Advertentie

Commissie Preventief Bedrijfsbeleid technisch werkloos

De commissie heeft tot taak ondernemingen of exploitatie-eenheden in het Vlaams Gewest aan te sporen tot een beleid gericht op het voorkomen van moeilijkheden die hun leefbaarheid kunnen bedreigen. Deze opdracht is beperkt tot ondernemingen die vijftig of meer werknemers tewerkstellen.

Na analyse van de toestand van een onderneming, beslist de commissie of ze al dan niet aanbevelingen aan de onderneming doet. De eventuele aanbevelingen worden meegedeeld aan de leden van de ondernemingsraad en aan de Vlaamse regering. De bedrijfsleiding dient binnen dertig dagen aan de commissie mee te delen welk gevolg ze aan de aanbevelingen geeft. De commissie evalueert de reactie en deelt haar conclusies mee aan de ondernemingsraad en aan de Vlaamse regering. Indien een onderneming in ernstige moeilijkheden verkeert, brengt de commissie de Vlaamse regering daarvan op de hoogte.

Sinds jaar en dag klaagt de commissie over een gebrek aan tijd en middelen en pleit ze voor een versterking van haar secretariaat opdat dossiers sneller en vollediger zouden kunnen worden samengesteld. In plaats daarvan werden twee van de medewerkers van niveau 1, waaronder de secretaris van de commissie, begin dit jaar gedetacheerd naar de dienst expansiesteun "om de achterstand inzake dossierbehandeling op die dienst weg te werken". Bovendien werden een aantal medewerkers ziek, zodat het secretariaat half januari was teruggevallen op 1 medewerker van niveau 1 en twee van een lager niveau. Het kader bedraagt vier medewerkers van niveau 1 en drie ambtenaren van een lager niveau.

"Gelet op deze situatie heeft de commissie moeten vaststellen dat ze de decretaal opgelegde taken niet verder kan uitvoeren ... Ze moet zich noodgedwongen beperken tot het afhandelen van de lopende zaken tot ze opnieuw over een volwaardig secretariaat beschikt".

De vakbonden klagen "de teloorgang van de Vlaamse faillissementspreventie" aan en vragen dat de commissie opnieuw voldoende werkingsmiddelen ter beschikking krijgt. Volgens ACV en ABVV werkt de commissie zuinig, zorgt ze voor een maatschappelijk terugverdieneffect en houdt ze als overheidsdienst de vinger aan de pols van het bedrijfsleven.

In 2000, blijkt uit het pas verschenen jaarverslag van de commissie, vielen circa 2.650 ondernemingen onder toezicht van de commissie. Ze werden allemaal onderworpen aan een falingspredictiemodel en een kernratio-analyse. Van 630 ondernemingen werd ook een tweede analyse besproken. Uiteindelijk besliste de commissie dat 130 ondernemingen moesten worden bezocht met het oog op het opstellen van een volledig continuïteitsverslag. Bij gebrek aan tijd en middelen kon de commissie slechts 81 ondernemingen bezoeken om op grond van de ter plaatse verzamelde informatie een continuïteitsdossier samen te stellen. Aan 14 bedrijven werd een aanbeveling verzonden met kopie aan de ondernemingsraad en de bevoegde minister. 17 ondernemingen werden gemeld aan de minister van Economie: zeven wegens weigering tot medewerking met de commissie, vijf ondernemingen omdat ze in grote moeilijkheden verkeerden en vijf bedrijven omwille van bijzondere problemen die onder de aandacht van de minister van Economie of zijn collega 's moesten worden gebracht.

De commissie stelde in 2000 een stijging met 7,9 procent vast van het aantal faillissementen van ondernemingen met personeel. Het aantal faillissementen van ondernemingen zonder personeel daalde daarentegen met liefst 18,3 procent.

In 1999 was er een omgekeerde trend: het aantal faillissementen bij ondernemingen met personeel daalde, terwijl het aantal faillissementen bij ondernemingen zonder personeel steeg. Een verklaring voor deze ommekeer ligt volgens de commissie niet direct voor de hand.

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud