column

Paleis der Natie | Maastricht, zei u ?

De Europese Commissie doet niet moeilijk over de relanceplannen van de lidstaten. De bescheiden Belgische voorstellen, die vooral het regeerakkoord weerspiegelen, zullen zeker genade vinden.

Het was wat met die loonnorm. Wekenlang hadden de sociale partners erover vergaderd. De vakbonden hamerden op die povere 0,4 procent loonsverhoging zoals berekend door de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven. De werkgevers haalden er de automatische indexaanpassing van 2,8 procent bij. Tel daar die 0,4 procent bij en dan ziet zo’n loonopslag er inderdaad beter uit. Maar met dat argument kregen ze Marc Leemans van het ACV en Thierry Bodson van het ABVV niet over de sloot.

In politieke kringen werd gesust: ‘We tillen de zaak voorbij 1 mei en dan komen de geesten weer tot rust.’ Daar leek het op uit te draaien. Terwijl hun voorzitter Paul Magnette de ‘patrons’ strijdlustig de wacht aanzegde, hielden de PS-ministers het netjes. Dat was anders in het verleden. Toen konden socialistische ministers zoals André Cools in tijden van confrontatie het woord ‘travailleurs’ niet uitspreken zonder een vibrato in de stem. Dat heb je niet met de nieuwe generatie PS-ministers. Geen gebalde vuisten, geen dreigementen.

En kijk, afgelopen woensdag had de federale regering een akkoord. Er werd niet getornd aan de 0,4 procent noch aan het concurrentiekorset van 1996, maar bedrijven die de coronacrisis met succes hadden doorworsteld, werd toegestaan hun werknemers een premie van maximaal 500 euro uit te betalen, in de vorm van een consumptiecheque. De werkgever zal daarop een sociale bijdrage van 16,5 procent betalen. Daarnaast beloofde de regering iets te doen aan de minimumlonen. Maar het optrekken daarvan kon wel even duren. Want dat zou gepaard gaan met fiscale en parafiscale ingrepen, om de bedrijven de fiscale gevolgen van de operatie te besparen. Enkele uren later begon het akkoord al gevaarlijk te wankelen.

Een coalitie van acht partijen op één lijn houden is zeker geen sinecure, maar het mag toch allemaal wat concreter.

Een terugkerend probleem met de afspraken en plannen van deze regering is dat er vaak een mist over hangt. Een coalitie van acht partijen op één lijn houden is zeker geen sinecure, maar het mag toch allemaal wat minder vaag, wat concreter. En dat het hier om een Belgische kwaal gaat, bewijzen de regionale regeringen die al niet veel kordater zijn.

Om te kunnen delen in de miljarden van het EU-Herstelfonds hebben de federale en de regionale regeringen hun relancevoorstellen gebundeld. Ware het niet dat Europa dit eiste, het zou een lovenswaardige oefening zijn geweest. Alleen hadden ze er meer verbeelding in mogen steken. Imponerend is anders. Je ontsnapt trouwens niet aan de indruk dat het hier gaat om plannen die al bestonden maar die nu in een groener en duurzamer jasje worden gestoken. Want groen en duurzaam moeten dezer dagen in elke tekst minstens tien keer opduiken om politiek bij de tijd te zijn.

De liberale academicus Marc De Vos, de voormalige directeur van de denktank Itinera, is alvast niet onder de indruk. ‘We zijn hard bezig een unieke afspraak met de geschiedenis te verkwanselen’, waarschuwde hij terecht in zijn column in het weekblad Trends. Zoals De Vos aangeeft, komen de relanceplannen die de verschillende regeringen naar voren schuiven neer op een mix van renovatiesubsidies, digitalisering van de overheidsdiensten, fietsinfrastructuur, investeringen in de spoorwegen en meer van dat. ‘We gebruiken de pandemie voor bestedingen die tot de normale staatswerking behoren’, stelt hij vast. Eigenlijk proberen de regeringen hun programma’s te herfinancieren met Europees relancegeld. Terwijl de aangekondigde hervormingen, waar de Europese Unie aanvankelijk op aandrong, vaak niet meer zijn dan vage intentieverklaringen.

Alle regeringen doen hun best om binnen de contouren van hun regeerakkoorden te blijven. Zo wordt in de federale regering vaak naar komende fiscale hervormingen verwezen, alleen is niet duidelijk hoe ze die zal doorvoeren zonder nieuwe communautaire afspraken. Want de gevolgen van de taxshift van de vorige federale regering voelen de regioregeringen nog altijd in hun begroting.

Weg schuldplafond

Het Vlaamse relanceplan kreeg met ‘Vlaamse veerkracht’ een ambitieuze titel. Maar de Vlaamse aanpak lijkt verdacht op de federale. Vlaanderen, dat bovendien een forse lineaire besparing wil doorvoeren, herformuleert grotendeels het regeerakkoord: de overheid slagvaardiger maken, Vlaanderen digitaal transformeren, de economie en de samenleving koolstofarmer maken en het menselijk kapitaal versterken door te investeren in kwaliteitsvol onderwijs, door scholenbouw, door levenslang leren en door het activeren van inactieven en werklozen. Dat laatste kan 120.000 nieuwe banen opleveren, als Vlaanderen erin slaagt een werkzaamheidsgraad van 80 procent te bereiken.

Het Planbureau is evenmin onder de indruk van de manier waarop de 5,9 miljard euro Europees relancegeld zou worden gespendeerd. Behalve een bescheiden productiviteitsgroei van 0,19 procent creëert het Belgische project de komende vijf jaar 13.900 nieuwe banen, volgens de Planbollebozen. Dat is veeleer bescheiden. Tussen halfweg 2018 en midden 2019 - de laatste kwakkelmaanden onder premier Sophie Wilmès, zeg maar -  kwamen er ruim 43.000 nieuwe banen bij, gewoon door de aantrekkende economie.

Intussen hebben de federale en de regionale overheden samen al 35 miljard euro gespendeerd om de eerste schade van de coronacrisis op te vangen. Dat - voorlopige - bedrag jaagt de overheidsschuld stilaan naar 120 procent van het bruto binnenlands product.

België is uiteraard niet de enige EU-lidstaat die met de zware budgettaire gevolgen van de covidcrisis kampt. En juist dat speelt in de Belgische kaarten. Het laat zich aanzien dat de Europese Commissie bijzonder coulant zal zijn voor de plannen die de lidstaten indienen. Het zijn spannende tijden. In Duitsland verdwijnt binnenkort kanselier Angela Merkel van het toneel. In Frankrijk wordt gevreesd voor Emmanuel Macron na de confrontatie met de ultrarechtse Marine Le Pen bij de komende presidentsverkiezingen.

Draghi

En het is niet het moment om de Italiaanse premier Mario Draghi tegen te spreken. De gewezen voorzitter van de Europese Centrale Bank, die de geldpers liet draaien om de EU door de financiële crisis te sleuren, is zowat de laatste borstwering tegen de anti-Europese partijen in zijn land. Daarom ook bedient het Herstelfonds Italië gul, met liefst 220 miljard euro. De controle op de besteding ervan zal miniem zijn.

Volgens ambtenaren zit de Europese Commissie geklemd tussen haar rol van controleur en die van financier.

De Commissie hoopt vooral in Zuid-Europa en in de Oost-Europese landen grote infrastructuurinvesteringen aan te drijven. Want door de strenge begrotingspolitiek na de financiële crisis waren overheidsinvesteringen overal de eerste uitgavenposten die sneuvelden. Volgens ambtenaren zit de Europese Commissie geklemd tussen haar rol van controleur en die van financier. Dat laat haar niet toe in ruil voor al die miljarden de noodzakelijke hervormingen af te dwingen waar de zogenaamde zuinige landen zoals Nederland op aandrongen.

De komende maanden worden nog andere heilige koeien geslacht. Volgens het persagentschap Reuters had Klaus Regling, de algemeen directeur van het Europese Stabiliteitsmechanisme, het eerder deze week in Brussel over de onhoudbaarheid en de zinloosheid van het schuldenplafond van 60 procent, samen met het maximale begrotingstekort van 3 procent een van de euronormen die in 1992 in Maastricht werd vastgelegd. De limiet van 3 procent op het begrotingstekort noemde Regling ‘nog relevant’. Binnenkort weet niemand nog wat de Maastrichtnorm voorstelde. Je vraagt je af waarom destijds de Grieken tot de bedelstaf werden gebracht.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud