Topman Al Qaeda opgepakt in Afghanistan

Ahmed Omar Abdel Rahman is de zoon van de Omar Abdel Rahman, de blinde Egyptische islamitische geestelijke die in 1995 werd veroordeeld voor het plannen van aanslagen in de VS. Volgelingen van de geestelijke kregen later levenslang voor een bomaanslag op het World Trade Center in New York in 1993.

De jonge Rahman zou een belangrijke rol hebben gespeeld in de opleidingskampen van Al Qaeda in Afghanistan, aldus functionarissen van het Pentagon. Hij zou onder meer verantwoordelijk zijn geweest voor de recrutering van nieuwe leden.

Volgens nog onbevestigde berichten zou Rahman mogelijk samen met een tiental andere gevangen leiders van Al Qaeda worden overgevlogen naar Amerikaanse militaire bases in de Pacific. Rahman zou nu nog worden vastgehouden door de Noordelijke Alliantie op een onbekende plaats in Afghanistan.

Terwijl de belangrijkste bevolkingsgroepen van Afghanistan in Duitsland onderhandelen, bestookten Amerikaanse bommenwerpers woensdag stellingen bij de Zuid-Afghaanse stad Kandahar. Volgens de Amerikaanse minister van Defensie, Donald Rumsfeld, waren de gebombardeerde gebouwen 'duidelijk plaatsen waar het leiderschap van de Taliban zich regelmatig ophoudt'. De leider van de Taliban, mullah Mohammed Omar, was volgens een Taliban-woordvoerder tijdens de bombardementen niet aanwezig.

Bij de bloedig neergeslagen gevangenisopstand nabij de Noord-Afghaanse stad Mazar-i-Sharif zijn waarschijnlijk meer dan 500 buitenlandse Taliban-strijders omgekomen. Die schatting deed het Rode Kruis nadat de organisatie de locatie had mogen bezoeken. Zondag brak in een tot gevangenis omgebouwd fort een opstand uit. Die werd bestreden door honderden strijders van de Noordelijke Alliantie, die werden gesteund door bombardementen door Amerikaanse vliegtuigen. De opstand eindigde met de dood van alle gevangenen in het fort.

Het Pentagon gaf woensdagavond toe dat bij de bestrijding van de opstand ook een lid van een Amerikaanse elite-eenheid is omgekomen. Johnny Michael 'Mike' Spann (32) was als lid van de Amerikaanse inlichtingendienst CIA in het fort aanwezig toen de opstand uitbrak. Hij is de eerste Amerikaan die omkomt bij de Amerikaanse en Britse acties tegen Afghanistan die op 7 oktober begonnen.

Met de Amerikaanse buitenlandpolitiek vertrouwde westerse diplomaten zeggen dat bombardementen op Irak in de "strijd tegen de terreur" slechts een kwestie van tijd zijn. Volgens deze diplomaten moet de oorlog tegen het terrorisme die de VS voert "noodzakelijkerwijs uitlopen" op het bestoken van Irak. Het gaat niet om "of", het gaat om "wanneer".

Chronologisch overzicht

26-11-2001

Honderden Amerikaanse elitetroepen landen in de buurt van Kandahar, de laatste stad die nog in handen is van de Taliban. Deze troepen gaan op zoek naar terroristenleider Osama bin Laden en de Taliban-voorman mollah Omar. (Zie ook: Amerikaanse mariniers landen bij Kandahar)

25-11-2001

De Noordelijke Alliantie verovert Kunduz, het laatste bolwerk van de Taliban in het noorden. Honderden strijders van de Taliban hebben zich overgegeven. "De gevechten rondom de noordelijke stad hebben aan weerszijden een honderdtal doden geëist", aldus een bevelhebber van de Noordelijke Alliantie.

20-11-2001

De VN kondigen aan dat in Bonn een internationale conferentie wordt georganiseerd over de toekomst van Afghanistan, waarin alle Afghaanse facties verzameld zijn. De Noordelijke Alliantie heeft zich bereid verklaard deel te nemen. Ook de vroegere koning van Afghanistan, stuurt een afvaardiging. De Taliban zijn niet uitgenodigd. (Zie ook: VN-conferentie over Afghanistan vindt plaats in Bonn)

"Het doel is een regering samen te stellen met een brede basis in Afghanistan", aldus Haron Hanin, de vertegenwoordiger van de Noordelijke Alliantie bij de VN.

19-11-2001

De Noordelijke Alliantie kant zich tegen de stationering van een internationale vredesmacht in Afghanistan, zoals is voorgesteld door de Verenigde Naties. De minister van Binnenlandse Zaken van de Alliantie, Yunos Qanoni, zegt dat de Noordelijke Alliantie zelf zal zorgen voor de veiligheid in Afghanistan.

14-11-2001

De Verenigde Naties nemen een resolutie aan, die het mandaat geeft voor de vorming van een voorlopige regering in Afghanistan. In de resolutie is voorzien in een internationale vredesmacht, die de overgang naar een vreedzaam bewind begeleidt. (Zie ook: VN-resolutie effent pad voor internationale troepenmacht in Afghanistan)

12-11-2001

Troepen van de Noordelijke Alliantie nemen Kabul in. De bevolking reageert opgelucht, omdat een aantal verbodsbepalingen wegvallen. Vele mannen scheren hun baard af, er mag weer muziek gedraaid worden en vrouwen mogen weer gaan werken. In de volgende dagen verovert de Noordelijke Alliantie vrijwel het hele noorden van het land.

07-10-2001

De Amerikaanse president, George W. Bush kondigt een militaire campagne aan tegen Osama bin Laden, de hoofdverdachte van de aanslagen in New York. Amerikaanse bommenwerpers bestoken militaire installaties van de Taliban in Afghanistan en opleidingskampen van de Al Qaeda-militie.

04-10-2001

De NAVO keurt acht maatregelen goed om de Verenigde Staten te helpen bij eventuele vergeldingsacties voor de aanslagen van 11 september in New York en Washington. De beslissing houdt in dat de VS militaire middelen, havens en luchthavens van de NAVO-bondgenoten mogen gebruiken. De Verenigde Staten had een officieel verzoek tot bijstand ingediend. (Zie ook: NAVO-landen bieden VS militaire hulp)

11-09-2001

Twee gekaapte vliegtuigen storten neer op het World Trade Center in New York. Een derde gekaapt vliegtuig boort zich in het Pentagon. Er zijn duizenden doden. (Zie ook: Terreur vernietigt hart van VS) De VS reageren geschokt en roepen de oorlog uit tegen het terrorisme. Al vlug wordt duidelijk dat de kapers banden hebben met Al Qaeda, de terroristische groepering van Osama bin Laden.

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud