column

Paleis der Natie | Twee hoogstapelaars

Of ze nu Sihame El Kaouakibi of Jean-Claude Fontinoy heten, het maakt weinig uit. Ze zijn de hoogstapelaars in de politieke kransjes waar overheidsgeld wordt verdeeld.

De Duitsers hebben er een mooi woord voor: Hochstapler. Het laat zich letterlijk vertalen als hoogstapelaar, wat de Nederlandse schrijver Wessel te Gussinklo deed voor de titel van zijn roman. Maar eigenlijk is Hochstapler bargoens voor praatjesmaker, flessentrekker of oplichter. Volgens het hoofdpersonage in ‘Bekenntnisse des Hochstaplers Felix Krull’ van Thomas Mann is oplichterij een kunstvorm. Maar dan wel een die zelden wordt gesmaakt door de slachtoffers. In de gevallen die vandaag in het nieuws opduiken, werden de belastingbetalers getild, en telkens gebeurde dat met de medewerking van politici.

Of ze nu Sihame El Kaouakibi of Jean-Claude Fontinoy heten, maakt niet veel uit. Ze zijn de hoogstapelaars die zich binnenkletsten in de politieke kransjes waar het overheidsgeld wordt verdeeld. De kunst bestaat erin op het juiste moment precies dat te zeggen wat de gelddistributeurs willen horen.

Trendy chic

Dat is wat El Kaouakibi deed. Als elegante, welbespraakte verschijning, steevast gekleed in trendy chic, speelde ze perfect het meisje van bij ons met allochtone roots. Ze leek het wandelende voorbeeld van hoe weldadig diversiteit kan zijn. Haar verschijning alleen al zou dolende jongeren met een migratieachtergrond van de straat en de pleintjes plukken en al dansend de sociale ladder op jagen. Dat mocht wat kosten.

Socialisten, christendemocraten en zelfs de altijd wat achterdochtige Vlaams- nationalisten schoven aan om haar Let’s Go Urban en andere initiatieven te mogen steunen. De liberalen schoten de hoofdvogel af: El Kaouakibi op de Open VLD-lijst voor het Vlaams Parlement. De royale campagnekosten nam de partij wat graag voor haar rekening. De filmpjes van een enthousiast blozende Bart Somers naast een vertederd kijkende El Kaouakibi moesten de electorale achterban ervan overtuigen dat een bonafide liberale aan boord werd gehesen.

Er stond toen al geen rem op de subsidiestroom. Volgens het jongste overzicht van Gazet van Antwerpen hengelde El Kaouakibi ruim 4,5 miljoen euro uit allerlei officiële vijvers, zowel van de stad Antwerpen als van de federale regering en de provincie Antwerpen. Zelfs de Brusselse kraan werd opengedraaid, want ook daar had El Kaouakibi een opwindend project: We Love BXL. Dat moet dan voor de Louisalaan zijn bedoeld, want in de straten van het onderkomen Molenbeek of in Sint-Joost-ten-Node heeft niemand haar ooit opgemerkt.

El Kaouakibi blijft wel Vlaams Parlementslid, met het bijbehorende maandloon van 6.000 euro en de in haar geval nuttige parlementaire onschendbaarheid.

El Kaouakibi werd ook door de Vlaamse media als een rolmodel geprezen. Zodanig dat zelfs prominente zakenlui, die doorgaans een batterij consultants en advocaten laten aanrukken voor ze een bedrijfseuro te besteden, stonden te trappelen om een cheque te overhandigen aan de schattige sociaal onderneemster. Geen van de gulle gevers heeft ooit gecontroleerd waaraan die subsidies werden gespendeerd.

Veel tewerkstelling was daar zeker niet bij, hooguit die van haarzelf, haar levensgezellin en enkele medewerkers. De voorbije jaren bouwde El Kaouakibi als een goede belegger in alle discretie een indrukwekkend vastgoedpatrimonium op. Ze nam intussen zelf afscheid van Open VLD. Maar ze blijft wel Vlaams Parlementslid, met het bijbehorende maandloon van 6.000 euro en de in haar geval nuttige parlementaire onschendbaarheid.

Doordringende kruitgeur

El Kaouakibi is een jong talent onder de politieke hoogstapelaars. Een oude meester is Jean-Claude Fontinoy. Deze week verscheen een boek waarin hij de hoofdrol krijgt: ‘Le clan Reynders’. Het is een werkstuk van journalist Philippe Engels, een oudgediende van het weekblad Le Vif die nu aan het hoofd staat van Médor, een magazine dat zich specialiseert in geduldig journalistiek onderzoek.

Vijf jaar onderzocht Engels de relatie tussen de Luiks-Brusselse politicus Didier Reynders (MR) en zijn klussenman Fontinoy. De uitkomst is op zijn zachtst onrustwekkend te noemen. Het boek zou destijds zeker de aandacht hebben getrokken van het Hoog Comité van Toezicht. Die instelling kon bij de minste aanwijzing een gerechtelijk onderzoek voeren naar corruptie. Maar de lastpost werd jaren geleden opgedoekt en zogezegd geïntegreerd in de federale politie.

‘Le Clan Reynders’ is als document van dezelfde orde als ‘Les amis de VdB et leurs affaires’ van Paul Debongnie, dat in 1970 het begin van het einde van de politieke loopbaan van Paul Vanden Boeynants inluidde.

Fontinoy, een zeventiger, is een gewezen NMBS-werknemer die destijds via een royale ziekte- en pensioenregeling aan de kant werd geschoven maar later via de grote poort terugkeerde als voorzitter van de raad van bestuur. Tijdens de hele carrière van Reynders, die overigens zelf in de politiek debuteerde als piepjonge voorzitter van de NMBS, volgde Fontinoy hem als zijn slagschaduw. Met in zijn zog een stoet van bouwondernemers, vastgoedmogols, advocaten en politieke klussenmannen zoals de intussen overleden Koen Blijweert. Want onder de regering van Charles Michel (MR) met de N-VA breidde Fontinoy zijn werkterrein uit naar Vlaanderen. Hij was onder meer aanwezig bij het discrete getafel van Reynders en Bart De Wever (N-VA) bij topchef Bruneau en volgens Engels later ten huize Blijweert, eveneens met Reynders en De Wever.

Fontinoy was de meesterfikser wiens naam de voorbije decennia opdook in alle grote dossiers van verkoop van overheidsvastgoed, zoals de Financietoren in Brussel.

Aan Fontinoys voorzitterschap van de spoorwegmaatschappij kwam een einde met Reynders’ vertrek naar de Europese Commissie en het aantreden van de regering-De Croo. Tot dan was hij de meesterfikser wiens naam de voorbije decennia opdook in alle grote dossiers van verkoop van overheidsvastgoed, zoals de Financietoren in Brussel.

Met de beslissing van de regering van Guy Verhofstadt (Open VLD) om een pak vastgoed van de hand te doen om de overheidsschuld te delgen, werd de melk bij Reynders’ kat gezet. Zo te lezen was Fontinoy daarnaast zowat makelaar in de bouw van stations. Volgens Engels kwam het monumentale Luik-Guilleminsstation, een ontwerp van Santiago Calatrava, er pas nadat ‘de omgeving’ van Elio Di Rupo (PS) de verzekering kreeg dat ook Bergen een Calatrava-pronkstuk kreeg. De kostprijs van de twee spoorpiramides weegt nog altijd op de NMBS-boekhouding.

In zijn verhalen levert Engels geen rokende pistolen, maar zijn boek is van kruitgeur doordrongen. Of het nu om Kazachgate of op Libische rekeningen geblokkeerd geld van prins Laurent gaat, telkens is Fontinoy in de buurt als sprake is van afgehaalde of onder tafel geschoven enveloppen.

Een verbijsterende episode was de bouw van de nieuwe ambassade in Kinshasa. De finale kostprijs wordt begroot op 14,5 miljoen, fors meer dan voorzien. Reynders was op dat moment minister van Buitenlandse Zaken. Zowel bij de Congolese autoriteiten als bij de bouwondernemers was Fontinoy de bemiddelaar. Volgens het Rekenhof was het voor de ambassade in Kinshasa maar ook voor andere verbouwingsprojecten van Buitenlandse Zaken niet mogelijk een sluitende controle uit te voeren, omdat telkens noodzakelijke stavingstukken ontbraken. Toen het Rekenhof, een instrument ten dienste van de Kamer van Volksvertegenwoordigers, in 2017 zijn bezwarend verslag over de aanpak van Buitenlandse Zaken indiende, werden in het parlement geen vragen gesteld.

Fontinoy, eigenaar van een ontzaglijk vastgoedpatrimonium, woont nu als een landheer op een hectaregroot goed in Mozet, een deelgemeente van Gesves in de provincie Namen. Reynders is Europees Commissaris. Hij is daar bevoegd voor een krachtige handhaving van de rechtsstaat.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud