België ziet Europese vennootschap als opvolger coördinatiecentrum

In Europa bestaan zoveel tegenstrijdige financiële belangen tussen landen dat enkel de Europese vennootschap de interne concurrentiestrijd kan doen ophouden. Pas dan kan Europa als een geheel optreden tegen de andere economische machtsblokken in de wereld als het op de vestiging van ondernemingen aankomt. De Europese top van Nice eind 2000 was bijzonder hoopgevend, zegt Jean-Yves Dopchie, omdat daar onverwacht het principe van de Europese vennootschap werd aanvaard. Achteraf kwam de ontnuchtering toen bleek dat men een Europese vennootschap naar Belgisch, Frans, Duits recht enzovoort bedoelde, en niet een Europese vennootschap naar Europees recht, wat het had moeten zijn.

België kan als klein land niet optornen tegen de concurrentie van grote Europese landen. Speciale regelingen zoals voor de coördinatiecentra en distributiecentra zorgen voor enig weerwerk, maar ook andere lidstaten van de Europese Unie pakken openlijk of verdoken uit met bijzondere gunstregelingen. Als een aantrekkelijke fiscale regeling zoals die van het Belgisch coördinatiecentrum op last van Europa eerlang wordt geschrapt, dreigt een uittocht van multinationale ondernemingen die nu in ons land hun Europees of internationaal hoofdkwartier hebben.

De Europese vennootschap kan voor België de uitkomst bieden, vindt Jean-Yves Dopchie, op voorwaarde dat het een Europese vennootschap naar Europees recht wordt die naast een Europees vennootschapsrechtelijk statuut ook een Europees fiscaal en sociaalrechtelijk statuut krijgt. De mate waarin Europa hierin slaagt, zal bepalen in welke mate de Europese Unie kan concurreren met de andere economische machtsblokken in Azië en Noord-Amerika. Dopchie vindt dat ook de vakbonden zich dringend in het debat moeten mengen. Uiteindelijk draait het hele debat rond werkgelegenheid.

Met de Europese vennootschap verdwijnt de ongezonde concurrentiestrijd tussen de landen van de Europese Unie, onderstreept Dopchie. Multinationale ondernemingen kunnen voortaan als één vennootschap, met één raad van bestuur en één algemene vergadering, heel de Europese Unie bestrijken. Een en ander kan de Europese gedachte in een nieuwe versnelling brengen. Kleine landen zoals België moeten dan niet meer opboksen tegen grote buren zoals Frankrijk en Duitsland om bedrijven aan te trekken. Voor de ondernemingen zelf zit er een forse kostenbesparing in, kunnen de groepsliquiditeiten zonder fiscale afroming in heel de Europese Unie circuleren en moet nog maar één jaarrekening ingediend worden. Deze laatste aspecten worden heel vaak over het hoofd gezien maar zij zijn belangrijk in deze discussie, onderstreept Dopchie.

Het gevaar dat lidstaten fiscale inkomsten, met name vennootschapsbelasting, zullen derven, kan worden opgevangen, meent Dopchie. De Europese vennootschap zal als één vennootschap nog maar één fiscale vennootschapsbelastingaangifte moeten indienen, wat neerkomt op het huidige systeem van fiscale groepsconsolidatie dat al in enkele Europese lidstaten van toepassing is. De Europese vennootschappen kunnen de vennootschapsbelasting betalen aan de lidstaat waar de maatschappelijke zetel gevestigd is of rechtstreeks aan de Europese Unie, die daarmee een nieuwe inkomstenbron zou krijgen. Een deel van de opbrengsten kan ook herverdeeld worden.

In dit kader is het interessant te verwijzen naar eerdere voorstellen van het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO). De werkgeversorganisatie stelde in maart 2000 al voor om een uniforme belastingregeling uit te werken voor de Europese vennootschap. Voor het VBO is dit de ideale oplossing om overdreven fiscale concurrentie in de unie tegen te gaan. Internationale groepen, die een Europese vennootschap oprichten, zouden in heel de Europese Unie dezelfde fiscale regels kunnen toepassen, één groepsaangifte indienen en één keer belasting betalen. Uiteindelijk moet enkel nog een verdeelsysteem van de belastingopbrengsten over de lidstaten bedacht worden. De bedrijven moeten vrij kunnen kiezen voor dit geconsolideerde systeem van belastingheffing, dat tegelijk ook de verliesverrekening en transnationale fusie zou vergemakkelijken. Op die manier zou een Europese fiscale eenheidsmarkt worden gecreëerd. De toenemende economische integratie van de Europese Unie en de ontwikkeling van de Europese Muntunie dulden niet langer uitstel, vindt het VBO. KB

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud