Opruimen na de crash

Elk overzichtje van de effectenportefeuille drukt de getergde belegger in technologieaandelen met de neus op de feiten. Wie een jaar geleden besloot in een technologieaandeel te beleggen, loopt veel kans dat dit aandeel nog slechts een fractie van de instapkost waard is. Het meest extreme voorbeeld is uiteraard het spraaktechnologiebedrijf Lernout & Hauspie, het horrorverhaal van menig Vlaamse belegger.

Aandelen L&H halen op de "pink sheets", de niet-gereglementeerde rommelmarkt van de Amerikaanse beurzen, nog een koers van 0,18 dollar. Dat is 99,6 procent minder dan de 50 dollar die goed een jaar geleden nog op de bordjes stond. Bijgevolg kunnen de gevolgen voor de effectenportefeuille drastisch zijn. Vijftig L&H 's waren vorig jaar nog goed voor een tegenwaarde van 2.800 euro of 113.000 frank. Daar is nu nog iets meer dan 10 euro of 400 frank van over.

Naast L&H bestaat er nog een rij andere aandelen die er niet veel beter aan toe zijn. Om bij de Belgen te blijven: Keyware, City Bird en CS2 zijn geen dollar of euro meer waard, en gaan dus voortaan onder de noemer "penny stock" gebukt. Xeikon is er nauwelijks beter aan toe, en houdt na een koersdaling van 90 procent slechts op het nippertje boven 1 dollar stand.

De belegger die in zijn portefeuille dergelijke debacles wil "uitzuiveren" krijgt echter met praktische problemen te maken. Immers, vaak dekt de opbrengst van de verkoop niet eens meer de beurskosten. Een voorbeeld. U wil een streep trekken onder uw investering in L&H. De 50 aandelen, vorig jaar voor 2.800 euro aangekocht, verkoopt u tegen de huidige koers van 18 dollarcent.

De transactie levert u bruto 9 dollar of 10,23 euro op. Daar moeten uiteraard wel nog de beurskosten van afgetrokken worden. Vrijwel alle banken en beurshuizen hanteren echter voor Amerikaanse beurstransacties een minimumkost. Bij Fortis Bank ligt die bijvoorbeeld op 50 euro. Een strikte toepassing van die tarieven zou dus eigenlijk betekenen dat u 39,77 euro of 1.600 frank moet bijbetalen om van uw L&H 's af te raken.

Zo 'n vaart loopt het echter in de meest gevallen niet, leert een rondvraag bij enkele banken en beurshuizen. "De klant die bijna waardeloos geworden aandelen verkoopt, moet bij ons nooit bijbetalen", klinkt het bij Fortis. "In het ergste geval wordt de opbrengst volledig "opgeslorpt" door de kosten, en krijgt de verkoper niets."

In bovenstaand voorbeeld betaalt u bij Fortis dus 10,23 euro kosten in plaats van het minimum van 50 euro. KBC hanteert een gelijkaardig principe. "Overtreffen de kosten voor de verkoop van aandelen de waarde van de aandelen, dan neemt KBC het teveel aan kosten op zich."

Bij Fortis en KBC levert de verkoop van gecrashte aandelen in het slechtste geval nul frank op, bij de andere grootbanken is een verkoop minder evident. Dexia rekent de volle beurskosten aan, ook als dat betekent dat de belegger moet bijleggen om te kunnen verkopen.

"Komt er een klant het kantoor binnen voor een beurstransactie, dan checkt de bediende aan het beursloket meteen of de verkoop wel de kosten dekt. Is dat niet het geval, dan waarschuwen we de klant meteen en raden we de verkoop af", meldt BBL.

Beslist u dat het sop de kool niet waard is, kan u natuurlijk ook gewoon de aandelen bijhouden in de hoop dat er ooit nog een koersherstel komt, hoe onwaarschijnlijk ook. Helaas hangt ook aan die optie een prijskaartje. De meeste grootbanken rekenen per "lijntje" op de effectenrekening jaarlijks een bewaarloon van 2,5 euro of 100 frank aan, bij Fortis is dit 1 euro per kwartaal.

Wel voorzien enkele banken in een uitzondering voor effecten die "van nature" tegen erg lage koersen noteren. Het gaat dan bijvoorbeeld om inschrijvingsrechten bij kapitaalverhogingen en - vooral - VV-strips. VV-strips geven bij dividenduitkering van het bijhorende aandeel recht op een verminderde roerende voorheffing van 15 in plaats van 25 procent. Bij Electrabel bedroeg het nettodividend 10,15 euro (13,53 euro min 25 procent), maar met VV-strip er bij streek de aandeelhouder 11,53 euro op. Strips noteren meestal tegen luttele eurocent.

De Electrabel-strip haalt een koers van 30 eurocent dankzij het traditioneel hoge dividendrendement van de elektriciteitsgroep, andere (Glaverbel, IBA, Interbrew,...) slechts een of twee eurocent.

Fortis laat in dat geval zowel de minimumkost als het bewaarloon vallen, bij KBC daalt de minimumkost voor Brusselse orders naar 1 order, in plaats van het gewone minimum van 32 euro.

Bij de andere banken liggen de zaken moeilijker. Zo geldt bij BBL niet alleen voor bijna waardeloze aandelen maar ook voor strips het bewaarloon van 2,5 euro per jaar. "Beleggers die echt van hun stukken afwillen, kunnen opteren voor een zogenaamde onherroepelijke overdracht van effecten", meldt de bank. "Ze ontvangen niets voor hun aandelen, maar moeten tenminste het bewaarloon niet meer ophoesten."

Beurshuizen zoeken doorgaans een creatieve oplossing voor populaire aandelen die tot "penny stocks" ineengeschrompeld zijn. Herman Hendrickx, gedelegeerd bestuurder van effectenbank Dierickx, Leys legt uit: "Bij fors in waarde gedaalde aandelen laten we de eigen kosten varen, maar moeten we uiteraard de kosten die onze correspondent ons aanrekent (10 euro voor Nasdaq Europe, 50 dollar voor Nasdaq, red.) recupereren."

"Lukt dat niet, dan organiseren we een gezamenlijke verkoop. We schrijven een reeks klanten aan die het aandeel in portefeuille hebben en groeperen in de mate van het mogelijke de orders zodat de klant toch nog uit de kosten raakt."

Voor Lernout & Hauspie heeft Dierickx, Leys voorlopig nog zelden een dergelijke gezamenlijke verkoop op poten moeten zetten. "De koersval ligt nog te vers in het geheugen", meent Hendrickx. "De meeste beleggers houden hun L&H 's voorlopig nog even bij, met in het achterhoofd de kleine hoop dat er nog 'iets' zal gebeuren. Bijhouden kost bij ons toch niets, aangezien we geen bewaarloon aanrekenen. De klanten die reeds verkochten, doen dat voor hun gemoedsrust. Ze willen niet aan het L&H-debacle herinnerd worden telkens als ze een overzicht van hun effectenrekening in de bus krijgen."

Hendrickx stipt aan dat dergelijke groepsverkopen niet alleen toegepast worden bij penny stocks, maar ook bijvoorbeeld bij bonusaandelen.

Zijn collega Patrick Vandekerkhoven van KBC Securities geeft het voorbeeld van Clinichem. Enkele jaren geleden ontvingen aandeelhouders van het ook in Vlaanderen erg populaire Canadese biotechnologiebedrijf Biochem Pharma per 40 Biochem-stuks één aandeel van de afgesplitste dochter Clinichem. "Het gevolg was dat veel klanten met één of slechts enkele stuks Clinichem opgescheept zaten. Voor diegenen die hun paar stuks kwijt wilden, organiseerden we een gezamenlijke verkoop."

Ook bij KBC Securities bestaan er geen "speciaaltarieven" voor de ongelukkige houders van gecrashte aandelen. "Kijk, we zitten met onze tarieven nu al erg laag. Die lage tarieven zijn verre van evident, gezien de wirwar van clearing- en settlementinstanties die er in Europa nog steeds bestaat", licht Patrick Vandekerkhoven toe.

"Uiteraard houden we bij KBC Securities klanten tegen als blijkt dat ze met de opbrengst van de verkoop niet uit hun kosten zouden raken. Hun aandelen in portefeuille houden is geen probleem. We rekenen immers geen minimum bewaarloon aan, alleen een kleine percentage op de totale portefeuillewaarde", aldus Vandekerkhoven.

Kurt VANSTEELAND

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud