Regeringspartij Noorwegen lijdt forse verkiezingsnederlaag

Circa 3,3 miljoen kiesgerechtigde Noren brachten maandag hun stem uit voor een nieuw parlement. In sommige afgelegen districten kon zondag al worden gestemd. Zeker 10 procent van de Noren bracht zijn stem per brief uit. De opkomst lag met 74,6 procent procent onder de 78,3 procent van vier jaar geleden.

De regerende sociaal-democraten verliezen 10,6 procentpunt tot 24,4 procent, nog altijd 3 procentpunt meer dan de peilingen. In de Storting, het Noorse parlement, verliezen zij 22 van hun 65 zetels. De sociaal-democraten blijven wel de grootste partij in de Storting. Premier Stoltenberg sprak van een 'uitgesproken slecht resultaat', dat zijn partij 'in een ernstige situatie brengt'. De premier voegde er nog aan toe zich niet te alle prijze aan de macht te zullen vastklampen.

De grootste oppositiepartij, de rechtse Conservatieve Partij, wint 6,9 procentpunt tot 21,2 procent. Zij krijgt 38 zetels, een winst van 15. Jan Petersen, de voorzitter van de Conservatieve Partij, concludeerde dat de Noren een andere regering willen. 'De leiders van de niet-linkse partijen moeten samenzitten en praten over de vorming van een niet-socialistische regering', zei Petersen.

De extreem rechtse Vooruitgangspartij van Carl Ivar Hagen, de 'Noorse Haider', kwam uit de bus als de derde grootste partij: 14,7 procent (-0,6 procentpunt) en 26 zetels (+1). Socialistisch Links, de vierde grootste partij, zag zijn stemmenaantal verdubbelen tot 12,4 procent en krijgt 23 zetels, een winst van 14. De christen-democraten van oud-premier Kjell Magne Bondevik verliezen 1,3 procentpunt tot 12,4 procent en komen uit op 22 zetels, een verlies van drie.

Waarnemers schrijven de nederlaag van de sociaal-democraten toe aan de ontgoocheling bij hun traditionele achterban. Ondanks het gigantische begrotingsoverschot (15,7 procent van het BBP in 2000) dankzij de export van olie en gas, weigerde de regering-Stoltenberg de belastingen te verlagen en de sociale uitgaven te verhogen. Het Noorse electoraat nam dit de regering bijzonder kwalijk.

De Conservatieve Partij daarentegen, beloofde de Noren een belastingverlaging van 40 miljard Noorse kroon (5,04 miljard euro) gespreid over vier jaar en meer geld voor onderwijs en gezondheidszorg. Het geld daarvoor komt uit de gigantische reserves van het oliefonds.

De regeringsvorming zal uiterst moeilijk worden. De drie linkse partijen, de regerende sociaal-democraten, Socialistisch Links en de Landbouwpartij controleren slechts 76 van de 165 zetels in de Storting, onvoldoende voor een volstrekte meerderheid.

Een coalitie van de Conservatieve Partij, de Vooruitgangspartij en de christen-democratische partij heeft met 86 zetels wel een meerderheid. Probleem is dat de christen-democraten niet in een regering met de extreem rechtse Vooruitgangspartij willen zitten. Van een coalitie tussen de christen-democraten en de sociaal-democraten wil de christen-democratische voorman Bondevik al evenmin weten. De sociaal-democraten brachten begin 2000 zijn regering immers ten val. Het ziet er wel naar uit dat de sleutel van eender welke regering bij de christen-democraten ligt. CP

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud