Rapport-Van San lokt verdeelde reacties uit in Kamer

De federale minister van Justitie, Marc Verwilghen, gaf sociologe-criminologe Marion van San eind 1999 de opdracht een onderzoek te doen naar allochtone jeugdcriminaliteit. Die opdracht stuitte toen op veel kritiek uit Franstalige hoek maar Verwilghen drukte toch zijn wil door omdat hij het onderwerp uit de taboesfeer wilde halen. De keuze viel op Van San, een Vlaamse die als criminologe werkt aan het Erasmusinstituut in Rotterdam, omdat zij in Nederland al een gelijkaardig onderzoek uitgevoerd had naar criminaliteit bij Antillianen. Haar onderzoek was al klaar in mei van dit jaar, maar het duurde tot begin deze maand tot, via een perslek dan nog wel, de resultaten ervan bekendraakten. In haar rapport deed Van San enkele ophefmakende vaststellingen, zoals dat jaarlijks één Oost-Europese jongeren op vier in ons land verdacht wordt van een misdrijf en dat Marokkaanse jongens in België 2,5 keer meer op het verkeerde pad terechtkomen dan hun autochtone leeftijdgenoten. Turkse jongeren hebben dan weer een criminaliteitsprofiel dat vergelijkbaar is met dat van Belgische jongeren.

Marion van San kreeg gisteren in de commissie-Justitie alle lof voor haar onderzoek toegezwaaid van het Vlaams Blok. Vooral omdat Van San, aldus Gerolf Annemans, met haar studie aangetoond heeft dat er een verband bestaat tussen cultuur en crimineel gedrag. Aan de andere zijde zei Fouzaya Talhaoui van Agalev dat zij niets in de studie had gevonden dat haar geshockeerd had en zij zag het rapport als een positieve eerste stap. Ook de Franstalige partijen, die zich eerder zo verzet hadden tegen het onderzoek, zagen er weinig graten in. Carine Lalieux (PS) vond het rapport wel bijzonder onvolledig. 'U heeft geschreven over de Chicago-wijk in Brussel waar ik zelf ook woon. U zegt echter niets over de initiatieven om criminaliteit tegen te gaan die daar al lopen terwijl dat nochtans bij uw opdracht hoorde. U gaat volkomen voorbij aan de invloed van sociaal-economische factoren op criminaliteit en u vertrouwt op onvolledige statistieken, ook al is dat laatste natuurlijk uw eigen schuld niet. Er bestaan er in België geen andere.'

De scherpste kritiek op Van San kwam van de CD&V. Tony van Parys bleef nog beleefd. 'Uw conclusies zijn betwistbaar omdat u alleen onderzoek hebt gevoerd in Brussel en Antwerpen en omdat u geen sociaal-economische gegevens in rekening hebt genomen.' Zijn partijgenoot Pieter de Crem was veel harder. 'In Nederland is de allochtone criminaliteit verweven met het koloniaal verleden, bij ons helemaal niet. U hebt daar compleet geen rekening mee gehouden. Voor de rest helpt uw studie ons geen stap vooruit, want ze trapt alleen maar open deuren in.'

Minister van Justitie Verwilghen beschreef de resultaten van het onderzoek dat hij zelf bestelde eerder al als teleurstellend. Diane Reynders van de Dienst Strafrechterlijk Beleid las gisteren in de Kamer een nota voor waarin ze uitlegde waarom. Het onderzoek-Van San analyseert volgens haar nergens de omstandigheden waardoor jongeren in de criminaliteit terechtkomen, verwijst nergens naar al bestaande literatuur en doet ook nergens concrete aanbevelingen voor de toekomst. Zaken die Justitie in haar onderzoeksopdracht wel aan Van San had gevraagd.

Marion van San toonde zich gisteren wel bereid een tweede deel aan haar studie te breien, zoals eerder voorzien. 'Dit was pas de eerste fase. De tweede kan er echter pas komen als de tegenkanting van binnen Justitie stopt.'

ME

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud