Europese aandelen aan vooravond van herstel

De continue val van de Euro Stoxx 50 Index sinds midden vorig jaar leek in maart 2001 tot stilstand te komen. De sterindex van Europese aandelen sprokkelde in minder dan twee maanden zo 'n 15 procent winst bij elkaar. Maar vanaf midden mei waarschuwden steeds meer bedrijven dat ze de fors naar beneden bijgestelde winstvoorspellingen niet zouden halen. De sterindex van Europese aandelen moest zijn winst opnieuw afstaan, en flirt al enkele weken met de grens van 4.000 punten.

"De rally was enkel psychologisch gedreven", stellen de analisten Steven Howard en William Mann van zakenbank Salomon Smith Barney (SSB). "Beleggers waren bang de boot te missen. Maar omdat de hogere koersen op lege materie gestoeld waren, bracht de stroom van tegenvallende bedrijfsresultaten en slechte macro-economische cijfers het herstel snel tot stilstand. Tel daarbij de traditioneel zwakke belangstelling voor de beurs tijdens de zomermaanden, en de afbrokkeling van de koersen is verklaard."

Toch blijft SSB optimistisch over de Europese beurzen in het tweede halfjaar. De lage waardering van de meeste aandelen moet de motor van het herstel in gang zetten. In de eerste plaats zijn aandelen voor het ogenblik goedkoper dan obligaties, op basis van het veelgebruikte model dat de verwachte opbrengst van aandelen (dividendrendement + groeivoet van de dividenden) afzet tegen de risicovrije opbrengst van staatsobligaties. In bijgevoegde grafiek is het rendement van Europese aandelen (zonder het Verenigd Koninkrijk) afgezet tegen de langetermijnrente van Duitse Bunds. Een uitkomst van 1 duidt op een gelijke waardering van aandelen en staatspapier. Wanneer de standaardafwijking meer dan 1 bedraagt, worden aandelen duidelijk goedkoper. Door de recente daling van de beurskoersen, is het quotiënt van deze berekening opnieuw in het voordeel van aandelen opgeschoven. Uit de bijgevoegde grafiek blijkt ook dat aandelen begin vorig jaar veel te duur waren.

De fel gedaalde koersen gaan echter gepaard met fel dalende bedrijfswinsten, waardoor de waardering niet echt "spotgoedkoop" is. Toch blijkt uit de koers-winstverhouding dat Europese aandelen bezwaarlijk duur kunnen worden genoemd. De gemiddelde koers-winstverhouding voor de Europese sterindexen prijkt op 19 voor dit, en op 16,9 voor volgend jaar, rekening houdend met de meest recente herzieningen van de bedrijfsresultaten. Dit laatste cijfer is minder dan het tienjarig gemiddelde van 17,6.

De Amerikaanse blue chips zijn een stuk duurder. De S&P500-index noteert met een koers-winstverhouding van 24 voor 2001 en 21,5 voor 2002. Amerikaanse bedrijven zijn meestal hoger gewaardeerd dan hun Europese collega 's, maar het huidige verschil is een stuk hoger dan het historische gemiddelde.

Omdat steeds meer bedrijven en analisten hun prognoses naar beneden bijstellen, gelooft Salomon Smith Barney dat de resultaten de voorspellingen weldra zullen overtreffen. "De zwartgalligheid van analisten zal de komende kwartalen een hoogtepunt bereiken. Daarna kunnen aandelen weer reageren op beter dan verwachte winstcijfers", stipt de bank aan.

Een laatste factor die de beurs kan ondersteunen, is de grote hoeveelheid cash die beleggingsfondsen aanhouden. In Europa bereikte het percentage contanten bij fondsbeheerders een historisch hoge 6,5 procent in juni. In februari 2000 lag het cashgehalte slechts op 3,5 procent.

"Ondanks al deze factoren die een nakende rally kunnen inluiden, zullen beleggers wachten tot er duidelijke tekenen opduiken dat het economische herstel zich definitief inzet", waarschuwt SSB. "Investeerders hebben al geld genoeg verloren met valse rally 's, en zullen twee keer nadenken vooraleer weer eens te proberen de cyclus voor te zijn."

Het optimisme van SSB ten spijt, denkt niet elk beurshuis gelijkaardig over de nabije toekomst van de aandelenmarkten. Volgens Morgan Stanley Dean Witter gaat het in Europa de verkeerde richting uit. De eerste BBP-cijfers, die uit het Verenigd Koninkrijk, wezen uit dat de economie in het tweede kwartaal er slechts met 0,3 procent op vooruit ging. Dat is het laagste peil sinds 1998.

De economen van Morgan Stanley geloven dat continentaal Europa het nog slechter doet. De economische activiteit in Duitsland zou zelfs een krimp laten zien, met een gemiddelde nulgroei voor euroland tot gevolg. Vooral het debacle in de telecomsector zorgt voor schokken met een dimensie die veel verder reikt dan het gewicht van de telecombedrijven in het bruto binnenlands product. Topeconoom Stephen Roach blijft zich als een "beursbeer" gedragen.

Gisteren leek de Duitse zakenbank Dresdner Kleinwort Wasserstein nog verder te gaan met haar pessimistische visie. Zowel op de persagentschappen van Reuters als Bloomberg verschenen berichten dat hoofdstrateeg Albert Edwards voor een crash op Wall Street waarschuwde. Die zou vandaag moeten plaatsvinden, met als aanleiding een sterk tegenvallend productiviteitscijfer in de VS.

Nadien ontkende Dresdner dat Edwards een crash had voorspeld. Volgens de bank zou Edwards verkeerd geciteerd zijn in de Duitse krant "Die Welt", waarop het ene na het andere persagentschap de onheilstijding zou hebben overgenomen. Het beurshuis geeft wel toe dat Edwards een erg somber productiviteitscijfer voorspelt. In een brief verbaast de econoom er zich over dat ondanks de ineenstorting van de Amerikaanse economie en de bedrijfswinsten, er nog steeds mensen zijn die geloven dat de VS een normale cyclus doorlopen, en dat de groeitrend snel terugkomt.

SM

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud