de bijzondere financieringswet aan te wijzen als de bron van begrotingsellende voor Wallonië en Brussel. Hoe en wanneer die ellende er aankomt, werd uitgelegd in een studie van de Sociaal-Economische Raad voor Vlaanderen (SERV) die onlangs in De Tijd werd besproken.

Vlaanderen deed zijn voordeel met de nieuwe bijzondere financieringswet. Dat heeft de N-VA in het verleden vanuit de oppositie ontkend, maar bevestigt de SERV nu. De voorziene mechanismen belonen goed presterende regio’s. Daarom krijgt Vlaanderen vanaf 2035 elk jaar 170 miljoen euro meer.

Wallonië en de Franse Gemeenschap, die almaar minder ontvangen, raken niet uit de budgettaire sloot. Dat bevestigen ook rapporten van de Nationale Bank, de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) en het Planbureau.

Volgens de CRB zal de Belgische schuld opnieuw oplopen tot 109 procent van het bruto binnenlands product in 2024. België nestelt zich daarmee tussen de zuiderse EU-lidstaten met een schuldratio van meer dan 100 procent. De Nationale Bank wees erop dat alleen Vlaanderen een schuldratio heeft die lager ligt dan die van de federale regering, terwijl Wallonië en Brussel merkelijk slechter scoren. Als de financiële markten zich tegen België keren of de rente gevoelig stijgt, lopen Wallonië en de Franse Gemeenschap het grootste risico.

Als de financiële markten zich tegen België keren of de rente gevoelig stijgt, lopen Wallonië en de Franse Gemeenschap het grootste risico.

De zesde staatshervorming met de nieuwe bijzondere financieringswet was bedoeld als een feitelijke sanering van de federale staatsfinanciën. Dat herhaalde Beke, een van de architecten van de hervorming, in november in de Kamercommissie-Financiën. De overdracht van bevoegdheden ging gepaard met slechts 90 procent van de bijbehorende middelen. De overige 10 procent werd gebruikt om het federale overheidstekort af te bouwen. Althans, dat was de bedoeling. Alleen werd daar nooit naar gehandeld, en al zeker niet in Wallonië en het Brussels Gewest. Bovendien kwam de covidcrisis de budgettaire situatie nog verergeren.

Na de zesde staatshervorming werden tussen de verschillende entiteiten nooit afspraken gemaakt om dat tekort terug te dringen. Het Belgische begrotingstekort van bijna 6 procent is het totaal van de tekorten van de verschillende overheden. Volgens Beke in de Kamercommissie en het CRB-rapport kunnen alleen bindende begrotingsafspraken met alle overheden de verdere uiteenrafeling van België voorkomen.

De regel van Dolimont

De komende jaren staat de federale overheid voor een inspanning van 60 miljard euro, met daarin begrepen de sociale uitgaven, de stijgende kosten van de NMBS en ook die van Defensie, als gevolg van de NAVO-beloften. De toenemende pensioenkosten tussen 2019 en 2023 alleen vergen 16 miljard euro extra, merkte Beke op.

In de gezondheidszorg stijgt de kostprijs van de vergrijzing met 2 miljard euro per jaar. Daarom suggereerde Beke de overheveling van de gezondheidszorg naar de deelstaten. Hij herhaalde dat in een opinie in De Tijd, ook ondertekend door Koen Geens en Servais Verheirstraeten. Zo nemen de deelstaten zelf de verantwoordelijkheid voor die groeiende uitgaven.

In Wallonië eist begrotingsminister Adrien Dolimont (MR) dan weer duidelijkheid over de fiscale en andere federale hervormingsplannen die Wallonië door de speling van de bijzondere financieringswet geld kosten. De regio’s en gemeenschappen betalen immers mee voor elke federale belastingverlaging. Dat kan niet langer. ‘Wie bepaalt, betaalt’, stelt Dolimont.

Na de verkiezingen van 2024 moeten belgicisten, Waalse regionalisten en Vlaamse nationalisten elkaar vinden om het land uit het budgettaire moeras te hijsen.

Dat alles vergt een staatshervorming. Maar hoe moet dat in zijn werk gaan met die dieprode boordtabellen? De zevende staatshervorming, als die er komt, wordt er wellicht een tegen heug en meug van de Franstaligen. De discrete bijeenkomsten van Brusselse francofone partijkopstukken illustreren de nervositeit die heerst in Brussel en bezuiden de taalgrens.

Niet alleen in Brussel wordt er discreet vergaderd, ook in Wallonië bereidt men zich voor op wat in 2024 wacht. De plannen voor een België met vier maken een Franstalige interne staatshervorming noodzakelijk. Voorlopig zijn de partijen verdeeld over het lot van de Franse Gemeenschap. Maar ze kijken vooral bezorgd naar de peilingen in Vlaanderen. Als de Brusselse PS zich verzet tegen een samenwerking met de N-VA, bestaat de kans dat geen tweederdemeerderheid kan worden gevormd. Want regeren met Vlaams Belang en PVDA-PTB, volgens de jongste peilingen samen goed voor 43 zetels, blijft uitgesloten.

Wie denkt dat het ook zonder staatshervorming kan, herleest het best het SERV-rapport. Daarom moeten na de verkiezingen van 2024 belgicisten, Waalse regionalisten en Vlaamse nationalisten elkaar vinden om het land uit het budgettaire moeras te hijsen, conform de nieuwe strenge begrotingsregels van de Europese Commissie. Want de onwettelijke optie, waar De Wever het zaterdag in De Tijd over heeft, zal de Vlaming veel geld kosten. De regel van Dolimont, ‘wie bepaalt, betaalt’, is een geschiktere aanzet voor de zevende staatshervorming.

Gesponsorde inhoud
Tijd Connect
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.
Partnercontent
Partner Content biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.