Microaandelen en maxi-opportuniteiten

De Belgische microaandelen, die we definiëren als bedrijven met een beurswaarde van minder dan 50 miljoen euro, kunnen grosso modo in twee categorieën worden onderverdeeld. Enerzijds zijn er de portefeuillemaatschappijen, die de activiteiten van oude koloniale holdings voortzetten, of hun industriële activiteit voor het louter aanhouden van participaties omruilden.

Zo houdt de vennootschap Entreprises et Chemins de Fer en Chine zich niet meer bezig met het aanleggen van spoorwegen in Zuidoost-Azië, maar ontpopte ze zich tot de topholding uit de cascadestructuur van financier Guy Paquot. Zijn spilholding Bois Sauvage heeft onder meer belangen in pralinefabrikant Neuhaus en schuimrubberproducent Recticel.

Anderzijds zijn er de ondernemingen die nog zelf in het productieproces actief zijn. Het gaat om bedrijven als de Vlaams-Brabantse papierfabrikant Catala, de steengroeven Unies de Porphyre, of ITB, voluit Société d'Investissement de Transformation des Bois et des Betons, die houten en betonnen dwarsliggers voor de spoorwegen produceert.

Wanneer we de intrinsieke waarde van de microaandelen onder de loep nemen, lijken heel wat onder hen echte koopjes. Zo is volgens de recentste koerslijst van beursblad De Belegger het aandeel City Hotels liefst 54 procent ondergewaardeerd, een record onder de Belgische holdings. De groep rond Victor Hasson renoveert onder meer het Brusselse luxehotel Central, gelegen vlak voor het beursgebouw, en bezit een tiental hotels in de VS en Europa. De holding Almanij participeert via haar dochter Almancora voor 30 procent in City Hotels. Onlangs kreeg Almanij het zitje van bestuursvoorzitter in handen, waardoor sommige aandeelhouders ongetwijfeld van een overname dromen. Dat acquisities van de piepkleinste bedrijven in Brussel geen uitzondering zijn, bewees onlangs het uitkoopbod van de Franse voedingsreus Danone op Mecaniver.

Toch mag speculeren op een overname niet de drijfveer zijn om in deze kleine waarden te beleggen. Catala of cokesproducent Anderlues behoren al een eeuwigheid tot het kransje overnamekandidaten. Ook over farmadistributeur PCB doen al jaren geruchten de ronde. PCB is een kleindochter van de Duitse groep Gehe, die via het Franse OCP 86,8 procent van PCB aanhoudt. Gehe is dit jaar een van de populairste aandelen in Frankfurt.

Wat wel een stimulans mag zijn om een belegging te overwegen, zijn steeds groeiende winst- en omzetcijfers. Zo steeg de nettowinst van Co.Br.Ha., de vennootschap achter de brouwerij van Haacht, vorig jaar met 20 procent tot 132 miljoen frank. Met een koers-winstverhouding van 9 kunnen we de brouwer van onder meer Primus, Tongerlo en Keizer Karel bezwaarlijk duur noemen. De omzet van bijna 4 miljard frank maakt van Co.Br.Ha. de derde grootste brouwer in ons land en een actieve overnemer van kleinere brouwerijen.

Ook het dividend kan beleggers aansporen om enkele kleinere waarden een plaatsje in de portefeuille te gunnen. Het netto dividendrendement van Compagnie Financière de Werister, een erg gediversifieerde holding waarin zelfs participaties in rusthuizen zitten, is met 6,7 procent het hoogste op Euronext Brussel. Werister zag in zijn huidige vorm het levenslicht in 1996, toen het samen met Financière de Neufcour werd afgesplitst van Charbonnages de Werister.

Rendementsbeleggers vinden eveneens hun gading bij aandelen als plantageholding Nord-Sumatra, meststoffenfabrikant Rosier, of holding Prominter, die jaarlijks meer dan 5 procent opbrengst in de kassa van hun aandeelhouders droppen.

Een grondige studie van de participaties van de kleine holdings kan misschien nog het meest opleveren. Werister keerde midden vorig jaar per 5 aandelen Werister 1 aandeel van Cobepa uit. De koers van Werister verdubbelde in de drie jaar voorafgaand aan de operatie. Ook Belreca (The New Belgian Real Estate Company of Canada) spurtte twee jaar geleden plots tientallen procenten hoger. De holding genoot volop van zijn pakket aandelen in de Antwerpse spaarbank Anhyp, die door de Franse verzekeraar AXA werd ingelijfd.

Toch is een investering in deze stoffige aandelen niet voor elke belegger geschikt. Er schuilen immers heel wat addertjes onder het gras. In de eerste plaats vraagt een aankoop van deze waarden een grondige studie van de balans en de resultatenrekening om zich van de strategie, de geschiedenis, en het potentieel te vergewissen. En net in communicatie blinken deze bedrijfjes niet uit.

In sommige gevallen zijn de familiale meerderheidsaandeelhouders helemaal niet geïnteresseerd in hun beursnotering, en zien ze ze enkel als een erfenis uit een ver verleden. De aandeelhouders moeten zich tevreden stellen met de minimale informatie die de wetgever verplicht. Het jaarverslag is soms niet meer dan enkele aan elkaar geniete stencils. Gelukkig zijn er uitzonderingen, die de belegger wel naar behoren trachten te informeren. Zo verdient City Hotels een pluim omdat het vrijwel ieder jaar genomineerd wordt bij de bedrijven met het beste jaarverslag. Andere, zoals suikerholding Sucraf van de adellijke familie Kronacker, beperken zich tot de noodzakelijkste gegevens.

Het grootste gevaar is echter de liquiditeitsval van deze aandelen. Dikwijls is het niet moeilijk de stukken op de beurs te kopen, maar blijkt de verkoop aan een redelijke prijs aartsmoeilijk. De geringe verhandelbaarheid uit zich af en toe in absurde koersverschillen. De koers van holding Texaf, een dochter van Cobepa, ging in twee maanden van meer dan 5 euro naar 0,41 euro en terug. En dat terwijl er amper aandelen werden verhandeld. Gedelegeerd bestuurder Philippe Croonenberghs begrijpt de koersevolutie ook niet: "Er is niets wezenlijks met de onderneming gebeurd", legt hij uit. "Cobepa heeft geen aandelen bijgekocht. Waarschijnlijk gaat het om iemand die een verkeerd limietorder in de markt plaatste, of zonder limiet werkte."

Vast staat dat één aandeelhouder 94 stuks van het VV-aandeel verkocht tegen amper 0,41 euro, terwijl hij er een maand voordien 6 euro voor had kunnen krijgen. Het dilemma is dat er van de kleinste microaandelen wel stukken te koop worden aangeboden tegen een fors hoger dan de geafficheerde koers, maar dat er haast geen beleggers aan de koopzijde zijn terug te vinden. Eén order zonder limiet kan de markt volledig ontwrichten.

"Soms willen beleggers geen limiet plaatsen", verklaart een bankier. "Dan gaat het meestal om aandelen die uit een erfenis komen, en die zo snel mogelijk moeten worden verkocht om de opbrengst onder de erfgenamen te verdelen."

De illiquide markt verklaart eveneens dat het VV-aandeel van Texaf goedkoper noteert dan het gewone aandeel, terwijl het bij een eventuele uitkering van een dividend eigenlijk meer zou moeten opbrengen. Dat Texaf een dividend zal uitkeren is echter weinig waarschijnlijk. Dit jaar moet de Kongolese textieldochter Utexafrica immers 31 miljoen euro aan de Wereldbank terugbetalen.

Opvallend is dat de liquiditeit van de Belgische microaandelen de voorbije jaren helemaal in elkaar klapte, ook al werd de enkele fixing afgeschaft en krijgen alle bedrijven op de Brusselse fixingmarkt sinds dit jaar twee noteringskansen per dag. Terwijl de gemiddelde maandomzet van Anderlues in 1997 nog 46.000 euro bedroeg, is die dit jaar teruggevallen tot gemiddeld 15.000 euro. Van Boël-holding Henex veranderden in 1997 elke maand voor zo 'n 1 miljoen euro effecten van eigenaar. Dit jaar nog amper voor 271.000 euro.

Beleggen in deze kleine waarden is dan ook niet voor ongeduldigen weggelegd. Voor diegenen die minstens enkele jaren kunnen wachten en hun huiswerk zorgvuldig uitvoeren, kan een belegging in een van de Belgische kleintjes wel lonen.

Serge Mampaey

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud