column

Theaterpolitiek

Voor zijn jongste boek, met de dickensiaanse titel ‘Grote verwachtingen’, trok Geert Mak opnieuw door Europa. De verhalen die hij opschreef, klinken minder optimistisch dan die in ‘In Europa’, zijn bestseller van 15 jaar geleden.

Terwijl in Berlijn in november 1989 de eerste stukken beton uit de Muur werden gebeiteld schreef de Nederlandse journalist Henk Hofland: ‘De ineenstorting van de socialistische staten is al ruimschoots niet meer alleen een zaak van de volken die daar direct bij zijn betrokken. Het wordt nu iedere dag meer een vraagstuk voor heel Europa, Oost, Centraal en West. De Amerikaanse en de West-Europese regeringen hebben de ernst daarvan veel te laat onderkend. Niet alleen in Moskou heeft men de zaak uit de hand laten lopen, maar ook hier. In Moskou heeft men nog het excuus dat het niet anders kon. Hier kan men zich niet op dat argument beroepen.’

Hofland had meteen opgemerkt wat ze in de Europese hoofdkwartieren in Brussel niet zagen of niet wensten te zien. Dat dit het moment was om een begin te maken met een hernieuwde relatie met Rusland en met Oost-Europa, en te werken aan dat Europa van Gibraltar tot de Oeral waar Charles de Gaulle in november 1953 al over sprak.

Goed twee jaar na de val van de Muur ging een tweede kans voorbij, toen Europa op 1 januari 1992 wakker werd en vaststelde dat de Sovjet-Unie van de kaart was verdwenen. In Maks eerste boek ‘In Europa’ liep Vladimir Poetin maar twee keer door het beeld, waarvan één keer als ‘een frisse ex-KGB’er’. Intussen weten we meer en wordt Rusland, met die frisse KGB’er aan het roer, opnieuw als een dreiging ervaren.

Mak begon zijn tocht in de noordelijkste uithoek van Europa, in het Noorse Kirkenes, aan de grens met Rusland. Want net als in zijn eerste Europaboek besteedt hij in ‘Grote verwachtingen’ uitgebreid aandacht aan Rusland en aan de gecompliceerde relatie die de Europese Unie met dat land onderhoudt. ‘Europa zag niet dat het zelf een geopolitieke macht was geworden’, zegt Mak in het tuinpaviljoen van de Atlas-uitgeverij langs de Amsterdamse Prinsengracht. En eigenlijk staat Europa nog altijd aan zichzelf te twijfelen op het schommelige wereldpodium. Terwijl de tijd dringt. De Franse president Emmanuel Macron stelde onlangs in The Economist dat de NAVO zo goed als hersendood is en de Europese Unie voor de afgrond staat.

‘De verhouding met Rusland zal altijd gecompliceerd blijven’, zegt Mak. ‘Maar de Oekraïnecrisis werd wel veroorzaakt door de EU en door de NAVO, die weinig gevoel hadden voor de positie van Rusland. Tot 1989 was Rusland een koloniaal rijk. De Sovjet-Unie is in het begin van de jaren 90 ingestort. Terwijl de EU de eenwording voltrok, zat Rusland in een aftakelingsproces met veel drama’s en persoonlijke armoede. Ik heb ze nog gezien, de oude vrouwtjes die in de buurt van de stations flesjes met wodka verkochten. Dat bleken dan gewezen leraressen en ambtenaren.’

‘Vanuit het Westen werd met een superieure blik gekeken naar dat aftakelende imperium, met alle frustratie, vernedering en rancune die dat opwekte. Sommige westerse leiders, zoals de oude George Bush, hebben gewaarschuwd voor dat triomfalisme. Enerzijds begrijp je die Russische frustratie, maar aan de andere kant moet een oud koloniaal rijk de gewezen koloniën niet het recht ontzeggen een eigen koers te varen. Moeten de geopolitieke verhoudingen uit de 20ste eeuw gehandhaafd blijven in de 21ste eeuw? Dat was het dilemma in de Oekraïnekwestie.’

Westers triomfalisme

De crisis rond Oekraïne is deels ontstaan uit de blindheid van Brussel voor de Russische gevoelig-heden en voor de eigen positie. Van gewezen Ruslandcorrespondent Hubert Smeets leerde Mak het volgende: ‘Dat associatieverdrag met Oekraïne werd beschouwd als een technische kwestie, zoals elk ander associatieverdrag. Europa zag dat als een afspraak over jampotdeksels. Maar in Rusland is die afspraak over de jampotdeksels zwaar politiek beladen. Dat is het moment geweest waarop de Europese Unie werd geconfronteerd met de vaststelling dat ze zelf een geopolitieke macht was, en dat ze dus ook bedreigend werd.’ Zoals de oprukkende NAVO dat ook was.

In Hongarije is het uit de hand gelopen. Dat zou wellicht al eerder zijn aangepakt mocht Viktor Orbans partij niet gedekt zijn door de Europese christendemocraten.
Geert Mak
Auteur van 'Grote verwachtingen'

En sommigen vonden het dan nog nodig om de zaak te gaan opruien op het Maidanplein in Kiev. ‘Met alle begrip voor de sfeer, voor de menigte die met Europese vlaggen zwaaide, maar net dan moet je erg voorzichtig zijn’, zegt Mak. ‘Je moet daar geen dingen gaan beloven waarvan je de ochtend nadien in je bed al beseft: o, o, dit kunnen we nooit waarmaken. Dan roep je emoties op en schep je een waanzinnige teleurstelling.’

‘Geschiedenis is heel chaotisch als je er middenin zit’, zegt Mak. ‘Achteraf kijken is gemakkelijk. Maar de Amerikanen en ook de Europeanen waren bedwelmd door hun triomfalisme. Het Westen zag niet dat 1989 voor Oost-Europese landen als Polen en Hongarije niet alleen een bevrijding van het communisme was, maar ook een nationale bevrijding. Dat heeft naderhand de houding van Polen en Hongarije bepaald. Allerlei richtlijnen uit Brussel deden denken aan de oude richtlijnen uit Moskou. Het Westen had ook geen oog voor de enorme aftakeling en het uiteenvallen van die sobere samenlevingen in Oost-Europa. Die landen waren hun structuren kwijt, en dat leverde een voedingsbodem voor populisten, of zoals in Polen voor Radio Maria. Jaroslaw Kaczynski kon daar in Polen een partij op bouwen.’

‘Toen ik daar in 1999 rondreed, was ik geschokt door de aftakeling, vooral op het platteland, door de grote achteruitgang van die mensen. Dat beeld heeft het Westen gemist. Men dacht: ‘Ons systeem is fantastisch en dat gaan we daar even snel invoeren.’ Men had geen oog voor de enorme prijs die daarvoor werd betaald door de gewone mensen. Omdat de tijden onzeker zijn, vlucht men dan toch maar weer naar vaste modellen, zoals kerk en vaderland in Polen, en in Hongarije de volkse leider die op het juiste moment cadeautjes uitdeelt.’

In ‘Falend licht’, het jongste boek dat de Bulgaarse opiniekneder Ivan Krastev schreef met de Amerikaanse jurist Stephen Holmes, heeft hij het over ‘de imitatiedemocratieën’ in Oost-Europa. Maar die fase is al voorbij, volgens Mak. ‘Viktor Orbán heeft al ettelijke malen het West-Europese model de oorlog verklaard, met de woorden: ‘Niet hun Europa maar ons Europa gaat het worden.’’

‘Het verschilt allemaal van land tot land. Maar in Hongarije is het uit de hand gelopen. Dat zou wellicht al eerder zijn aangepakt mocht Orbáns partij Fidesz niet gedekt zijn door de Europese christendemocraten. Bovendien had Europa de handen vol met crisissen - Oekraïne, migratie, brexit - waardoor het niet aan onderhoudswerk toekwam. Orbán is daar het resultaat van.’

‘Theaterpolitiek’ is een woord dat valt als het over de Europese politiek gaat. Mak vertelt over de Nederlandse journaliste Saskia Dekkers. Die trok naar Lesbos en Samos om te bekijken hoe Europa daar de vluchtelingenopvang aanpakte. Het was er een volstrekte bende, met één ambtenaar die per dag twee vluchtelingen inboekte. Ze berichtte daarover en kreeg niets dan woede over zich. ‘Maar ja, probeer maar eens een migratiepolitiek te voeren met 27 landen die als kikkers uit de emmer springen’, zegt Mak.

Mak pleitte ooit voor een Europese herneming van het Federal Writers’ Project van de Amerikaanse president Franklin Roosevelt. Schrijvers en fotografen werden in de jaren 30 het door crisis geteisterde land in gestuurd om te melden hoe het met de New Deal evolueerde. ‘Je moet verspieders hebben die dwars door de bureaucratie heen rapporteren hoe het er echt aan toegaat’, zegt Mak.

Hij vond geen gehoor voor een dergelijk project. Gelukkig voor de lezer trok hij dan maar zelf op pad.

Lees verder

Gesponsorde inhoud