opinie

Parlementaire bric-à-brac

Parlementaire bezigheidstherapie rond het al dan niet opnemen van een klimaatparagraaf in artikel 7bis van de Belgische grondwet. Dat is wat de burger de afgelopen week te zien kreeg.

Eén zinnetje moest aan de Belgische grondwet worden toegevoegd om toe te laten een bijzondere klimaatwet nog voor de verkiezingen door het parlement te sluizen. En toch was niet iedereen overtuigd. Zo verkoos CD&V een samenwerkingsakkoord tussen de beleidsniveaus om tot een gezamenlijke klimaataanpak te komen. Maar vergeleken bij dat glasheldere toe te voegen zinnetje kwam het voorstel van de Vlaamse christendemocraten neer op pure bric-à-brac, betoogde schrijver en activist David Van Reybrouck, die in De Standaard zijn steun aan de klimaatspijbelaars en -stakers benadrukte.

Bezigheidstherapie

Een week lang heeft de burger zitten kijken op de parlementaire bezigheidstherapie rond het al dan niet opnemen van die ene zin in artikel 7. Het is wel geen onschuldige ingreep. Hij zet een rem op de gewestelijke autonomie, zegt grondwetspecialist Stefan Sottiaux. Maar als het alleen om het halen van de klimaatdoelstellingen gaat, is de toevoeging volkomen overbodig. Alsof de ingreep in artikel 7bis de politici en bestuurders zou dwingen terstond als razende boskabouters aan het werk te tijgen om de klimaatneutraliteit te halen. Het getuigt van een gebrekkig politiek inzicht van de indieners en verdedigers van het voorstel.

Een ingreep in artikel 7bis zou de politici en bestuurders niet dwingen terstond als razende boskabouters aan het werk te tijgen om de klimaatneutraliteit te halen.

De plantentuin in Meise, zegt u dat iets? Ruim tien jaar zou het duren, tot 2012, voor het prachtige park aan de rand van Brussel en de daaraan verbonden wetenschappelijke instelling aan Vlaanderen werd overgedragen. Die overdracht was nochtans een onderdeel van de vijfde staatshervorming in 2001. Dat de schade aan het intussen verkommerende patrimonium van de wetenschappelijke instelling beperkt bleef tot een tiental miljoen euro was puur de verdienste van het zorgzame personeel.

Of herinnert u zich nog artikel 107 quater? Ooit was zelfs een artikel 107 ter voorzien, alleen weet niemand nog wat daarin moest staan. Artikel 107 quater werd in 1970 in de grondwet ingeschreven en bepaalde dat België drie gewesten omvat: het Vlaams, het Waals en het Brussels Gewest.

Het duurde tot 1989 voor het met de totstandkoming van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest volledig werd uitgevoerd, wat snel is vergeleken bij de uitvoering van het artikel 35 dat de beperkte bevoegdheden van de federale staat zou vastleggen. Dat confederale artikel staat al ruim een kwarteeuw oningevuld te blinken in de grondwet. Volgens Jean-Luc Dehaene, de auteur ervan, staat het wel degelijk in de grondwet maar is het moeilijk uitvoerbaar. ‘Alleen als de huidige methode is versleten, is het misschien een alternatief’, stelde Dehaene in zijn memoires.

Eén zin in de grondwet brengt België geen stap dichter bij de uitvoering van de klimaatdoelstellingen, die overigens Europees al zijn vastgelegd. Zoals de jurist Kurt Deketelaere in ‘Terzake’ opmerkte, heeft het land alles in handen om werk te maken van de klimaat- en energietransitie. Het ontbreekt alleen aan daadkracht, aan bekwame spoed en uiteraard aan de nodige financiën. Want over hoe en door wie de klimaattransitie uiteindelijk wordt betaald, blijven alle partijen stom.

Ongelezen rapporten

Waar het in werkelijkheid om draait, werd deze week krachtig geformuleerd door topambtenaar Frank Van Massenhove. ‘Dit land wordt écht slecht bestuurd’, zei hij in De Tijd. Zo hoort u het eens van een ander. Met zijn ruim twintig jaar ervaring, eerst als kabinetsmedewerker en naderhand vooral als (intussen gepensioneerd) hoofd van de overheidsdienst Sociale Zaken, is Van Massenhove een kroongetuige van het Belgische staatshuishouden. En de klimaataanpak kan dienen als voorbeeld bij zijn betoog.

De politiek moet eindelijk eens prioriteiten stellen. Met de parlementaire bric-à-brac van de afgelopen weken was dat niet het geval.

Zo besliste de paars-groene regering van Guy Verhofstadt in 2003 tot de kernuitstap. Geen van de partijen in die regering heeft toen ook maar de aanzet van een transitieplan op tafel gelegd. Gaandeweg en noodgedwongen werden stappen ondernomen om tot een betere energie-efficiëntie en tot een vermindering van de koolstofuitstoot te komen. Zo staat het in een rapport over België van het Internationaal Energie Agentschap (IEA). Maar daar wordt meteen aan toegevoegd dat de Belgische beleidsmakers wijs handelen als ze enkele van hun kerncentrales openhouden, zolang de regulator dat toelaat, om de elektriciteitsbevoorrading te verzekeren en de koolstofuitstoot laag te houden.

Maar wellicht leest niemand in Wetstraat en omgeving die rapporten. Zoals wellicht niemand destijds in 2010 het rapport ter harte nam waarin Jan Denys, gezaghebbend expert verbonden aan Randstad, de Belgische arbeidsmarkt onder de lamp zette. Dat rapport was toen al confronterend. Je zou denken dat zo niet de beleidsmakers dan toch de volksvertegenwoordiging, zowel de federale als de regionale, het aan een verder onderzoek onderwerpend meteen aan de slag zouden gaan om de manco’s van de arbeidsmarkt bij te timmeren. Dat is nooit gebeurd.

Negen jaar later blijkt het nieuwste rapport van Denys al even confronterend. De werkzaamheidsgraad ligt nog altijd lager dan in Nederland en Duitsland, de loopbanen behoren tot de kortste in Europa en nergens zijn minder laaggeschoolden en vooral mensen van niet-Europese origine aan de slag. Dat laatste werd onlangs nog omstandig in de verf gezet door de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid.

Niet pralen

Uiteraard wijst Denys ook op de regionale verschillen. Vlaanderen moet niet meteen pralen. Als regio versterkt het zijn positie niet en blijft het volgens hem een Europese middenmoter. Het kampt met eigen problemen. Alleen blijft de kloof tussen noord en zuid immens als het aankomt op werkloosheid en werkzaamheidsgraad, met Brussel als bijzonder probleem. Brussel is nog altijd een koploper in de ranglijst van de Europese hoofdsteden met de hoogste werkloosheidsgraad. Al merk je ook daar grote interne verschillen. Terwijl de werkloosheid in Sint-Pieters-Woluwe op 8,1 procent blijft, stijgt die in Molenbeek en Sint-Joost-ten-Node naar 21 en 23 procent.

Het Brusselse - en deels ook Waalse - probleem werd twintig jaar geleden geformuleerd door de intussen overleden François Martou, toenmalig voorzitter van de Mouvement Ouvrier Chrétien (MOC). De Waalse vakbondsman en academicus herhaalde in die dagen voor al wie het horen wilde: ‘Wij, Franstaligen, zitten met een onderwijsprobleem.’ Daar werd destijds meewarig over gedaan.

Maar vandaag leert het rapport van Denys dat Martou gelijk had. Meer dan de helft van de werkzoekenden in Brussel heeft niet eens een diploma middelbaar onderwijs. Terwijl meer dan de helft van de banen in het hoofdstedelijk gebied een hogere opleiding vereist. Die situatie is sinds 2008 amper verbeterd. Met het gevolg dat een groot deel van de jobs in Brussel wordt ingenomen door werknemers uit andere gewesten.

Het in stand houden van de welvaartsstaat is alleen mogelijk met een gezonde arbeidsmarkt, besluit Denys terecht. Hoe gezonder de arbeidsmarkt, hoe beter we zijn uitgerust voor de grote uitdagingen: de globalisering, de digitalisering, de robotisering, de vergrijzing én de klimaatverandering. De politiek moet eindelijk eens prioriteiten stellen. Met de parlementaire bric-à-brac van de afgelopen weken was dat niet het geval. De uitspraak van Frank Van Massenhove was alvast een oorverdovend noodsignaal.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud