Consumptie gezinnen daalt voor het eerst in drie jaar

De gezinsconsumptie, de grootste component van de binnenlandse vraag, daalde in het tweede kwartaal met 0,7 procent tegenover het eerste kwartaal. De netto-uitvoer (uitvoer min invoer) leverde net als in het eerste kwartaal weer een negatieve bijdrage tot de economische groei. De netto-uitvoer zakte met 11 procent omdat de uitvoer meer daalde dan de invoer. De sterke stijging van de voorraden ondersteunde de economische activiteit, maar de bedrijfsinvesteringen daalden met 4 procent. De overheidsconsumptie en de investeringen van de gezinnen en overheid hadden maar een beperkte invloed op de groei.

Zoals verwacht tonen de sectorale gegevens aan dat de negatieve economische groei vooral te wijten is aan de zwakke prestatie van de industrie. De toegevoegde waarde - het verschil tussen de omzet en de aankopen - van de verwerkende nijverheid verminderde met 1,5 procent. De industrie is de meest conjunctuurgevoelige bedrijfstak van de economie en is daarom het meest gevoelig voor de groeivertraging van de wereldeconomie. De toegevoegde waarde van de bouwnijverheid daalde lichtjes en de activiteit van de dienstensector en landbouw bleef ongeveer stabiel.

Het is de eerste keer in tweeëneenhalf jaar dat het BBP daalt tegenover het voorgaande kwartaal. In het eerste kwartaal was er een economische groei van 0,4 procent. De jaar-op-jaarstijging van het BBP vertraagde van 2 procent in het eerste kwartaal tot 1,5 procent in het tweede kwartaal.

Het INR publiceerde woensdag nationale rekeningen volgens een nieuwe methodologie. Voortaan corrigeert de overheid de cijfers niet alleen voor seizoensinvloeden, maar ook voor veranderingen van het aantal werkdagen. Deze door de Europese Unie aanbevolen methode leidde tot een beperkte verandering van de groeicijfers.

De binnenlandse werkgelegenheid bleef stabiel op 3.954.000 banen. Het is de eerste keer sinds het eerste kwartaal van 1996 dat het aantal personen met een job niet toeneemt. De ontslagen die de jongste weken werden aangekondigd, suggereren dat de werkgelegenheid in het derde en vierde kwartaal daalt.

Indien het BBP in het derde en vierde kwartaal niet verandert, groeit de Belgische economie dit jaar met 1,3 procent. De raming van 1,3 procent groei in 2001 is ook het cijfer dat de regering vorige week publiceerde bij de voorstelling van de begroting. Zij is gebaseerd op een groei van -0,3 procent in het derde kwartaal en +0,3 procent in het vierde kwartaal. De meeste economen verwachten voor het vierde kwartaal evenwel een negatieve of nulgroei. WV

Pagina 2: Commentaar

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud