column

Paleis der Natie | Achteruit naar voren!

De Vlaamse traditionele partijen willen zich vernieuwen, en als het kan een nieuwe beweging lanceren. Maar het geschonden vertrouwen van de burgers valt niet te helen met marketing- en communicatietrucs.

‘Hervormen, hervormen. Is het al niet erg genoeg?’ Dat bromde de 19de-eeuwse Britse conservatieve premier Lord Palmerston toen alweer een nieuwlichter hem lastigviel met voorstellen. Hier te lande mag geen nieuwe partijvoorzitter aantreden of prompt begint die over volgens hem of haar noodzakelijke hervormingen. Tegenwoordig willen voorzitters meteen ook een nieuwe beweging aanzwengelen naar het Franse voorbeeld van Emmanuel Macron. Een politieke partij volstaat kennelijk niet meer.

Zelfs in N-VA-kringen denken ze naar verluidt na over nieuwe vormen en gedachten, en vooral verbreding. De jongste peilingen lijken te wijzen op een aanzwellende ontgoocheling in de Vlaams-nationalistische heilsboodschappen.

De woorden vernieuwing en verruiming liggen vooral de kersverse partijvoorzitters in de mond bestorven. Bouwvallige partijstructuren moeten worden afgebroken en aangepast opgetrokken. De aanwezigheid van de oude partijkrokodillen wordt hooguit nog getolereerd, maar ze moeten zich wel koest houden en mogen de politieke creativiteit van de hervormers niet in de weg staan.

Aan communicatie- en marketingtrucs is geen gebrek, aan nieuwe ideeën wil het weleens ontbreken. Volgens Vooruit-voorzitter Conner Rousseau staan al die nieuwe ideeën mooi vervat op de glimmende webstek van de partij. De eerste zin van de missionstatement van de Vooruit-beweging mag er al zijn: ‘Vooruit is er voor iedereen die elke dag keihard zijn best doet om vooruit te gaan in het leven.’

Dat konden ze bij CD&V niet onbeantwoord laten. De beweging - jawel, ook daar - schoot terug vanaf de heup: ‘We geloven in wat mensen kunnen.’ Kennelijk hadden ze bij de Vlaamse christendemocraten niet goed opgelet, want ook bij Open VLD beweren ze: ‘Het liberalisme gelooft in de kracht van elk individu.’ Er moet in de buurt van de Wetstraat een nest huizen met copywriters die de partijen voorzien van nietszeggende frases.

In zijn recent verschenen ‘De dwaling van de beeldenstormer’ verwijst Koen Lemmens naar de Poolse filosoof Leszek Kolakowski. In een kort vertoog, een juweel van ironie, legde die ooit uit hoe men tegelijk socialist, conservatief en liberaal kan zijn. Kolakowski’s kleine catechismus, zoals hij die noemde, verscheen in 1978 in Commentaire, het Franse driemaandelijkse tijdschrift opgericht door Raymond Aron, ook al geen politieke beuzelaar.

De verzamelde programma’s van de Vlaamse partijen blinken vooral uit in hun holheid.

‘Achteruit naar voren!’ - een vaak gehoord bevel van de trambestuurders in Warschau - was Kolakowski’s ordewoord voor zijn Internationale van socialistische conservatieve liberalen. Maar die zag nooit het licht, omdat ze volgens hem niet kon beloven de mensen gelukkig te maken. Wat de nieuwe generatie van partijvoorzitters zo te lezen toch wil proberen. Helaas bevat de ironische denkoefening van Kolakowski meer ideeën dan de verzamelde programma’s van de Vlaamse partijen, die vooral uitblinken in hun holheid.

Slecht gebrieft

‘Wat mij altijd weer verbaast bij de politieke gezagsdragers is de permanente onderschatting van de burgers’, citeerde De Groene Amsterdammer onlangs de Nederlandse minister van Staat Herman Tjeenk Willink, die in Nederland werd gevraagd de regeringsformatie vlot te trekken. Hij voegde eraan toe: ‘Misschien weten mensen niet de hoed en de rand van kwesties in politiek en bestuur. Waar zouden ze die kennis vandaan moeten hebben? Maar ze voelen wel haarscherp aan als er iets niet klopt.’

En dan had Willink het niet eens over België. Hier hebben de burgers al geruime tijd de stellige indruk dat een en ander niet meer klopt. Afgelopen week werd weer een afdoende illustratie geleverd door Marc Van Ranst. De viroloog vertelde voor de bijzondere commissie in de Kamer van Volksvertegenwoordigers dat de tweede coronagolf, met net geen 9.500 doden, nagenoeg volledig te wijten was aan de beleidsbeslissingen die toen zijn genomen. Zo werd hij woordelijk geciteerd in De Tijd.

Volgens Van Ranst was Maggie De Block tijdens de eerste coronagolf - 9.591 doden! - ‘slecht gebrieft door haar kabinetschef Bert Winnen.

Voor de duidelijkheid: het gaat hier om maatregelen genomen door de huidige regering. Volgens Van Ranst was Maggie De Block, minister van Volksgezondheid in de vorige regering en vandaag aanvoerster van de Open VLD-Kamerfractie, tijdens de eerste coronagolf - 9.591 doden! - ‘slecht gebrieft door haar kabinetschef Bert Winnen. Die lag bovendien in onmin met Tom Auwers, de voorzitter van de overheidsdienst Volksgezondheid. Met andere woorden: de minister wist van toeten noch blazen. Die beweringen van Van Ranst komen boven op eerdere onthullingen over vernietigde mondmaskers en vaccinspuiten die ‘Pano’-journalist Luc Pauwels op de VRT-kijkers losliet.

In elk beschaafd land had de volksvertegenwoordiging meteen een onderzoekscommissie bevolen naar de volledige toedracht van dit wanbestuur. Niet zo in het federale parlement. Daar veroorzaakten de toch wel bezwarende verklaringen afgelegd door intussen de bekendste viroloog van het land en gewezen griepcommissaris, niet de minste politieke rimpeling. Geen enkele vertegenwoordiger van de vier Vlaamse partijen die in de huidige federale regering zitten, geen enkele vertegenwoordiger van de N-VA die via de Vlaamse regering de coronamaatregelen mee heeft uitgevoerd en dus gesteund, voelde zich aangesproken om de federale regering tot de orde te roepen.

Falende controleurs

De partijen mogen zich dan vernieuwen en omvormen tot bewegingen, het grote probleem blijft. De verkozenen falen als wetgevers en vooral als tegenmacht voor de regering, als controleurs van het beleid. Dat falen is ook aan de orde in een verbijsterende affaire van geldverspilling als die rond de zelfbenoemde sociaal onderneemster Sihame El Kaouakibi.

Het is zelfs aandoenlijk hoe alle machtskongsi’s zich sluiten en hoe de politieke wereld plots in zichzelf keert. Opmerkelijk is het optreden van oud-minister Johan Vande Lanotte. Is hij de advocaat van El Kaouakibi of haar mentor? Dat is niet duidelijk. Zijn verdedigingslijn rond zijn cliënte is alvast erratisch. Problemen van facturatie en het heen-en-weer schuiven van honderdduizenden euro’s doet hij af als ‘een zaak tussen vennootschappen’.

De verdedigingslijn van Vande Lanotte rond zijn cliënte is alvast erratisch. Problemen van facturatie en het heen-en-weer schuiven van honderdduizenden euro’s doet hij af als ‘een zaak tussen vennootschappen’.

Bijzonder interessant is de manier waarop de Vooruit’er de goegemeente ervan probeert te overtuigen dat het vastgoedpatrimonium van El Kaouakibi, geraamd op zo’n 2,5 miljoen euro, niet is gedekt door de gekregen subsidies - dat zou er nog aan ontbreken - maar voor 85 procent is opgetrokken uit leningen. Sommige van die leningen zijn ‘erg risicovol’, geeft de oud-minister van Begroting toe in De Standaard. Dat is voorzichtig uitgedrukt.

In De Tijd stond te lezen dat El Kaouakibi zich een nettomaandloon van 3.300 euro toekent. Zelfs met daarbovenop de 6.000 euro vergoeding die El Kaouakibi als Vlaams Parlementslid krijgt, blijft de afbetaling van een lening van 2.125.000 euro problematisch. Het kan interessant zijn de genereuze bankier of de financier te leren kennen die de sociaal onderneemster met zoveel zorg omringt.

Het optreden van Vande Lanotte roept onwillekeurig herinneringen op aan een verklaring van een liberale connaisseur ter zake: Didier Reynders. Die zei ooit in De Morgen over Vande Lanotte en over Luc Van den Bossche, die dezer dagen in het justitievizier staat in de zaak-Optima: ‘Zij kunnen toelichten hoe je een managementvennootschap moet gebruiken en wat het verschil is tussen een goede vennootschap en een slechte.’

Soms vraagt de politiek om moeilijkheden.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud