Bodemturen op de beurs: het betere gis- en gokwerk

Eind ' 98 werd een gecumuleerd koersverlies voor de S&P500-index van 11 procent over drie maanden rechtgezet door een koersopstoot met 12 procent in de daaropvolgende maand. Tussen maart en september ' 74 viel de S&P500-index met eenderde terug. In oktober van dat jaar kende de markt een remonte met 16 procent. Na een nieuwe inzinking met 8 procent in november ging de markt in het halfjaar dat daarop volgde met 35 procent de hoogte in. Hetzelfde beeld van de spectaculaire heropleving na een crash vinden we terug in ' 87 en 1990.

De "business cycle"-theorie (BCT) is een van de meest gehanteerde methodes om te beslissen welke activa op welke tijdstippen te overwegen in een financiële portefeuille. Het model onderscheidt 4 fasen in de economische cyclus. Naargelang de fase waarin de economie zich bevindt, belegt men meer dan gemiddeld in cash (vertraging), obligaties (inzinking), aandelen (herstel) of grondstoffen (boom).

Op het eerste gezicht is de BCT makkelijk toepasbaar. In de praktijk worstelt het model met tal van problemen. Vooreerst veronderstelt het model dat de belegger de overgang van de ene naar de andere fase perfect voorspelt. De laatste maanden blijkt dat alle duurbetaalde marktstrategen hier de nodige moeite mee ondervinden.

Ten tweede bestaat er geen overeenstemming in de financiële wereld wanneer precies de overstap maken van de ene naar de andere financiële categorie. Gaan we op het dieptepunt van de inzinking van obligaties naar aandelen, of wachten we de eerste tekenen van herstel af?

Zakenbank ABN AMRO toetste de theorie van de BCT aan de praktijk vanaf 1869. De studie bevestigt de volgorde van overschakeling van het ene financiële actief naar het andere. De beste return over de gehele periode werd echter behaald door de timing van de rotatie telkens één fase op te schuiven. Dit betekent bijvoorbeeld wachten met een overweging van aandelen tot de economie opnieuw groeit in een tempo dat boven trendgroei over een lange termijn ligt.

De timing die uit de studie naar boven komt druist volledig in tegen wat intuïtief normaal lijkt. Waarom aandelen kopen in de "boom"-fase wanneer verwacht kan worden dat de inflatie en de rentevoeten zullen aantrekken?

Als gevolg van bovenvermelde problemen gingen we zelf op zoek naar mogelijke indicatoren die iets meer kunnen zeggen over het ideale instapmoment. Pieken in koersvolatiliteit vallen vaak samen met een breuk in de trendevolutie van de jaar-op-jaarreturns. Vier keer op vijf maakte de uitzonderlijk hoge volatiliteit komaf met een stijgende trend. Eén keer - net na de crash van ' 87 - viel de piek samen met het dieptepunt van de beurs. Vandaag staat de koersvolatiliteit op haar hoogste punt van de laatste 10 jaar. Hopelijk krijgen we een herhaling van het 1987-scenario. Het huidige draaiboek meldt echter niet of de volatiliteit reeds haar piek heeft bereikt.

Ook de volatiliteit van de winstvoorspellingen biedt interessante informatie. Als die stijgt, betekent dit dat de voorspellingen almaar verder uit elkaar liggen.

Na een piek in 1994 en de schommeling rond het gemiddelde tussen 1995 en begin 1998, kende de volatiliteit een explosieve stijging vanaf de tweede helft van 1998. De Aziatische crisis, de forse stijging van de olie- en grondstofprijzen en de (te) hooggespannen verwachtingen van de nieuwe economie vormen de verklaring. De laatste maanden is de stijgende trend in de volatiliteit enkel toegenomen.

Een toenemende onduidelijkheid over de toekomst hoeft niet onmiddellijk te leiden tot een terugval van de koersen. De marktbubbel tussen september ' 99 en april 2000 is daarvan het bewijs. Toch is een toename van onzekerheid per definitie niet gezond voor het beursklimaat.

Heeft de volatiliteit haar top bereikt? Zo ja, dan betekent dit dat de mist omtrent de toekomst langzaam aan het optrekken is. Dalende onzekerheid geeft aanleiding geven tot stijgende koersen. Maar net zoals bij de koersvolatiliteit blijft ook hier weer de vraag open of de top inderdaad bereikt is.

Uiteindelijk wordt het beursniveau bepaald door de evolutie van de twee belangrijke parameters: de rentevoeten en de winsten. Het Amerikaanse onderzoeksbureau International Strategy & Investment Group (ISI) onderzocht de toestand van beide parameters gedurende de beursrally 's die het einde inluidden van de recessies in 1970, 1975, 1982 en 1991.

In elk van deze rally 's ging de stijging van de aandelen gepaard met een daling van de langetermijnrentevoeten. De recente evolutie in Amerika is bemoedigend. Obligatierendementen piekten in maart van dit jaar anticiperend op een herstel dat er niet kwam. De voorbije maanden is het rendement van overheidsobligaties op 20 jaar teruggevallen van 6,12 naar 5,65 procent.

Voorts stelde ISI vast dat de evolutie van de operationele winsten van de S&P500-aandelen steeds zwaar onder het niveau van het voorafgaande jaar lagen. Voor de vier onderzochte periodes kwam de gemiddelde daling uit op 16,5 procent. Ook nu zitten we in de buurt van dit historisch gemiddelde. Maar is het dieptepunt reeds achter de rug?

In april dacht de markt van wel. De grootte van de negatieve winstbijstellingen viel sterk terug en de S&P500-index klom in één maand 10 procent hoger. Mei, juni en juli brachten de ontnuchtering. Sinds eind april werden de Amerikaanse winsten voor 2001 cumulatief met 10 procent neerwaarts bijgesteld. In Europa gingen de verwachte winsten 11 procent lager. Ondanks de dalende rentevoeten is het normaal dat ook de beurzen lager gingen. Zolang een bodem in de neerwaartse winstbijstellingen niet bereikt is, zal pessimisme het beursklimaat blijven ondermijnen.

In augustus ogen de winstbijstellingen al veel beter. Wordt de beweging in september bevestigd, dan mag misschien een mooi vierde kwartaal worden verwacht. Zo 'n bevestiging is echter verre van een vaststaand feit. Uitgaande van de winstverwachtingen in augustus zou de winst in 2002 zowel in Amerika als in Europa 17 procent hoger moeten uitkomen dan in het lopend boekjaar. Daarmee zou niet alleen de dip in 2001 volledig weggewerkt zijn. Een dergelijke stijging zou zelfs de recordwinsten van 2000 van de kaart vegen. Uitgaande van de overwegend sombere berichten van over de oceaan, lijkt dit ons iets te veel van het goede. Alvorens onze drie indicatoren het licht volledig op groen zetten, slaan we de jojobewegingen van de aandelen gade vanop de zijlijn.

Koen DE LEUS

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud