Engelse beleggers kopen alleen aandelen om mee te pronken

Het beeld dat Angelsaksische beleggers bestuursvoorzitters het vuur aan de schenen leggen, is voor wat betreft professionele Britse vermogensbeheerders de afgelopen jaren steeds dichter bij de werkelijkheid komen te liggen. Er zijn de laatste twee jaar al heel wat voorzitters gesneuveld vanwege slechte prestaties. De ereprijs voor de professionele beleggers is de scalp van BT-voorzitter Iain Vallance, die in mei moest opstappen. `

Bankiers en beleggingsanalisten kunnen boeiend vertellen over deze assertieve houding van de professionals. Een verkeerd of saai advies leidt niet zelden tot een verkoeling van de verhoudingen. 'Dank je voor het idee, maar ik heb geen interesse en bel me ook de komende twaalf maanden alsjeblieft niet meer', is het beleefde doch dringende verzoek dat vermogensbeheerders van pensioenfondsen, verzekeraars en beleggingsfondsen steeds makkelijker neerleggen.

Gelukkig zijn er ook nog particuliere beleggers in het Verenigd Koninkrijk, die vooral voorzichtig en voor de lange termijn beleggen. De Britse effectenbezitters zijn verenigd in Proshare. Deze vereniging schat dat een kwart van de Engelsen (dus exclusief Schotland, Wales en Noord-Ierland), te weten ongeveer twaalf miljoen mensen, aandeelhouder is van een of meer Britse bedrijven. Daarmee komen de Engelsen achter onder meer de VS (48%), Australië (40%), Zweden en Zwitserland (elk 36%). De verspreiding van het aandelenbezit heeft twee grote impulsen gekend. De eerste was de privatiseringscampagne in de jaren tachtig. Beursgangen van bedrijven als BT, BP en British Gas brachten het aantal particuliere bezitters van aandelen - gelokt door kortingen - van drie miljoen naar tien miljoen.

Een jaar of vijf geleden is daar een golf van banken achteraangekomen, die van gemeenschappelijk bezit werden omgevormd tot (beursgenoteerde) vennootschappen. Halifax, Alliance & Leicester en de Woolwich waren hier de bekendste voorbeelden en het aantal Engelse aandeelhouders groeide hierdoor naar vijftien miljoen.

Onder deze vijf miljoen nieuwe aandeelhouders bevonden zich veel spaarders, die binnen een jaar of twee afstand deden van hun meer riskante bezit. Zodoende zijn er nu ongeveer twaalf miljoen beleggers over. Die groep wordt geacht langzaam maar zeker te groeien omdat steeds meer bedrijven hun werknemers deels in aandelen betalen.

De Britten sparen sinds de laatste wereldoorlog in hoge mate collectief voor hun pensioen. In 1957 bijvoorbeeld werd van alle Britse aandelen nog twee derde door particulieren gehouden, iets meer dan 3 procent door pensioenfondsen en 9 procent door verzekeraars. Nu is 16 procent van de Britse aandelen direct in handen van particulieren, 20 procent ligt bij pensioenfondsen en nog eens 22 procent bij verzekeraars.

Deze verschuiving naar sparen via levensverzekeringen en pensioenfondsen maakt het minder noodzakelijk om privé ook nog eens aandelen te houden. Naast de levensverzekering, het pensioen en de afbetaling van de hypotheek wordt particulieren namelijk ook nog altijd geadviseerd om eerst een flinke financiële buffer bij de spaarbank op te bouwen alvorens in aandelen te stappen.

Het is eigenlijk een wonder dat er toch nog twaalf miljoen Engelsen privé aandelen bezitten. Dit gebeurt in toenemende mate via fiscaalvriendelijke rekeningen, zogenoemde Individual Savings Accounts of ISA 's. In een ISA kan per persoon per jaar tot 7.000 pond (11.367 euro) belastingvrij opzij worden gezet. De ISA kan bij de supermarkt worden afgesloten, zodat ook mensen met bankvrees (miljoenen Britten hebben geen bankrekening) worden bereikt. Een inleg van 50 pond (81 euro) per maand is het minimum. De ISA wordt nu door ruim een derde van alle beleggers gebruikt om in aandelen te beleggen. In het VK worden zowel rente-inkomsten als vermogenswinsten progressief belast, wat een belegging in aandelen via een ISA extra aantrekkelijk maakt. De meeste banken en verzekeraars bieden via de ISA 's hun beleggingsfondsen aan, zodat ook kleine bedragen nog gespreid worden belegd. Langs deze weg worden de Britten eindelijk een beetje warm gemaakt voor het idee van beleggingsfondsen. Van alle Britse aandelen wordt ook nu nog minder dan 10 procent door beleggingsfondsen gehouden, maar de trend is opwaarts.

Britten houden (nog) niet van opties. Op de Liffe, die een jaar of tien geleden de optiebeurs LTOM inlijfde, worden bijna uitsluitend termijncontracten verhandeld. Dit gebeurt door banken, bedrijven en professionele handelaren. De Liffe probeert het idee van aandelenopties op grote bedrijven als BT en Vodafone te marketen. Die campagne is nog maar iets meer dan een jaar oud.

Er is een belangrijke reden waarom het succes van de optie vermoedelijk uitblijft. Entrepeneurs met gevoel voor de Britse ziel hebben een sterke concurrent opgezet: het spreadbetting. Hierbij kan simpelweg gewed worden op koersontwikkelingen zonder alle kosten en administratieve lasten van een effecten- of optierekening.

Maar wedden klinkt toch beduidend minder chique dan beleggen. Uit een recent onderzoek van Proshare en de Londense beurs blijk dat de meeste beleggers in aandelen stappen omdat dat een zekere standing geeft. Dat vinden ze het belangrijkste, gevolgd door de wens voor een lage commissie voor het handelen en de mogelijkheid de effectenmakelaar snel te kunnen bereiken als dat nodig is.

Volgens Proshare heeft 35 procent van de beleggers aandelen in slechts een of twee bedrijven. De grootste groep heeft maar een paar honderd pond belegd en bij elkaar komt tegen de 70 procent niet verder dan 10.000 pond (16.200 euro). Het aandeel van particulieren in de waarde van de dagelijkse beurshandel is in dertien jaar gehalveerd, ondanks een toename van het aantal beleggers en een verveelvoudiging van de beurskoersen. Slechts 10 procent is regelmatig actief op de beurs. Dat is vermoedelijk de groep die na alle collectieve besparingen nog genoeg geld over heeft om serieus te beleggen.

Klaas Broekhuizen

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud