column

Paleis der Natie | Kunstmatige werkelijkheid

Voor de begrotingsopmaak, bij pogingen om de samenleving te sturen en zelfs voor een stikstofcompromis hanteren beleidsmakers modellen. Helaas laat de werkelijkheid zich moeilijk modelleren.

‘Het grootste bedrog ooit gepleegd door een regering.’ Dat schreef Guido Camps, de voormalige directeur van de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas (CREG), na de aankondiging dat de investeringen van de netbeheerder Elia de elektriciteitsfactuur fors doen stijgen.

Destijds werd de verbruiker verzekerd dat de gevolgen van de sluiting van de kerncentrales miniem waren. Er was sprake van een kostentoename per gezin van amper 3 euro per jaar. Een en ander was gebaseerd op wetenschappelijk studiewerk met bijbehorende modellen. Helaas hielden de wetenschappers geen rekening met de investeringen in nieuwe stroominfrastructuur, noodzakelijk om het zwaar bevraagde elektriciteitsnet te stutten. De komende jaren plant Elia voor 6,4 miljard euro investeringen - voorlopig. Als gevolg daarvan rekent de CREG voor de periode 2024-2027 op een stijging van de elektriciteitstransmissietarieven met gemiddeld 77 procent - let op het woord ‘gemiddeld’.

Advertentie

Eerder deze week presenteerde de Vlaamse regering een derde versie van haar stikstofakkoord. Op zijn best is dat compromis, waarvan de tekst op zich laat wachten, vatbaar voor interpretatie. Landbouwbedrijven die in de eerste versie moesten sluiten, mogen wat langer aan de slag blijven. Alleen is niet duidelijk tegen welke voorwaarden. Want dit compromis is gebouwd op ongewijzigde uitgangspunten en modellen uit de eerste versie, die overigens weinig rekening hielden met de verschillende soorten natuurgebieden die onder de Europese habitatrichtlijn vallen.

De drempels en de ongelijke behandeling tussen landbouw en industrie, waarop de Raad van State afwijzend reageerde, blijven in dit compromis overeind. Nochtans raakt niet iedereen overtuigd door de gebruikte modellen om zowel de droge deposities mee te verklaren als de impact van ammoniakemissies op nabijgelegen natuurgebieden. Sterker nog, academici wuiven die modellen weg als onbruikbare pseudowetenschap. Dat laatste is gênant, omdat het Europees Hof van Justitie net zegt dat ‘de best mogelijke wetenschappelijke kennis ter zake’ moet worden ingezet.

Zowel in Nederland als in Vlaanderen koos de overheid ervoor de hoeveelheid stikstof die neerslaat in een natuurgebied in te schatten aan de hand van modellen. Die modellen zijn hoe dan ook politieke keuzes.

Wetenschappers als de Nederlandse landbouw- en voedseldeskundige Louise Fresco en de Utrechtse professor Omgevingsrecht Chris Backes zeggen dat Nederland (en Vlaanderen) zichzelf het stikstofprobleem en de eenzijdige, strenge stikstofnormen hebben aangepraat. Duitsland, Denemarken en zelfs Italië, die een vergelijkbare stikstofneerslag kennen, hanteren matiger maatstaven voor hun boeren. De Vlaamse drempelwaarden zijn vele malen strenger dan de Duitse. Zowel in Nederland als in Vlaanderen koos de overheid ervoor de hoeveelheid stikstof die neerslaat in een natuurgebied niet te meten, maar in te schatten aan de hand van modellen. Die modellen zijn hoe dan ook politieke keuzes.

Geen zekerheid

‘Modellen zijn een kunstmatige werkelijkheid, die beleidsmakers het idee geven dat ze de werkelijkheid kunnen controleren. En op basis van modellen bezweren we de stikstofcrisis door de levens van duizenden boeren op hun kop te zetten’, zegt Wouter de Heij, de Nederlandse procestechnoloog, gevormd aan de prestigieuze Technische Universiteit Delft.

Die kunstmatige werkelijkheid moet ook worden gefinancierd. Het stikstofakkoord mag de Vlaamse overheid wat kosten. De regering van minister-president Jan Jambon (N-VA) beweerde een goed jaar geleden 3,6 miljard euro klaar te houden. Dat is veel geld voor plannen waarin nauwelijks sprake is van faalveiligheid. Het sluiten van landbouwbedrijven biedt immers geen zekerheid dat de stikstofneerslag in de natuurgebieden binnen de opgelegde perken blijft, want een groot deel van de stikstofdepositie komt uit het buitenland aangewaaid.

De realiteit is nu eenmaal complexer dan de modellen die politici hanteren voor hun begrotingsopmaak, bij het sturen van de samenleving, in de strijd tegen corona of bij het sluiten van een stikstofcompromis. Bovendien hangt de kwaliteit van de gebruikte modellen af van de betrouwbaarheid van de gegevens die de modelleurs meenemen. Wie onzin in de modellen stopt, krijgt onzin als resultaat. ‘Garbage in, garbage out’, heet dat. Aangezien de meeste modellenbouwers in overheidsopdracht werken, is de kans reëel dat het model zo wordt gevoed dat het de richting aangeeft naar het doel dat de politici beogen. Bovendien worden modellen vaak onbruikbaar als ze door beleidskeuzes worden doorkruist, zoals de Amerikaanse econoom en Nobelprijswinnaar Robert Lucas doceerde.

De Nederlandse politicus Pieter Omtzigt (NSC), een van de koplopers in de peilingen voor de komende Tweede Kamerverkiezingen in Nederland, waarschuwde ooit in een analyse voor de Stichting Sociale Christendemocratie: ‘Modellen regeren Den Haag’. Dat is in Brussel niet anders. De Europese Commissie corrigeerde het Belgische begrotingstekort voor 2024 opwaarts van 4,6 naar 4,9 procent - een verschil van bijna 2 miljard euro - omdat de modellen van de Commissie een realistischer inschatting maken van de vennootschapsbelasting.

Hardleersheid

Begrotingen zijn het resultaat van modellen en die zijn in België aan een grondige revisie toe. Als alle terugverdieneffecten die de afgelopen decennia uit de Belgische begrotingsmodellen rolden ook werkelijkheid waren geworden, stond het federale koninkrijk er budgettair een stuk rianter voor. Ook de koopkrachtberekening gebeurt op basis van modellen waarvan de bevindingen zelden overeenstemmen met de ervaringen van de consument.

Als alle terugverdieneffecten die de afgelopen decennia uit de Belgische begrotingsmodellen rolden ook werkelijkheid waren geworden, stond het federale koninkrijk er budgettair een stuk rianter voor.

Het zou de moeite lonen de projecties die het Planbureau de voorbije jaren naar voren schoof nog eens tegen het licht te houden. Dat geldt ook voor de modellen van de Europese Centrale Bank die de inflatie naar 2 procent moeten sturen.

Enige hardleersheid is politici niet vreemd. Sommige liberaal-gezinden geloven nog altijd in de Laffercurve, het model dat de Amerikaanse econoom Arthur Laffer ooit op een servet uittekende om aan te tonen dat hoge belastingtarieven de belastinginkomsten fnuiken. De toenmalige Amerikaanse president Ronald Reagan geloofde daar rotsvast in en voerde drastische belastingverminderingen door. Het resultaat waren nog drastischer belastingverhogingen door zijn opvolger Bill Clinton om Reagans geleende welvaart af te betalen.

Sommige modellen gelden intussen als dogma’s, zoals die van het IPCC, het intergouvernementele klimaatpanel van de Verenigde Naties. Daarbij wordt al eens vergeten dat het IPCC niet door wetenschappers, maar door politici werd opgericht.

In 2021 kondigde VN-secretaris-generaal António Guterres code rood af voor de hele mensheid. Volgens hem liepen miljarden mensen onmiddellijk gevaar als gevolg van de uitstoot van broeikasgassen, veroorzaakt door fossiele brandstoffen en ontbossing. Blijkbaar heeft ook Guterres, net als nogal wat journalisten, moeite met de door het IPCC ingebouwde waarschijnlijkheidsgraden: ‘Unlikely, likely, very likely’. Toch wees niemand van de panelleden Guterres erop dat zijn bewering niet wordt gestaafd door de IPCC-bevindingen. ‘Maar het klimaatdebat is dan ook, naast een wetenschappelijk debat, een onvervalst politiek debat’, concludeerden experts van de Koninklijke Academie van Wetenschappen.

De samenwerking tussen modellenbouwende wetenschappers en de politiek is zelden zuiver. Het gepruts met het stikstofdossier, de kernuitstap en de energietransitie zijn daar treffende voorbeelden van. Modellen kunnen een begin van overleg zijn, nooit het resultaat.

Gesponsorde inhoud
Tijd Connect
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.
Partnercontent
Partner Content biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.