Philippe Bodsons tocht voor de bankiers

'Mijn doel bij uitstek als algemeen directeur van LHSP zal zijn de aandeelhouders op termijn waar voor hun geld te geven.' Dat zegt Philippe Bodson op 16 januari 2001 naar aanleiding van zijn aanstelling als algemeen directeur van LHSP. Het maakt op de tienduizenden kleine aandeelhouders van LHSP indruk dat de noodlijdende technologiegroep een 'doortastend manager' als Bodson heeft weten te strikken voor de ondankbare job van crisismanager.

Bodson stemt pas in nadat aan enkele voorwaarden is voldaan. Eerst wil hij zekerheid over een overbruggingskrediet. LHSP heeft dat krediet gekregen bij de Amerikaanse zakenbank GE Capital. KBC is bereid het krediet over te nemen en een aanvullend krediet te verlenen op voorwaarde dat het de aandelen van het vertaalbedrijf Mendez in pand krijgt. Tweede voorwaarde: er moet een voorlopige opschorting van betaling toegekend zijn. Dat gebeurt op 5 januari.

Derde voorwaarde: zijn verloning. Op 16 januari wordt een contract voor zes maanden getekend. Bodson krijgt een vaste vergoeding van 825.000 dollar, te betalen in zes maandelijkse schijven van 137.500 dollar waarvan de eerste schijf wordt betaald op de dag van zijn aantreden. Vierde voorwaarde: Bodson wil alle macht. In artikel 2 van het contract wordt hem een nagenoeg ongebreidelde macht toegekend. De raad van bestuur mag Bodson dan nog suggesties in het oor fluisteren, het contract bepaalt dat hij - en hij alleen - 'soeverein' beslist over de uitvoering van de beslissing.

Die soevereine houding neemt hij later ook aan tegenover de commissarissen inzake voorlopige opschorting, die bij enkele gelegenheden zelfs verplicht zijn Bodson per aangetekende brief aan te manen informatie te verschaffen over de tussentijdse resultaten van de groep. Tijdens raden van bestuur - met bestuurders die nota bene een vergoeding hebben van nul euro - belt Luc Despins in van het Amerikaanse kantoor Milbank, Tweed, Hadley & McCloy LLP, een advocaat van 625 dollar per uur. Despins is in het dossier de centrale figuur in het Amerikaanse deel van LHSP. Als niet Bodson het hoge woord voert, is het Despins.

De belofte van 16 januari van Bodson dat hij alles zou doen voor de kleine aandeelhouder blijkt nu loos. De woorden zijn nog niet koud of het klinkt al anders. Hij kan niet anders dan in de eerste plaats de belangen te dienen van de schuldeisers en van het personeel, vertelt Bodson tijdens zijn eerste persconferentie. Voor de aandeelhouders die er nog mochten aan twijfelen, is er de buitengewone algemene vergadering van eind april 2001 waar Bodson doodgemoedereerd verklaart dat er voor de aandeelhouders niets meer zal overblijven dan enkele kruimels van de tafel van de schuldeisers. Bodson hield wel woord tegenover een andere groep: in zijn tocht voor de schuldeisers, althans voor een categorie ervan, de banken.

Wanneer een consortium van banken, bestaande uit KBC Bank, Fortis Bank, Artesia Banking Corporation, Dresdner Bank en Deutsche Bank, in november 2000 beslist de kredieten aan LHSP opeisbaar te stellen en het consortium LHSP daarmee dwingt zowel in België als in de VS een gerechtelijk akkoord aan te vragen, zitten de banken in een zeer vervelende positie. Dat tienduizenden Vlamingen hebben belegd in LHSP had niet enkel te maken met hun geloof in het bedrijf maar ook met de koopadviezen van de analisten van banken, KBC op kop.

De banken eisen de kredieten op, maar trekken de stekker niet uit. Hoe betwistbaar de herstel- en betalingsplannen van LHSP ook zijn, de banken steunen die. Dat heeft niets met schaamtegevoel te maken tegenover de klanten die hun spaarcenten kwijt zijn aan LHSP, maar alles met de aard van de kredieten. Toen LHSP in mei 2000 het Amerikaanse bedrijf Dictaphone overnam, nam het ook de 450 miljoen dollar bankschulden van Dictaphone over. Die schulden werden geherfinancierd bij het consortium van vijf banken. Op notoriëteit, dus zonder borgen in onderpand. Dat de banken aan LHSP dergelijke kredieten toekennen zonder borg, levert LHSP een hoge graad van kredietwaardigheid.

Terwijl iedereen zich blindstaart op de procedures voor de rechtbank van koophandel in Ieper, worden de beslissingen in de VS genomen. Daar heeft Luc Despins, samen met een heel leger peperdure advocaten en accountants, de achterdeur gevonden. De schulden van Dictaphone aan de banken worden omgezet in aandelen van een nieuw Dictaphone. Zo verkrijgen de banken 67 procent van de aandelen van het nieuwe Dictaphone.

Hoewel het schuldenvrije nieuwe Dictaphone een actief heeft van 1 miljard dollar, wordt het bedrijf gewaardeerd aan slechts 150 miljoen dollar. Dictaphone levert transcriptiediensten in de medische industrie en is dus geen technologiebedrijf pur sang. De kans dat Dictaphone voor een veelvoud van zijn waardering kan worden verkocht, is reëel. Het akkoord dat in de VS is bereikt tussen de schuldeisers van Dictaphone wordt volgende dinsdag door de faillissementsrechtbank van Delaware bekrachtigd.

Die bekrachtiging is cruciaal, want zodra Dictaphone verlost is van zijn Chapter11-statuut (gerechtelijk akkoord), staat er niets meer in de weg om een andere zaak te deblokkeren: de zaak-Artesia. Artesia heeft voor een bedrag van 25 miljoen euro een pand op het handelsfonds van LHSP en komt met deze vordering zelfs vóór het personeel. LHSP betwist de vordering van Artesia, maar die procedure werd enkele maanden geleden bevroren. In het kader van een faillissement zal de curator van het bedrijf moeten vaststellen dat Artesia vooraan in de rij mag staan bij de uitkering van een dividend.

Voor de 260 Belgische personeelsleden van LHSP blijft dan, met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijk, niets meer over. In de zomer van 2000 telde LHSP wereldwijd bijna 7.000 werknemers. De ontmanteling is bijna een feit. Bij een verkoop van de taal- en spraaktechnologiedivisie aan SpeechWorks, voorlopig de enige kandidaat, worden 30 banen 'gered'. De kans dat er in de komende dagen een verkoopovereenkomst wordt getekend met SpeechWorks is klein, want veel waarnemers vragen zich af of het management het zal aandurven nog activa te verkopen. Een eventuele verkoop valt dan immers binnen de zogenaamde verdachte periode van 6 maanden die een faillissement voorafgaat. Juristen zeggen dat de verkoop aan SpeechWorks dan ook beter door een curator kan worden gedaan.

In de hypothese dat het 'herstelplan' van LHSP enkel geschreven is voor de bankiers, was het hoger beroep in Gent een meesterlijke zet. Niet LHSP gooide de handdoek in de ring, het waren de Gentse rechters die de stekker uittrokken. Wat men in Ieper nooit heeft gedurfd. RDW/LVA

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud