Bedrijfswinsten zullen ook in het derde kwartaal ontgoochelen

De Amerikaanse economie is nog lang niet uit de problemen, daar liet de gouverneur van de Amerikaanse centrale bank, de Federal Reserve (Fed) in zijn jongste toespraken geen twijfel over bestaan. De gouverneur, Alan Greenspan, drukte het dan nog zacht uit, wellicht om de publieke en politieke opinie niet voor het hoofd te stoten. De Fed rekent erop dat de Amerikaanse consumenten de economische trein op de rails houden. Maar in het eerste halfjaar verloren al meer dan 770.000 Amerikanen hun job en in een recente enquête liet de Amerikaanse bedrijfswereld weten dat er nog heel wat meer jobs zullen sneuvelen . Er wordt zelfs gefluisterd dat het er meer dan 1 miljoen worden.

Gaan de Amerikaanse burgers dan ook niet langzaam maar zeker hun geldbeugel dichthouden en een einde maken aan de groei van de consumptie, die reeds sterk afnam? De grote retailers voelen het al en moeten heel wat marktaandeel afstaan aan de zogenaamde 'discounters' of verkopers van goedkope consumptieartikelen.

Bedrijven kampen nog steeds met torenhoge voorraden, en dat blijft nog een tijdje zo, al is de jongste maand gebleken dat de voorraden wat zijn verminderd. Daar staat tegenover dat ook de verkopen sterk zijn afgenomen, en dat het dus nog langer duurt eer de bedrijfsvoorraden zijn afgebouwd. Er is geen nieuwe productie nodig, en er ontstaat een overschot aan productiejobs: de cirkel is rond.

In augustus kraaiden de markten victorie over de 2,5 procent groei van de productiviteit van de Amerikaanse werknemers in het tweede kwartaal. Maar was daar reden voor? In dezelfde periode verloren duizenden Amerikanen hun job en werden er ook minder overuren betaald. Minder werknemers verzetten dus meer werk dan in het vorige kwartaal. Maar_. ze produceren minder; dat is toch wat wij lazen in de productiviteitscijfers.

We kunnen niet anders dan besluiten dat de Amerikaanse bedrijfswinsten ook in het derde kwartaal zullen ontgoochelen. Want ook buiten de grenzen valt er niet veel te rapen voor de Amerikaanse exportbedrijven. Zowel in Europa als in Azië is er sprake van een zwakke conjunctuur. Japan staat zelfs op de rand een recessie.

In Europa zal de Europese Centrale Bank denkelijk bakzeil halen en de rente verlagen. De kritiek op de ECB was de jongste weken niet van de lucht. Zelfs binnenkamers begon het wat te rommelen. Gelukkig kwamen de olieprijzen de bank te hulp en kwam er voorlopig een einde aan de tergend oplopende inflatie in Europa.

Hoewel de inflatiegrens van 2 procent nog niet in zicht is, denken we toch dat de ECB zich nu zal laten verleiden tot een renteverlaging. De vraag rijst echter of de ECB niet achter de feiten aanloopt. Reeds een tijdje geleden moest de bank toegeven dat haar economische groeiprognose niet haalbaar was. In de belangrijkste Europese landen stijgt de werkloosheid licht en daalt de industriële activiteit fiks. Gezien veel Europese beurstenoren hun producten en diensten ook afzetten in de Verenigde Staten en in de rest van de wereld, was duidelijk dat ook de Europese exportsectoren onder druk zouden komen en dat de export, een belangrijke groeipijler, het moeilijker zou krijgen. De zwakke euro kon dat een tijdje verdoezelen. Nu de euro wat aantrekt, liggen de kaarten anders.

Het staat voor ons vast dat de Amerikaanse conjunctuurtrein het eerst onder stoom zal komen en de Europese enkele maanden later. Voor beleggers is de boodschap: Amerikaanse aandelen zijn zeker vanaf het begin van volgend jaar onze eerste keuze. De renteverlagingen die de Fed de jongste maanden doorvoerde, de belastingverlagingen en de zeer goede inflatiecijfers doen ons vermoeden dat eerst de aandelen van de Amerikaanse bedrijven die alleen op hun binnenlandse markten opereren, de beste zaken zullen doen. Meestal zijn dat de zogenaamde "mid caps" en "small caps", vaak niet zo bekend bij ons maar met uitstekende fundamentele waarderingscijfers, al zit ook in deze sector nog kaf tussen het koren. De toeleveranciers van de multinationals komen nog niet in aanmerking. Eerst willen we echter duidelijk zien dat de "verwachte bedrijfswinsten" aan een comeback toe zijn.

Over de Amerikaanse dollar maken we ons niet zo veel zorgen. De recente stijging van de euro is louter te danken aan de zwakke economische prestaties van de Verenigde Staten. Wanneer de Amerikaanse economie weer opveert, zal de euro gas moeten terugnemen. Wij zijn van oordeel dat de Amerikaanse conjunctuur en de bedrijfswinsten ten vroegste tegen het einde van het jaar aantrekken. De koopjesperiode rond Kerstmis zou wel eens de aanzet kunnen zijn. Beleggers doen er goed aan om tegen die tijd wat reserves aan te leggen, menen wij op basis van de fundamentals.

Alleen op basis van de fundamentals een beleggingsstrategie opbouwen, is echter niet altijd verstandig. Een belegger doet er goed aan de fundamentele visie te laten bevestigen door wat op de beursvloer gebeurt, of door de timing. Ons timingmodel geeft aan dat de emoties in de komende weken stevig kunnen oplaaien op de beursvloer. De koersen van de toonaangevende S&P500-index zouden terugvallen tot op de laagste koersen van dit jaar. Het zoeken van de "winners" kan tot en met oktober gelijkstaan aan het zoeken van een naald in een hooiberg. Ons lijkt het beter om de kat uit de boom te kijken.

Wat we vandaag zien op de beursvloer, bruist niet van activiteit. De koersen zitten al een tijdje gevangen in een koerskanaal. Alleen een frisse wind van niet verwachte mooie bedrijfsresultaten kan het tij doen keren.

Wie onze visie volgt, raden we aan vooral de technologie- en telecomaandelen tot een minimum te beperken. Wie op groot verlies zit in deze sector, heeft vaak de mogelijkheid om met de opbrengst van de verkoop van de aandelen tegen de zeer lage koersen, call opties te kopen op langere termijn - wel is dat enkel mogelijk op de grote aandelen. Als de koersen over enkele maanden aantrekken, maakt de stijging van de opties door het hefboomeffect mogelijk snel de verliezen goed. Want het is duidelijk dat deze aandelen er lang zullen over doen om opnieuw op hun hoogste koers te staan.

Een belegger kan beslissen niet langer te focussen op individuele aandelen, maar op de zogenaamde "index shares" die steeds meer op de markt komen. In de Verenigde Staten is deze markt al goed uitgebouwd, zeer liquide en zeer representatief. In Europa zijn we nog niet zo ver. Op Euronext staan de "Bloomberg I-shares" genoteerd, aandelen van Europese sectorindexen, maar voorlopig is de liquiditeit nog te klein. Toch is het een aanrader deze van nabij te volgen. Deze aandelen bestaan uit een korf, met het grote voordeel van een mooie spreiding. Grote spreiding is nu zeker aan te raden, want bijna iedere dag horen we dat een of andere beursgenoteerde onderneming de beleggers onaangenaam verrast met de bedrijfsresultaten of "incidenten", denk maar aan Bayer.

Een indexaandeel met voldoende liquiditeit is de EuroStoxx 50 LDRS, genoteerd in Amsterdam en Parijs, en samengesteld zoals de EuroStoxx50-index. Een belegger die succesvol belegt in deze indexaandelen, zal het beter doen dan menig stockpicker. Indexaandelen hebben een lager koersrisico dan individuele aandelen.

Wie op korte termijn in aandelen belegt, heeft het vandaag zeer moeilijk om te scoren. Wanneer de koersen van de grote marktindexen zijwaarts gaan, is dat immers bijna onmogelijk. We kennen geen enkele technische indicator die succesvol handelen mogelijk maakt bij laterale koersen. De meeste indicatoren geven slechts een aankoopsignaal wanneer de koersen al een tijdje stijgen. Daar is niets mis mee, maar bij een zijwaartse koersbeweging is het dan al te laat. Een tip kan hier zijn even helemaal van het toneel te verdwijnen wanneer er twee opeenvolgende valse koerssignalen zijn geweest.

We krijgen vaak van beleggers te horen dat ze niet tevreden zijn over de beleggingsadviezen bij hun bank. Meermaals stelden wij echter vast dat niet de bank zelf, maar wel de klantenadviseur zwaar in de fout ging door af te wijken van de beleggingsadviezen van het beleggingscomité van de bank zelf, zij het met de stilzwijgende goedkeuring van de directie.

Beleggers doen er ook goed aan duidelijke afspraken te maken met hun bankier. Wanneer bijvoorbeeld het aandelensegment in een beleggingsportefeuille door hogere koersen uitstijgt boven het overeengekomen maximum, dient er aan "rebalancing" te worden gedaan. Het percentage aandelen moet, bijvoorbeeld door de sterkst gestegen aandelen te verkopen, worden teruggebracht tot het overeengekomen deel in de portefeuille. Goede afspraken nu garanderen een goed gevoel in de toekomst.

Sinds maart vorig jaar hebben we gewaarschuwd dat de aandelenkoersen zouden dalen omdat ze op basis van de verwachte bedrijfswinsten toen al fors overgewaardeerd waren. Een van de belangrijkste redenen voor ons pessimisme was de daling van de economische barometer van de OESO. Wanneer de conjunctuur onderuitgaat, volgen de bedrijfswinsten. Een top-downanalyse is dus onontbeerlijk om op lange termijn goed te kunnen boeren als belegger, maar we zien ze graag bevestigd door wat de markten laten zien op de beursgrafieken.

Vandaag zegt zowel de top-down- als de timinganalyse dat we de kat nog even uit de boom moeten kijken. De kans op een fikse koerscorrectie is nog steeds groter dan die op een behoorlijke koersstijging. Wij vermoeden dat dit zo blijft tot begin oktober.

Nogal wat beleggers verwijten ons al een hele tijd pessimistisch te zijn. Blijkbaar nemen zij hun dromen voor werkelijkheid. De tijd heeft uitgemaakt dat we de beleggers sinds vorig jaar op het juiste beleggingsspoor hebben gehouden. We hopen dat ook de volgende maanden te kunnen doen, ook al moeten we nog een heel jaar pessimistisch blijven. We houden de vinger aan de pols en passen de strategie aan wanneer er voldoende factoren aanwezig zijn om weer te geloven in goede conjunctuurvooruitzichten en hogere bedrijfswinsten.

De auteur is financieel-economisch consulent en leidt het Instituut voor Beleggingsstrategie.

Dit artikel verscheen in de Zaterdag Tijd van 25 augustus

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud