Barry Eichengreen: Populisten aan de poorten van Europa

Is de Europese crisis voorbij? Stilletjes beginnen beleggers, beleidsanalisten en zelfs bewindslieden daarop te zinspelen. Sinds Mario Draghi van de Europese Centrale Bank op 26 juli plechtig verklaarde “al het mogelijke te zullen doen” om de euro in stand te houden, heeft de euro al bijna 10% gewonnen ten opzichte van de Amerikaanse dollar.

De euro VIX-index, een populaire maatstaf voor de verwachte eurovolatiliteit, is ondertussen aanzienlijk gezakt. Het prijskaartje dat aan bescherming tegen fluctuaties in de euro/dollar-wisselkoers hangt, is de afgelopen maand op het laagste niveau in bijna vijf jaar tijd uitgekomen. Voor Spaanse en Italiaanse overheden zijn de leenkosten eveneens spectaculair gedaald.

Deze veranderingen in de marktomstandigheden worden door een consistent verhaal geruggensteund. De Europese leiders hebben mechanismen ingevoerd om Italië en Spanje te kunnen steunen. Sinds oktober beschikt het Europese continent over een operationeel Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) dat nieuwe Italiaanse en Spaanse staatsobligaties kan kopen indien beleggers een kopersstaking afkondigen.

Tegelijkertijd heeft de ECB een programma van “Outright Monetary Transactions” (OMT) aangekondigd om obligaties te kunnen kopen die al op de secondaire markt verhandeld worden. Voorts hebben de leiders van de Europese Unie op de jongste top nogmaals hun vastbeslotenheid geuit om het ontwerp van een gemeenschappelijk toezichtsmechanisme op 1 januari 2013 afgerond te hebben, zodat dat eind volgend jaar in werking kan treden.

Een bankencrisis en het risico van een staatsbankroet zijn door deze stappen van tafel, zo wordt beweerd. Nu het ESM en de ECB ervoor zorgen dat de rente op staatsobligaties niet meer ongelimiteerd kan stijgen, beschikken landen over alle benodigde tijd – en zij zullen heel wat tijd nodig hebben – om hun schuldenlast naar hanteerbare niveaus terug te brengen. En zodra er een gemeenschappelijke toezichthouder is, mag het ESM bij noodlijdende banken ook direct kapitaal injecteren. Vervolgens kan de nieuwe bankenunie nog worden uitgebreid, zodat deze ook een gemeenschappelijk afwikkelingsfonds omvat dat voor een ordelijke ontbinding van insolvabele instellingen zorgt.

Wel blijven er nog wat leemtes in dit verhaal. Zo is de vuurkracht van het ESM beperkt. Samen met de ECB kan het ESM alleen obligaties kopen van overheden die daartoe een verzoek hebben ingediend, iets wat trotse leiders niet graag zullen doen. De deadline van eind 2013 voor de invoering van de bankenunie is bovendien nog ver weg. En zelfs als er consensus over de noodzaak van een gemeenschappelijk afwikkelingsfonds bestaat – dat is nog niet duidelijk – dan is er nog geen overeenstemming over hoe dat gefinancierd moet worden.

Desondanks beschouwen de markten dit duidelijk als een geruststellend verhaaltje voor het slapengaan – temeer daar de Europese leiders verzekerd hebben dat Griekenland niet uit de eurozone wordt gezet. Bewindslieden onderkennen thans dat voor Europa het “Lehman Brothers-moment” zou aanbreken indien de steun van de EU zou worden stopgezet en de ECB de kredietkraan naar de Griekse centrale bank zou moeten dichtdraaien. De gevolgen zouden catastrofaal zijn, niet alleen voor Griekenland, maar ook voor Portugal, Spanje, Italië en wie weet wie nog meer.

In hun verklaring van 18 oktober gaven de leiders van de eurozone in ondubbelzinnige bewoordingen aan dat zij niet zover willen gaan. Europa is goed in creatief boekhouden, dus er zal vast een of andere weg gevonden worden om Griekenland aan het infuus te kunnen houden.

Is de crisis dan echt voorbij? Beleggers richten zich wellicht vooral op de slotverklaringen na topontmoetingen met beloftes van vergaande hervormingen bij EU-instellingen. Daarmee zien zij echter het werkelijke risico over het hoofd: het wegvallen van de publieke steun voor – of op zijn minst de publieke aanvaarding van – het bezuinigingsbeleid dat noodzakelijk is om de zware schuldenlast weg te werken, plus steun voor de overheden die dat beleid uitvoeren. Massale anti-bezuinigingsprotesten vormen een waarschuwingsteken, evenals groeiende steun onder de bevolking voor neonazistische bewegingen zoals Gouden Dageraad, thans de derde partij van Griekenland.

Mocht er in Europa een “afwijzende” regering aan de macht komen – dat wil zeggen, een regering die de bestaande beleidssituatie eenzijdig verwerpt – dan zou dat onmiddellijk tot een crisis leiden. Een Griekse regering die terstond de voorwaarden van de EU en het Internationaal Monetair Fonds zou verwerpen, zou direct door de ECB van het kredietinfuus worden gehaald en gedwongen worden om de euro te verlaten. Een Spaanse regering die zich op soortgelijke wijze opstelt, zou zichzelf van ieder vooruitzicht op steun vanuit het OMT-programma van de ECB beroven en de markten zouden snel in de aanval gaan.

Sommigen zullen tegenwerpen dat de onheilspellende waarschuwingen voor politieke tegenwerking overtrokken zijn en dat er tot dusverre in nog geen enkel land een “afwijzende” regering via verkiezingen aan de macht is gekomen. Zelfs in Griekenland, waar de omstandigheden het meest ongunstig zijn, vormt Gouden Dageraad nog steeds een minderheidspartij. Helaas kan ik tegen critici alleen “we moeten afwachten” zeggen, daarbij in herinnering roepend dat er na het begin van de Grote Depressie in Duitsland nog bijna vier jaar verstreken voordat de nazi’s aan de macht kwamen.

Europa heeft behoefte aan een groeistrategie die deze politieke geest weer in de fles kan stoppen. De regio zit te wachten op beleid dat de belofte biedt van een lagere werkloosheid en betere tijden. De ernstigste bedreiging voor de euro vormt het feit dat dergelijk beleid maar steeds uitblijft. Die situatie moet veranderen, anders zullen de markten vroeger of later – wellicht met een schok – van dat risico doordrongen raken.

Vertaling: Willemien Rijsdijk

Barry Eichengreen is Professor of Economics and Political Science at the University of California, Berkeley.

Copyright: Project Syndicate, 2012.

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud