Japans werk Het gaat slecht met Japan

Het gaat slecht met Japan. In juli steeg de werkloosheidsgraad tot 5 procent, een record. Het land van de rijzende zon dreigt terecht te komen in een vicieuze conjuncturele cirkel die de hele westerse wereld kan meeslepen. De Japanse economie glijdt al meer dan tien jaar af. Voor de vierde keer in tien jaar stevent het land af op een recessie. Als de overheid de economische groeicijfers (of liever, krimpcijfers) over het eerste kwartaal vorige week niet op dubieuze gronden nog naar boven had bijgesteld, was de recessie al een feit.

De werkloosheid is naar Japanse begrippen al jaren torenhoog. Maar de kaap van 5 procent werd in het naoorlogse Japan nog nooit gerond. Dat cijfer mag dan nog laag klinken, de onderliggende cijfers zijn volgens veel analisten minstens twee keer zo hoog omdat weinig moeders terugkeren naar de arbeidsmarkt en veel ontslagen mannen zich schamen om zich bij het arbeidsbureau als werkloos in te schrijven.

Een stijgende werkloosheid heeft in Japan veel verdergaande gevolgen voor de economie dan in West-Europa of in de Verenigde Staten. Japan ontbeert een stelsel van sociale zekerheid waarin werklozen een bepaalde uitkering ontvangen die hen een bestaansminimum garandeert. Japanners die hun baan verliezen, komen hierdoor vrijwel meteen aan de grauwe rafelrand van de samenleving te staan. De afwezigheid van een werkloosheidsuitkering heeft ook nefaste gevolgen voor de de Japanse consumentenbestedingen, die goed zijn voor ruim 60 procent van het bruto binnenlands product (BBP).

Als gevolg van het aanhoudende slabakken van de economie, zijn de Japanse burgers van driftige besteders tot nijvere spaarders verworden. De particuliere consumptie was de afgelopen jaren met geen mogelijkheid op te krikken en een stijgende werkloosheid zal de spaardrift van de Japanners zeker niet afzwakken. Daar komt nog bij dat werkloosheidsuitkeringen in West-Europa de inkomensval bij verlies van werk afvlakken. In Japan betekent jobverlies meteen verlies van het leeuwendeel van het inkomen en dus vermindering van consumptie.

Met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kan worden gesteld dat de werkloosheid in juli nog lang niet haar hoogste punt bereikt heeft. Premier Junichiro Koizumi heeft aangekondigd de banken te willen saneren. Zij worden gedwongen hun dubieuze debiteuren, die voor duizenden miljarden yens op de balansen van de banken hebben staan, in drie jaar af te schrijven. Dat betekent de doodsteek voor veel bedrijven die nu nog balanceren op de rand van de financiële afgrond maar overleven dankzij het coulante kredietbeleid van de banken. Als gevolg van de kredietsanering zullen volgens deskundigen nog eens twee tot drie miljoen Japanners hun baan verliezen, waardoor de werkloosheid kan oplopen tot 8 of zelfs 10 procent van de beroepsbevolking.

Geld om een systeem van werkloosheidsuitkeringen op te zetten, heeft Koizumi niet. Het lukt hem nauwelijks het begrotingstekort binnen de perken te houden terwijl de staatsschuld 666 biljoen yen (6.110 miljard euro) bedraagt, een slordige 130 procent van het BBP. Analisten weten het ook niet meer. De Japanse economie gaat loodzware tijden tegemoet.

Bas KURSTJENS

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud