column

Paleis der Natie | Afscheid van de bovenbuur

‘Omdat ze lachen, denken de mensen: dat is een vrolijke jongen. Maar ze lachen omdat ze het punt waar ze huilen moesten allang gepasseerd zijn.’ Godfried Bomans had het in ‘Schrijven is niets achterhouden’ over Kaaiman kunnen hebben.

Onlangs maakte de Duitse Eurointelligence-blogger Wolfgang Münchau een treffende bedenking over zijn vakgenoten. Volgens hem struikelen politieke commentatoren in hun analyses vaak over hun eigen wensdromen. Hij maakte de bedenking naar aanleiding van de mediaberoering in het Verenigd Koninkrijk rond Dominic Cummings, de lijfadviseur van premier Boris Johnson.

Cummings bleek meer dan eens de lockdownregels aan zijn laars te hebben gelapt. En dus eiste het Engelse commentatorendom, waarvan de meerderheid sinds de brexit al hyperventileert bij het horen van zijn naam, Cummings’ ontslag. Premier Johnson en zijn zo al arrogante adviseur laten zich het mediageloei voorlopig weinig gelegen. ‘Straks volgt nog een kleine peiling en dat is dan weer de afsluiter van de nieuwscyclus van zo'n schandaal’, voorspelde Münchau.

Niets is vergankelijker dan mediabekendheid.

Kaaiman, mijn bovenbuur in De Tijd die met pensioen vertrekt, struikelde nooit over zijn politieke wensdromen: hij koesterde er ook geen. Hij bekeek de politiek als een stoet van door de media getrokken janpleziers volgeladen met gewichtigdoeners, praatjesmakers en lijntrekkers, die hij dan met zwier aan de pen reeg. En om zijn vrijheid te bewaren betaalde hij zelf zijn lunches, schermde hij zich af voor nieuwsgierigen en bekommerde hij zich niet om zijn reputatie in de mediahandboeken.

Anthierens

Want niets is vergankelijker dan mediabekendheid. Een mooi voorbeeld daarvan is het pas verschenen 'De verbeelding van de leeuw'. Dat is een bundel met opstellen van historici over ‘de geschiedenis van media en natievorming in Vlaanderen’. In hun inleiding beweren de samenstellers dat het boek onderzoekt hoe de media hebben bijgedragen tot de verbeelding van een Vlaamse natie.

Als iemand dat gedaan heeft met zijn geschriften, dan was het Manu Ruys in De Standaard. Zijn naam wordt welgeteld één keer genoemd, en dan nog omdat hij al eens een boek uitgaf bij Lannoo. Zo te lezen voerden de mediahistorici hun onderzoek op de tast. Want niet alleen Manu Ruys hebben ze gemist. Ook Jef Anthierens, de man die aan het eind van de jaren 50 een kleine revolutie in de Vlaamse opinievorming ontketende met de lancering van Humo, komt niet voor in het boek, en zelfs Guy Mortier niet, die het blad naderhand een enorm elan meegaf.

Kies je favoriete Kaaiman

Op zaterdag 30 mei duikt Kaaiman onder voor een welverdiend pensioen. Herlees enkele van zijn beste columns uit acht vlijmscherpe jaren bij De Tijd en stuur ons uw top drie. Vanaf maandag 8 juni publiceren we dan hier de favoriete columns van onze lezers.

Jefs jongere broer, Johan Anthierens, die nog altijd sporen nalaat, krijgt een enkele vermelding omdat hij ooit bij Van Halewyck publiceerde. De televisiemaker Maurice De Wilde, die Vlaanderen zonder pardon met zijn oorlogsverleden confronteerde, staat niet in het geheugen van de historici geprent. Jozef Deleu en Ons Erfdeel? Connais pas. Het weekblad Knack wordt één keer zuinigjes vermeld omdat het ooit door Vlaams Blok-leider Karel Dillen werd uitgespuwd als een van de fascistenjagers, maar de naam van directeur Frans Verleyen noch die van uitgever Rik De Nolf is bij de historici bekend. De stichting van De Tijd, een mijlpaal in de ontplooiing van dat Vlaamse zelfbeeld, ontsnapte aan de aandacht van de historici.

Kaaiman, ook bekend onder zijn pseudoniem Koen Meulenaere, is al van een latere generatie dan de genoemde journalisten. Hoewel, in Leuven kreeg hij les van oud-premier Leo Tindemans. Hij begon als sportmedewerker bij Het Nieuwsblad toen de haast legendarische Lode Bostoen nog enkele bureaus verder troonde als hoofdredacteur van de zusterkrant De Standaard. Hij reed meermaals de Ronde van Frankrijk met Jan Wauters, een radiostem die oudere lezers nog in het oor klinkt. Hij schreef interviews voor de Humo van Mortier en ontplooide zich als chroniqueur in de Knack van Verleyen.

Klassiekers

Pratend over de bedrijvers van het columnisme had de Nederlander Martin Van Amerongen, ooit hoofdredacteur van De Groene Amsterdammer, het geregeld over die ‘babbelzieke kletsmeiers met kippendrift’. Journaliste en terroriste Ulrike Meinhof, misschien niet de voorbeeldigste bron om uit te putten, had het in dat verband over ‘de kapiteins in de eigen badkuip’, die volgens haar bij een krant of magazine de rol speelden van ‘die ene neger op het State Departement’.

Johan Anthierens, met wie de Kaaiman samenwerkte bij Sportmagazine, sprak ooit over zijn eigen ervaring in een van zijn laatste interviews en bekende: ‘Ik ben tekortgeschoten, ik heb te vaak het virtuoosje willen spelen.’ Hij had het over ‘het strovuur van de effectenjager’, dat ertoe leidt dat gebundelde columns vaak sneller vergelen dan het papier waarop ze gedrukt staan. Maar dat is niet het geval met het werk van chroniqueurs die hun klassiekers kennen en het nodige veldwerk verrichten.

Kaaimans versie illustreerde het politieke spel scherper en juister dan de politieke verslaggeving dat vermocht.

Kaaiman was van een nieuwe lichting. Hij deed al jaren elke dag op krantenpapier wat de presentatoren van Amerikaanse latenightshows zoals Stephen Colbert en Trevor Noah vandaag doen: een eigen soms - maar niet altijd - satirische versie brengen van de werkelijkheid, vaak geschreven in een nauwelijks ingetoomde woede, maar wel altijd stevig gedocumenteerd. Want niets haalt de eigendunk van de politici en andere poseurs sneller onderuit dan het ophalen van oude citaten, beelden en gebeurtenissen waarvan hij of zij hoopte dat die door de deleteknop waren verdwenen.

Den Baard

Omdat hij ze niet kon tekenen voerde Kaaiman politici en andere spelmakers in zijn kronieken op als waren ze stripfiguren. Den Baard, Pa Back, de Grote Leider, de minister van Loze Beloften, bommenmaakster Phara, Fake Mail John, op den duur waren ze gemeengoed voor bezoekers van de Wetstraat en omliggende mediapercelen. Alleen hun avonturen waren meestal echt. En Kaaimans versie illustreerde het politieke spel scherper en juister dan de politieke verslaggeving dat vermocht. De lezers van Knack en die van De Tijd begrepen snel de ernst van Kaaiman, ze wisten dat wat daar stond de achterkant van de waarheid was.

Uit het werk van Godfried Bomans kent Kaaiman hele lappen uit het hoofd, zoals uit ‘De avonturen van Bill Clifford’. Uitgerekend Bomans schreef ooit: ‘Omdat ze lachen, denken de mensen: dat is een vrolijke jongen. Maar ze lachen omdat ze het punt waar ze huilen moesten allang gepasseerd zijn.’ En een lezer kan niet elke dag huilen om het soms lamentabele spektakel.

Kaaimans informatie kwam vaak van de jongens en de meisjes achteraan in de Wetstraatbus.

Kaaimans informatie kwam vaak van de jongens en de meisjes achteraan in de Wetstraatbus en de mediakaravaan die meestal beter geïnformeerd zijn dan de druktemakers vooraan. Daarom had Kris Peeters verstandig gehandeld indien hij na zijn verhuizing van Puurs naar Antwerpen wat zorgvuldiger Kaaiman had gelezen eerder dan zijn slecht geïnspireerde adviseurs te volgen.

Waarschuwing

Mocht de Grote Leider Bart De Wever wat minder hebben geluisterd naar het leger pluimstrijkers dat hem omringt en wat meer de kroniek van Kaaiman hebben uitgespeld, dan zou hij sneller hebben gemerkt dat zijn partijkar gevaarlijk kapseisde. En in een van de jongste Kaaiman-kronieken, Swisshansa, stond bij wijze van waarschuwing bij de redding van Brussels Airlines meer wetenswaardigs over het trieste einde van Sabena dan in de vele overzichten die destijds werden geschreven.

Na al die jaren leest u de laatste aflevering van de Kaaiman-kroniek. In 'De avonturen van Bill Clifford' schreef Bomans: ‘Er zijn mensen die zich na de volbrenging hunner dagtaak in de maalstroom der wereldse genoegens werpen, gelijk een vis aan het aquarium ontsnapt.’ Niet alzo de Kaaiman. Hij laat na de dagtaak zijn bureau smetteloos achter, draait het licht uit en gaat naar huis. Voortaan wil hij alleen nog de kunst van het zwijgen beoefenen: de moeilijkste discipline voor een journalist.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud