column

Paleis der Natie | Nep

De Vlaamse regering trekt 12,8 miljoen euro uit om de discriminatie op de arbeidsmarkt in kaart te brengen. Bedrijven, die nu al geen werknemers vinden, mogen binnenkort nepsollicitaties verwachten. Heeft de regering wel grondig gekeken naar de evoluties in de jongste jaren?

De aandacht was meteen getrokken door een opmerkelijk tweet van de Gentse professor arbeidseconomie Stijn Baert (UGent): ‘Minister@crevits en regering @JanJambon @BartSomers hebben hier echt snel geschakeld. Amper paar maanden na #BlackLivesMatter wordt discriminatie in Vlaanderen met een kwantumsprong doortastender aangepakt.’

Wat blijkt? De tragedie die zich vorig jaar afspeelde in de Amerikaanse stad Minneapolis, waarbij de politieman Derek Chauvin zijn arrestant George Floyd voor de camera versmachtte, zette zo te horen de Vlaamse regering aan het denken. De wereldwijde Black Lives Matter-commotie en de protesten alhier tegen de Leopold II-memorialen brachten de ministers tot het besef dat het maar eens moest afgelopen zijn met discriminatie op de Vlaamse arbeidsmarkt. Vandaar die kwantumsprong.

De regering ging met 33 sectoren, zoals de detailhandel, de horeca, de betonindustrie en zelfs de binnenscheepvaart, een engagement aan om er via een nulmeting de discriminatie op te sporen. Die nulmeting, zeg maar de stand van zaken, wordt verricht met zogenaamde correspondentietesten. In werkelijkheid nepsollicitaties, maar die term ligt te gevoelig. Het gaat ook niet uitsluitend om de discriminatie van werkzoekenden met een migratieachtergrond. Zoals elke hr-manager weet, kan de achterstelling bij de rekrutering allerlei vormen aannemen. Maar dat de nadruk ligt op de discriminatie van de allochtone werkzoekenden mag duidelijk zijn.

Unia, Myria en co. hebben gemeen dat ze behalve politiek personeel weinig volk aan een bezigheid hebben geholpen.

Zodra de omvang van de achterstellingen en van het latente racisme geïnventariseerd is, volgen gerichte acties. Al is het niet de bedoeling overtreders prompt met pek en veren besmeurd de stad uit te jagen. Opmerkelijk ook: de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (VDAB) wordt niet betrokken bij de operatie. Nochtans bracht die geregeld de kansengroepen in kaart, en de situatie van allochtonen op de Vlaamse arbeidsmarkt.

De kostprijs van de afgekondigde operatie: 12,8 miljoen euro. Baert, Miet Lambrechts van de KU Leuven en Pieter-Paul Verhaeghe van de VUB zijn de strategen en de uitvoerders van dit Von Schlieffen-plan.

Zoals De Tijd-journalist Bart Haeck beschrijft in zijn recent verschenen ‘Economie en wat het alledaagse leven ons daarover leert’, miste België in het verleden de ene kans na de andere om migranten in te schakelen op de arbeidsmarkt. De naoorlogse migranten van de eerste golf uit Zuid-Europa, Noord-Afrika en Turkije hebben uiteraard geleden onder de instorting van de oude sectoren, steenkool en staal. Zij belandden vaak in langdurige werkloosheid en werden veelal aan hun lot overgelaten, met de migrantenkinderen als eerste slachtoffers.

Hoofddoekdisputen

Veel te lang ook hebben de Belgen verzuimd om het multiculturalisme door de bril van de economie te bekijken, zoals de Amerikaanse arbeidssocioloog Richard Sennett voorhield. Men bleef staren naar de culturele verschillen. Tal van organisaties en instellingen werden in het leven geroepen, telkens met een pak subsidies gestijfd, om de integratie te bevorderen en om de nieuwkomers naar de arbeidsmarkt te loodsen. Maar vaak strandden de discussies in oeverloze hoofddoekdisputen.

Het begon federaal, met de inzet en het enthousiasme van Paula D’Hondt en haar Koninklijk Commissariaat voor de Migranten. Dat muteerde later tot het Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding, en werd naderhand opgedeeld in het Interfederaal Gelijkekansencentrum, intussen omgedoopt tot Unia, en het Federaal Migratiecentrum, nu bekend als Myria. Niemand kan precies de vinger leggen op wat al die centra hebben bereikt.

Of neem het Vlaams Agentschap Integratie en Inburgering (AII), dat de winkel in 2015 overnam van de Kruispuntbank Inburgering (KBI). Volgens het verslag van het Rekenhof stegen de Vlaamse subsidies aan het AII, exclusief de asielmiddelen, van 35,3 naar liefst 43,3 miljoen euro. De herstructureringskosten van dat AII alleen al liepen op tot liefst 12,5 miljoen, ruim het dubbele van wat aan het parlement werd aangekondigd. De kans is gering dat iemand in het Vlaams Parlement kan uitleggen wat dat agentschap de voorbije jaren heeft bijgedragen tot de integratie van migranten op de arbeidsmarkt. Als het al werd onderzocht.

En onlangs tastte Bart Somers (Open VLD) als Vlaams minister van Binnenlands Bestuur, Bestuurszaken, Inburgering en Gelijke Kansen diep in de buidel om ruim 700.000 euro te geven aan het Minderhedenforum, dat volgens de minister zelf zijn beste tijd gehad heeft.

Bezwijken onder subsidies

Al die onder subsidies bezwijkende organisaties hebben gemeen dat ze behalve politiek personeel weinig volk aan een bezigheid hebben geholpen. De eigen instandhouding leek hun eerste opdracht. Boven op dat alles was er het Vlaamse impulsbeleid rond Evenredige Arbeidsdeelname en Diversiteit (EAD), dat 30 jaar geleden werd afgekondigd en waarvan zelden iets werd vernomen.

De Vlaamse regering kan alleen maar vaststellen dat de voorbije 20 jaar niets veranderde. Daarom trekt ze 12,8 miljoen euro uit en worden meer dan 100 consulenten in dienst genomen, niet om de discriminatie meteen uit te roeien, maar om de discriminatie op de Vlaamse arbeidsmarkt te kaderen.

De Vlaamse regering kan alleen maar vaststellen dat de voorbije 20 jaar niets veranderde. Daarom trekt ze 12,8 miljoen euro uit en worden meer dan 100 consulenten in dienst genomen, niet om de discriminatie meteen uit te roeien, maar om de discriminatie op de Vlaamse arbeidsmarkt te kaderen.

Let wel, dat zal een tijdje duren. De resultaten van de nulmeting worden pas in 2022 bekend. Dan moeten de sectoren hun maatregelen voorleggen om de vastgestelde discriminatie tegen te gaan. Waarna een nieuwe meting dient te gebeuren, die in 2024 wordt opgeleverd. Maar dan mag er onderweg geen wiel aflopen, of godbetert een nieuwe regering aantreden die andere ambities koestert. De kans is bovendien groot dat de wereld er in 2024 helemaal anders uitziet.

Heeft de Vlaamse regering trouwens grondig gekeken naar de evoluties van de jongste jaren? De voorbije twintig jaar is wel degelijk wat veranderd. In Vlaanderen heeft de werkelijkheid niet gewacht op de politiek. Jongeren met een allochtone achtergrond vinden beter hun weg in het onderwijs, soms ondanks een remmende thuiscultuur. Zelfs rector Luc Sels stelde in De Standaard met genoegen vast dat zijn KU Leuven niet langer ‘een witte instelling’ is.

Dat alles heeft weldoende gevolgen. In 2019 steeg de werkzaamheidsgraad bij medeburgers geboren buiten de Europese Unie tot 61,9 procent - zonder dat daar nepsollicitaties aan te pas kwamen. Dat is gevoelig hoger dan de 51 procent in 2006, en dan de 46,6 procent die vandaag in Wallonië wordt opgetekend. De werkloosheid onder allochtonen is volgens de Nationale Bank in Vlaanderen gezakt van 20,3 procent in 2017 naar 13,8 procent in 2020. In Brussel bedraagt die liefst 25,5 procent, in Wallonië 22,8 procent. Aan nepsollicitaties wordt daar niet gedacht, zo te horen.

In 2020 bedroeg de werkloosheid in Vlaanderen 3,6 procent, wat neerkomt op een haast volledige tewerkstelling. Vacatures raken nauwelijks of zelfs niet ingevuld. Grote bouwbedrijven zoals Besix betalen een premie aan de eigen werknemers voor het aanbrengen van een nieuwe collega die minstens zes maanden in dienst blijft. Gaat de Vlaamse regering ook op bedrijven die nu al geen personeel vinden nepsollicitaties loslaten? Een werkmeting bij de eigen gesubsidieerde instellingen die zich met integratie en migratie inlaten en die vooral veel nepwerk produceren, kan weleens doeltreffender zijn.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud