Kredietschaarste leeft sterk bij ondernemers

De federale minister van Financiën, Didier Reynders, stelde in juli Aimé Desimpel, samen met PRL-volksvertegenwoordiger Eric André, tot voorzitter van de werkgroep Kredietschaarste aan. Kamerlid Desimpel, net als Reynders van liberale strekking, kent als ondernemer de pijnpunten van een KMO. Desimpel stuurde begin augustus een brief naar verscheidene Belgische "captains of industry". Hij vroeg hen hun ideeën over de kredietschaarste en de toegang tot de kapitaalmarkt voor KMO 's.

"Ik kreeg heel wat respons", aldus Desimpel. "Het bewijst dat dit thema leeft bij Belgische ondernemers." Tijdens vier vergaderingen op Hertoginnedal werden verschillende voorstellen besproken.

Desimpel distilleerde daaruit een aantal ideeën, eerst en vooral over kredietschaarste. "Van kredietschaarste is niet echt sprake", aldus Desimpel. "Er is geld genoeg. Alleen zijn kredieten nu duurder. De marges stegen de voorbije maanden gemiddeld 1 tot 1,3 procent. Dat is onder meer een gevolg van de Bazel-normen, die de banken strengere kapitaalvereisten opleggen voor kredietverlening aan KMO 's. We pleiten daarom voor een versoepeling van de Bazel II-normen op een achttal punten. Een ander idee is dat de bank een andere oplossing voorstelt als ze een kredietlijn stopzet."

De verbetering van de toegang tot de kapitaalmarkt leeft heel sterk in ondernemend België. Desimpel: "Iedereen is het erover eens dat het niet belasten van meerwaarden tegen elke prijs behouden moet blijven. Dat geeft ons een echt concurrentieel voordeel tegenover de buurlanden. Er kwam ook veel reactie op de verlaging van de vennootschapsbelasting. Die moet echt voelbaar zijn en mag geen neutraal effect hebben. Verder moeten de loonkosten omlaag, lineair niet selectief." Ook de versterking van het eigen vermogen van de KMO behoort volgens de werkgroep tot de prioriteiten. Desimpel stelt daarom voor de belasting op de gereserveerde winst te halveren van 40,17 procent (inclusief crisisbelasting) tot 20 procent.

De werkgroep boog zich ook over durfkapitaal als alternatief financieringsinstrument van KMO 's. Eén voorstel valt op: de uitbreiding van de wetgeving op de privak. Een privak is een ter beurze genoteerd beleggingsfonds dat investeert in genoteerde en niet-genoteerde ondernemingen. De privak is fiscaal transparant en geniet heel wat fiscale voordelen.

"Maar er zijn nog maar twee privaks gelanceerd in de drie jaar dat de wetgeving bestaat", zegt Desimpel. "Probleem is dat, om het fiscale statuut te verkrijgen, een privak beursgenoteerd moet zijn. En dat is voor velen een te hoge drempel. Het voorstel is nu om die eis te laten vallen. De privak mag dan geen beroep doen op het openbaar spaarwezen en heeft dus niet meer dan 50 aandeelhouders. Bovendien moet elke aandeelhouder voor minstens 250.000 euro deelnemen." De private privak kan inderdaad een goed antwoord zijn op de vraag van de European Venture Capital Association, de koepel van Europese durfkapitalisten, naar een fiscaal transparante fondsstructuur in Europa.

Een ander voorstel om durfkapitaal te stimuleren, vooral dan voor investeringen in piepjonge bedrijven, is de permanente steun aan "business angels"-netwerken (BAN 's). "Die krijgen nu van de overheid steun voor drie jaar", aldus Desimpel. "Maar wat na drie jaar? Gaan zij nog even goed kunnen functioneren? BAN 's zijn levensnoodzakelijk als financieringsinstrument. Zij moeten gestimuleerd worden." De werkgroep zou die driejarige steun daarom graag uitgebreid zien tot een permanente ondersteuning.

Een andere manier om starters te ondersteunen is de invoering van een systeem van Small Business Investment Companies (SBIC), zoals dat in de Verenigde Staten bestaat. Durfkapitaalverstrekkers krijgen zo voor elke dollar die ze investeren, 1 dollar als een aantrekkelijke lening door de overheid bijgepast. Dit schema van SBIC 's zou de huidige garantieregeling kunnen vervangen.

Om de liquiditeit en de aantrekkelijkheid van KMO 's op de beurs te stimuleren, grijpt de werkgroep terug naar de klassieke middeltjes. Meer transparantie en corporate governance zijn een conditio sine qua non. Overschakeling naar de IAS-boekhoudnormen kan helpen. Kwartaalinformatie aan de beleggers verhoogt de visibiliteit.

Een goede eigen website kan wonderen doen. Roadshows zetten het bedrijf meer in de schijnwerpers. Financiële analisten moeten "small caps" niet links laten liggen.

Desimpel hoopt dat al deze aanbevelingen kunnen helpen om de interesse in Belgische "small" en "mid caps" aan te wakkeren. "Belgische institutionele beleggers investeren 2,5 procent van hun middelen in Belgische aandelen. Franse fondsen stoppen 25 procent van hun middelen in Franse bedrijven."

In de loop van volgende week overhandigt de werkgroep haar eindrapport aan minister Reynders. Maar Desimpel wil het rapport ook sturen naar de regionale overheden, de bedrijven en de financiële instellingen. Hij verwacht dat daarna enkele wetgevende initiatieven zullen volgen, bijvoorbeeld voor de verlaging van de belasting op gereserveerde winst, de privak, de garantieregeling of meer structurele steun aan BAN 's. "Maar voor heel wat zaken zijn we natuurlijk aangewezen op de goede wil van de KMO 's zelf", aldus Desimpel.

ToP

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud