column

Paleis der Natie | Uit de rayon fop-en schertsartikelen: burgerpanels

Burgerinspraak, nu in de komende staatshervorming, lijkt het nieuwste politieke speeltje. Maar meer dan tijdverdrijf kan het nooit worden. Burgerpanels hebben geen plaats in de grondwet.

Probeert u even te volgen. Van bij de eedaflegging van elke Belgische regering worden de Kamerleden van de meerderheid meteen gemuilkorfd. Want het minste onvertogen woord van een Kamerlid van de coalitie betekent een aanslag op de wankele evenwichten waarop de almaar moeizamer gevormde regeringen steunen. Maar kijk, terwijl ze het denkwerk van de eigen parlementsleden niet vertrouwt, wil de regering van premier Alexander De Croo (Open VLD) bijeen gelote burgerpanels inschakelen voor een nieuwe staatshervorming.

De ministers Annelies Verlinden (CD&V) en David Clarinval (MR), die de staatshervorming moeten voorbereiden, willen een brede internetbevraging organiseren om te vernemen wat de bevolking denkt over de mogelijke herinrichting van de federale staat. Waarna lotelingenpanels worden samengesteld die daarover van mening wisselen met parlementsleden. De kiezers hebben op 26 mei 2019 nochtans zo’n panel gekozen: de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Maar burgerinspraak lijkt het nieuwste politieke speeltje. Over de kostprijs wordt (voorlopig) gezwegen.

De covidcrisis heeft zowat alle falen in de Belgische staatsconstructie genadeloos blootgelegd.

Destijds nam de schrijver David Van Reybrouck het initiatief voor een G1000, een heuse burgertop. Zijn project genoot de volle aandacht en steun van de media. Die vonden het spannend: burgers die de hand slaan aan het politieke ploegwerk. Helaas weet niemand wat die oefening opleverde. In gemeenten waar gelijkaardige (uiteraard gesubsidieerde) burgerbevragingen werden opgezet, vielen de belangstelling en zeker de opkomst telkens tegen.

In De Standaard merkte Johan Vande Lanotte (sp.a) op dat in het vaak aangehaalde IJslandse voorbeeld een kwart van de voorstellen voor een grondwetsherziening afkomstig was van de dezelfde negen personen. In Frankrijk hebben zowel president Nicolas Sarkozy als zijn opvolger Emmanuel Macron burgerpanels opgetrommeld. Het resultaat kreeg minder weerklank dan het optreden van de gele hesjes. Ze lieten zeker geen spoor na in de Franse staatszaak. Tenzij de rechtsere koers waarmee Macron de wind uit te zeilen probeert te halen van het extreemrechtse Rassemblement National - ooit Front National - van Marine Le Pen daarvan een gevolg is.

Ook in Ostbelgien zijn burgerpanels aan de slag. De dialoog tussen burgers en de Duitstalige gemeenschap werd er zelfs decretaal vastgelegd. Toch is de kans groot dat het niet veel meer wordt dan bezigheidstherapie. De uitgelote burgers moeten zich willens nillens beperken tot de bevoegdheden van de Duitstalige Gemeenschap. Ook als ze het willen hebben over de organisatie van de gezondheidszorg, een bevoegdheid die nog grotendeels federaal is. Bovendien blijft de beslissingsmacht bij de regering, die dan weer rekening moet houden met de verschillende partijen in de coalitie. En die hebben elk een agenda die vaak niet strookt met de mening van de geraadpleegde burgers.

In Frankrijk hebben zowel president Nicolas Sarkozy als zijn opvolger Emmanuel Macron burgerpanels opgetrommeld. Het resultaat kreeg minder weerklank dan het optreden van de gele hesjes.

In ‘Semper perseverans’, het kasseidikke liber amicorum gepubliceerd ter gelegenheid van het emeritaat van KU Leuven-prof André Alen, staat een belangwekkend artikel over het Ostbelgien-Modell. Het werd geschreven door Katrin Stangherlin, raadsvrouw bij het Luikse arbeidshof. Zij is ongemeen enthousiast over het initiatief. Toch geeft de juriste meteen toe dat de voorstanders van de burgerdialoog met een probleem zitten: de afwezigheid van elke constitutionele verankering. Grondwetsartikel 33 is duidelijk: ‘Alle machten gaan uit van de Natie.’ En die machten worden uitgeoefend op de wijze bij grondwet bepaald. Van burgerpanels en burgerbevraging is daarbij geen sprake. En dat is ook het geval met het cruciale artikel 195 dat het verloop van een grondwettelijke hervorming voorschrijft. Stangherlin verwijst trouwens naar de Raad van State, die telkens de hakken in het zand zette bij elke poging om artikel 33 te verwateren, onder meer via het referendum.

Inbreuk op privacy

In haar besluit geeft Stangherlin toe dat voor de burgerparticipatie geen enkele wettelijke basis bestaat. Zelfs de manier waarop in de Duitstalige gemeenschap bevoegdheden aan de burgerassemblee werden overgedragen, strookt niet met de adviezen van de Raad van State. Om te beginnen kan de regering niet zomaar een representatief burgerpanel uit het Rijksregister plukken. Dat zou een inbreuk zijn op de privacy. Daarvoor is een nieuwe wet nodig. En als die burgerbevraging ook nog eens een vast onderdeel gaat uitmaken van een staatshervorming, moet ook die procedure worden gewijzigd.

Een staatshervorming voorbereiden is geen ‘tijdverdrijf voor enkele fijne luiden’. En al zeker geen staatsvorming die ook nog eens de federale financiën moet opschonen, wat met de volgende oefening het geval wordt.

Minister Verlinden toonde zich openhartig over de volgende staatshervorming: ‘De partijvoorzitters hebben nog altijd hun rol in de uiteindelijke beslissingen.’ Om die reden riskeert de opvoering met de burgerpanels een nummer te worden uit de rayon fop- en schertsartikelen, met veel ontgoocheling als gevolg.

Een staatshervorming voorbereiden is geen ‘tijdverdrijf voor enkele fijne luiden’. En al zeker geen staatsvorming die ook nog eens de federale financiën moet opschonen, wat met de volgende oefening het geval wordt.

Gezelschapsspel

Het jaarverslag van de Nationale Bank is voor de regering leerrijker dan het gezelschapsspel met de burgerpanels. Dat de overheidsuitgaven, rentelasten incluis, naar ruim 60 procent van het bruto binnenlands product (bbp) zijn gestegen, is een vaststelling om stil van te worden. Het financieringstekort van 10,1 procent van het bbp en de stijging van de overheidsschuld naar 115,1 procent van het bbp kwamen er niet vanzelf. Door de bevoegdheidsverwarring tussen de verschillende beleidsniveaus is het terugdringen van dat tekort naar 3 procent om de rentesneeuwbal te stoppen een halsbrekende onderneming. Zelfs een bijsturing van de Maastrichtnorm, waar de Wetstraat op hoopt, brengt niet meteen soelaas. Die overheidsuitgaven moeten worden betaald.

Vlaanderen, dat nochtans beschikt over bevoegde ambtenaren, huurt nu al dure consultants in om zijn miljardentekort weg te besparen. De schrijnende armlastigheid van het Brusselse Gewest is bekend. Ook Wallonië zit niet te wachten op een loterij om burgerpanels te bemannen.

Zopas verscheen een vrijmoedig rapport, uitgebracht door de Conseil économique, social et environnemental de Wallonie, over de economische geschiedenis van de regio tussen 1945 en 2020. Daarin wordt niets verzwegen over de economische neergang van Wallonië, dat net aan een lichte remonte was begonnen toen de coviddreun neerkwam. Ondanks alle marshallplannen blijft Wallonië geplaagd door grote armoede, een gebrekkige opleiding van de werkkrachten en een ontwrichte arbeidsmarkt. Bovendien wordt vanaf 2025 de overgangsfinanciering, die is voorzien in de zesde staatshervorming, met 10 procent per jaar afgebouwd. Dat veroorzaakt nu al grote zenuwachtigheid in Namen.

De covidcrisis heeft zowat alle falen in de Belgische staatsconstructie genadeloos blootgelegd. Tegelijk heeft ze aangetoond dat een aantal kwesties, zoals de financiële verantwoordelijkheid van de regio’s, dringend moeten worden geregeld. De gedachte alleen al dat men de nieuwe staatsinrichting met de bijbehorende financiële regelingen, die ook Europees moet worden gekaderd, zou toevertrouwen aan vrijblijvend keuvelende burgerpanels, is zeer verontrustend.

De meerderheidspartijen, druk in de weer met politieke benoemingen bij de overheidsbedrijven, laten echt geen enkele kans ontglippen om de eigen geloofwaardigheid onderuit te halen.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud