Horror

Terroristen kaapten gisteren twee vliegtuigen, waarmee ze bewust invlogen op het World Trade Center in New York. Een ander vliegtuig boorde zich in het Pentagon, het Amerikaanse ministerie van Defensie in Washington. Een paar uur later stortten beide torens van het WTC in. Een vierde toestel crashte in Pennsylvania. De aanslagen kostten duizenden, mogelijk tienduizenden mensen het leven. De ontwikkelingen waren live op televisie te volgen. De wereld keek in ongeloof en afschuw toe.

'America under Attack', kopte CNN. De terroristen viseerden bewust het economische (WTC) en militaire (Pentagon) hart van het machtigste land ter wereld en daarom van de hele wereld. De aanslag is niet alleen klap in het gezicht van de VS, maar van alle democratische landen ter wereld.

Ons wereldbeeld is sinds gisteren grondig veranderd. Het droombeeld van wereldwijde vrede, conflictpreventie, overleg, consensus en respect voor anderen en andersdenkenden ligt aan duigen. Door wat het vervangen wordt, is niet meteen duidelijk. Maar de wereld zal geen aangenamere plek worden.

De politieke, maatschappelijke, economische en financiële gevolgen zijn niet te overzien. Die worden pas duidelijk op de lange termijn. Maar dat de gevolgen ingrijpend zijn, staat vast. Economen vrezen voor een depressie. Wel is duidelijk dat de strijd tegen het wereldwijde terrorisme bovenaan de internationale agenda komt te slaan. Kofi Annan deed het gisterenavond in zijn verklaring. En het is hoog tijd dat in die materie spijkers met koppen worden geslagen.

Wereldwijd zullen de veiligheidsmaatregelen worden opgevoerd. Maar een systeem uitbouwen dat 100 procent waterdicht is, is onmogelijk zolang mensen bereid zijn hun leven op te offeren om het hart van de machtigste natie ter wereld te treffen. Tegen blinde terreur is geen kruid gewassen.

De Amerikaanse president, George Bush, moet zijn plannen voor de bouw van een antiraketschild boven de VS wijzigen. De publieke opinie zal terecht argumenteren dat een antiraketschild waanzin is als de overheid er nog niet in slaagt te verhinderen dat vliegtuigen worden gekaapt om als raketten in te vliegen op strategische doelen. Sinds gisteren zit de wereld in een nieuwe fase van internationaal terrorisme.

De aanslagen tonen de zwakheid van een democratie om zich te beschermen. Hoe ver kan en moet een democratie gaan om zich te beschermen tegen ondemocratische elementen? Mogen daarbij ook ondemocratische middelen worden gebruikt of moet de strijd tegen het terrorisme louter met democratische middelen worden gevoerd, wat een democratie benadeelt tegenover de terroristen?

Toen de Berlijnse Muur in november 1989 naar beneden kwam, voorspelden alle experts een andere wereld: een van vrede in plaats van conflict tussen Oost en West. Dit ideale wereldbeeld hield echter geen rekening met terreurbewegingen. De aanslagen van gisteren luiden het begin in van een periode van strijd op leven en dood tussen landen en allerhande terreurbewegingen. Vóór de val van de Berlijnse Muur wist je nog wie de vijand was. Gisteren werd andermaal bijzonder pijnlijk bewezen dat dit niet het geval is, en waarschijnlijk nooit zal zijn. Carl PANSAERTS

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud