opinie

Paleis der Natie| Mansardeboeren in de politiek

Volgens de Brusselse minister-president Rudi Vervoort (PS) loopt het Belgische overlegmodel uit de rails. Hij is niet de enige die zich zorgen maakt.

Wie jaren geleden langs de Brusselse ring passeerde, kon ze zien ter hoogte van Vorst, Anderlecht en Jette: de volkstuintjes. Brusselse mansardeboeren kweekten daar eigen sla of radijsjes en de meer gevorderden al eens een bloemkool, snijbonen of zelfs aardbeien. Door de jaren heen zijn de tuintjes verdwenen. Ze hebben plaatsgemaakt voor bedrijventerreinen, winkelcentra en woonblokken.

Het moet zijn dat Alain Maron (Ecolo), de Brusselse minister van Milieu, Klimaat, Sociale Integratie, Gezondheid, Energie, Netheid en de Haven van Brussel, zich zorgen maakt over de voedselbevoorrading van het hoofdstedelijk gebied. Eerder deze week ontvouwde hij het plan om landbouwgrond te kopen in Waals- en Vlaams-Brabant. Het was de bedoeling dat die akkers ter beschikking worden gesteld van landbouwers die tarwe, groenten en fruit telen voor de Brusselaars. Voor de aankoop van landbouwgrond in Vlaams-Brabant zette de minister alvast 15.000 euro opzij. Volgens de landbouwgrondprijzen die daar gelden, is dat net genoeg voor enkele van die perceeltjes die de mansardeboeren vroeger bewerkten.

Maron, die een haast 50-koppig kabinet ter beschikking heeft, is een bevlogen politicus die elke ochtend zijn fluohesje aantrekt en op zijn plooifiets naar zijn kabinet peddelt. Bij een volgend ommetje moet hij zeker eens langs Mabru, de Brusselse vroegmarkt bij het kanaal. Daar liggen ze elke dag nog voor het ochtendgloren: de streekeigen producten naast het ingevoerde aanbod. Handelaars en zelfs sterrenchefs komen er zich bevoorraden. Tijdens de covidlockdown was er op Mabru geen schaarste, maar eerder een probleem van overschotten door de stilgevallen uitvoer. Minister Maron en de Brusselse regering hoeven zich dus geen zorgen te maken: de vroegmarkt zal de stad blijven bevoorraden.

Overigens dreigt in de wereld geen voedselschaarste, verzekerde ooit Guillaume Bastiaens, gewezen topman bij de Amerikaanse agrogigant Cargill. De moderne landbouw is een onwaarschijnlijk succesverhaal. Sinds 1950 vertienvoudigde de graanopbrengst per hectare. Een eeuw geleden was meer dan de helft van de wereldbevolking ondervoed, vandaag nauwelijks 11 procent. Als er al een probleem zou zijn, dan is het de bevoorrading van megalopolissen als Lagos in Nigeria, Caïro in Egypte of Dhaka in Bangladesh. Tot die categorie behoort Brussel nog lang niet.

1.000 miljard

Het optreden van Maron, die zich intussen al excuseerde voor zijn onbezonnenheid, bevestigt wat de Franse publicist Régis Debray onlangs bestempelde als ‘de pessimistische boodschap van de ecologie die de samenleving terug wil voeren naar een wereld die niet meer bestaat’. En die boodschap van de groene boetepredikanten verstikt het debat rond klimaat en kernuitstap.

De boodschap van de groene boetepredikanten verstikt het debat over het klimaat en de kernuitstap.

Niemand met gezond verstand verzet zich tegen het aanwenden van hernieuwbare energie. Maar daar hangt een prijs aan vast. ULB-professor Samuel Furfari, een prominente stem in de energiekwestie, wees er onlangs in L’Echo op dat volgens het United Nations Environment Programme (UNEP) tussen 2010 en 2018 wereldwijd liefst 2.600 miljard werd gespendeerd om hernieuwbare energie te propageren. De EU besteedde volgens de prof sinds 2000 ruim 1.000 miljard euro met hetzelfde doel. Het resultaat blijft bescheiden. Het aandeel van hernieuwbare energie in het Europese energieverbruik komt op 18,9 procent. Maar daar zit ook biomassa in, die vooral in noordelijke bosrijke landen voorhanden is. Het aandeel van windmolens en zonnepanelen in het Europese energieverbruik ligt iets lager dan 3 procent.

Het gegoochel met cijfers, vaak alleen beperkt tot het elektriciteitsverbruik, ontwricht het debat. Ook over de kostprijs van het Europese Green Deal-programma, dat vertrekkend van dit lage niveau tegen 2050 de volledige klimaatneutraliteit wil bereiken met een bijkomende investering van 1.000 miljard euro. Dat laatste is volgens Furfari ongeloofwaardig, gelet op de 1.000 miljard die sinds 2000 werden uitgegeven voor nauwelijks 20 procent hernieuwbare energie.

Nu wil men met eenzelfde bedrag de resterende 80 procent van het energieverbruik klimaatneutraal maken. Op die opmerking komt geen antwoord. Furfari voorspelt alvast dat de verkopers van gele hesjes gouden zaken zullen doen als straks de fiscale gevolgen van dat chaotische beleid op de aanslagbrieven prijken. En de gevolgen van de kernuitstap treffen ook de regio’s, die momenteel erg stil blijven in de discussie.

Communautaire wrevel

Voorlopig wordt alles nog overstemd door de covidcrisis, door de discussies over de kerstbubbels en het winkelgedrag, en over de vaccins die binnenkort moeten worden verdeeld en de spreiding van de inentingen, maar ook over de vraag of die nu wel betrouwbaar zijn. Als politieke mansardeboeren zijn de federale en de regionale regeringen kop in kas elk op het eigen perceel aan het schoffelen. Maar straks komen de traditionele tegenstellingen opnieuw ter tafel en dreigen de lasnaden van de Belgische constructie los te komen.

Straks komen de traditionele tegenstellingen opnieuw ter tafel en dreigen de lasnaden van de Belgische constructie los te komen.

En er is niet alleen de kernuitstap. Eerder deze week klonk daar al de noodkreet van Brussels minister-president Rudi Vervoort (PS) over het Belgische overlegmodel dat uit de rails loopt. Niets werkt nog, zegt hij in Le Soir. Of het nu gaat over de stadstol en de kilometerheffing die het Brussels Gewest wil heffen om het autoverkeer van pendelaars tegen te gaan, of over de asielzoekers en transmigranten die doelloos door de straten zwerven, over het winkelcentrum op de Heizel, telkens stokt het overleg, zowel met de federale als met de Vlaamse en de Waalse regering.

Enkele Brusselse gemeenten bieden stilaan de aanblik van Boekarest onder Ceausescu en overleven budgettair dankzij het Hoofdstedelijk Gewest. Zowel in de Brusselse als in de Waalse regering ergeren de PS’ers zich aan de Ecolo-ministers die voor elke beslissing moeten terugkoppelen naar hun partij-instanties. Intussen wordt machteloos gekeken naar de exploderende schuld van de Franse Gemeenschap. Die zal de komende vijf jaar zonder meer verdubbelen en dus de Belgische overheidsschuld aandikken in de afrekening van Eurostat, het statistiekbureau van de EU.

In de federale regering welt de wrevel van sommige Franstalige coalitiepartners op, vooral bij de liberale MR. Middenstandsminister David Clarinval heeft zich al beklaagd over de betweterigheid van vicepremier en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (sp.a). Dat is een ergernis die ook groeit bij de Waalse regering, en bij francofone wetenschappers die het nare gevoel hebben dat de Vlaamse experts de voorrang krijgen tijdens het overleg over de covidcrisis. Terwijl er fijntjes wordt op gewezen dat de huidige aanpak niet veel beter is dan die onder de regering van Sophie Wilmès (MR). In de tabellen van het Europees Centrum voor Ziektepreventie en -bestrijding prijkt België helemaal bovenaan in de wereldranglijst met het hoogste overlijdenspercentage.

Er moet al veel gebeuren om de covidellende te doen vergeten. Helaas laten de voorliggende problemen en de ontspoorde begroting en overheidsschuld geen ruimte. Vervoort heeft er geen vertrouwen meer in: ‘Verkiezing na verkiezing wordt het politiek alsmaar ingewikkelder. Er blijven twee mogelijkheden: of we wachten zoals bij Russische roulette tot in 2024 de N-VA in coalitie gaat met Vlaams Belang. Of we gaan nu al nadenken over een nieuw institutioneel model. Deze permanente crisis is niet vol te houden.’ De grote vrees van Vervoort is dat de opgestapelde onvrede de straat op rolt, al dan niet verpakt in gele hesjes. De afbouw van de covidcrisis wordt een heel delicate onderneming.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud