De ware remmen voor starters

Dat brengt een onderzoek naar remmen voor de startende ondernemingen aan het licht. Meer nog dan de administratie hebben de banken de boter gegeten. Dat kredietschaarste de economische heropleving bemoeilijkt, is voor vele starters blijkbaar al geen nieuws meer.

België zit in de staartgroep van landen, als het op kenmerken van proactief ondernemerschap en mogelijkheden tot innovatie aankomt. Dat bleek bij het opstellen van de Global Entrepreneurship Monitor (GEM). Volgens het GEM-onderzoek haalt België met het percentage van zijn bevolking dat betrokken is bij het opzetten van een eigen onderneming of werkt in een startend bedrijf, slechts de 17de score op 21 landen. Per regio halen Wallonië en Brussel nog behoorlijke scores, maar eindigt Vlaanderen allerlaatste in Europa.

Een van de grote hinderpalen leek tot dusver de overheidsadministratie te zijn. Dat wou men in België verder onderzoeken. Professor Hans Crijns en dr. Frank Verzele, de onderzoekers van het Centre for Entrepreneurship van Vlerick, stelden voor de vraag open te trekken en te polsen naar verscheidene mogelijke remmen in de omgeving van starters.

Het initiatief voor het onderzoek kwam van het Fonds Lionel van den Bossche, dat jaarlijks geld ter beschikking stelt van de Koning Boudewijnstichting (KBS), om jonge ondernemers te steunen. De stichting richtte samen met Fortis Bank 13 jaar geleden het Fonds Jonge Ondernemers op. Dit fonds schonk ondertussen 313 starters een beurs ter waarde van 5.000 euro (200.000 frank), die zij aan advieswerk door deskundigen hebben besteed. Professionele begeleiding op maat moet in belangrijke mate de slaagkansen van nieuwe ondernemers verhogen.

Van de aangeschreven bursaalbedrijfjes uit de periode 1998-2000 vulde 45 procent de vragenlijst in. 'Het profiel van de antwoorders is niet representatief voor het hele starterslandschap, want bij de bursalen gaat het kennelijk om KMO's met een meer dan gemiddeld scholingsniveau', legt onderzoeker Frank Verzele uit. 'Maar dat betekent ook dat, als zij iets als een rem ervaren, de andere starters daarvan allicht ook last van hebben.'

Eerst vroegen de onderzoekers de bedrijven naar een spontane reactie op de algemene vraag wat zij in hun omgeving als remmen ervaren. Elke respondent mocht zijn voornaamste twee remmen opgeven. Liefst in de helft van de gevallen noemden zij het gebrek aan financiële middelen een remmende factor. 37 procent gaf spontaan het personeel en het menselijk potentieel als probleem en 29 procent citeerde de administratieve verplichtingen. Logistieke problemen scoorden 14 procent en de toegang tot onderzoek en innovatie 9 procent. Deze vijf aspecten werden nader onderzocht.

Marketingaspecten, zoals de algemene marktevolutie en de concurrentiedruk, haalden respectievelijk 21 en 18 procent, maar daar gingen de onderzoekers niet dieper op in. 'Wij richtten het onderzoek sterk op de operationele kant', verklaart Frank Verzele. 'Wij wilden weten hoe de jonge ondernemer concreet functioneert en welke problemen hij daarbij dagelijks tegenkomt.'

Bij de specifiekere vragen naar de financiële middelen kwamen al meteen drie duidelijke remmen naar voren. Meer dan de helft van de bedrijven ervaart de betalingstermijnen die hun klanten eisen als een flinke rem. Het verwerven van financiële middelen door leningen bij financiële instellingen is voor 54 procent van de starters een probleem. Het binnenhalen van financiële middelen uit aandelenkapitaal en dus via investeerders, beschouwen twee bedrijven op de drie die ernaar zoeken als een remmende factor. Banken en kapitaalverschaffers doen dus moeilijk.

Frank Verzele: 'Allicht heeft het probleem veel te maken met een doodgewoon gebrek aan belangstelling vanwege de banken. De lokale kantoorhouder moet uitrekenen hoeveel hij op een bepaald krediet kan verdienen en dat valt bij starters meestal te mager uit. Daar komt bij dat banken nu vragen stellen over alle kredietoperaties voor alle bedrijven.' Ook recente cijfers van de Nationale Bank gaven een duidelijke daling aan in de kredietverstrekking aan niet-financiële vennootschappen.

Benoit Fontaine, adjunct-directeur van de Koning Boudewijnstichting, 'De kredietrelatie met een starter ligt voor een bank hoe dan ook moeilijk, omdat de basis voor een krediet vooral het terugbetalingsvermogen van het bedrijf is. Daarover kan de bank uiteraard geen informatie vinden. Banken zeggen dat de waarborgen voor het krediet minder belangrijk zijn.' Toch botsen starters op hoge waarborgeisen.

'Een kantoordirecteur heeft het niet onder de markt, want hij kan vaak een krediet moeilijk verantwoorden volgens de regels waarmee hij moet werken. Hij moet soms bijna gek zijn om het kapitaal beschikbaar te stellen', meent Frank Verzele. 'Wil de starter een ernstige kans maken op een krediet, dan kan hij best een kantoordirecteur opzoeken die affiniteit met hem heeft. Een echt luisterend oor zal beter begrijpen wat er nodig is.'

Uit de recente GEM-studie bleek dat er genoeg formeel risicokapitaal voorradig is, maar ook dat de verschaffers pas echt de oren spitsen voor investeringen vanaf 50 miljoen frank (1,25 miljoen euro), meldt Frank Verzele. Dat is vaak veel te hoog gegrepen voor een kleine starter. De opkomst van de netwerken van business angels zou dit euvel moeten verhelpen. Voor het allerprilste begin moet het Participatiefonds ook soelaas bieden. Maar daar kunnen ze administratief de aanvragen niet snel genoeg verwerken. Er is dus blijkbaar een grote behoefte aan de achtergestelde leningen van dit fonds, maar het kan er niet tijdig aan voldoen. En tijd is hier echt wel geld.

Frank Verzele geeft starters een tip: verzorg je netwerken. 'Starters kennen te weinig ondernemers met kapitaal en omgekeerd. Dat moet anders kunnen. Daar komt bij dat onze starters meestal niet zoals die in de Angelsaksische wereld over goede communicatievaardigheden beschikt. Daar schaven zij best aan.'

Willem de Bock

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud