Verlaagd tarief vennootschapsbelasting KMO daalt tot 24,98%

Het belastingtarief voor vennootschappen, inclusief crisisbelasting, zakt van 40,17 naar 33,99 procent. maar het uiteindelijke doel van de regering is de afschaffing van de crisisbelasting en een nieuwe verlaging van het nominale tarief van 33 naar 30 procent. Wanneer dat doel wordt gehaald, maakt zij niet duidelijk.

Voor het midden- en kleinbedrijf, dat op de winst tot 322.000 euro (13 miljoen frank) een verlaagd tarief kan toepassen, wordt een nieuw verlaagd tarief ingevoerd. Op de eerste schijf tot 24.790 euro is dat 24,25 procent in plaats van 28 procent. Inclusief aanvullende crisisbelasting wordt dat 24,98 procent. Voor de tweede schijf van 24.790 tot 89.240 euro wordt dat 31 procent in plaats van 36 procent of 31,93 procent inclusief crisisbelasting. Van 89.240 tot 322.000 euro geldt een tarief van 34,5 procent tegen 41 procent voorheen of 35,54 procent inclusief crisisbelasting. Vanaf 322.000 euro geldt het normale tarief.

De KMO's kunnen ook een deel van de gerealiseerde winst reserveren met belastingvrijstelling. Deze maatregel moet de verhoging van het eigen vermogen bevorderen. Indien KMO's tijdens de eerste drie jaar van hun bestaan geen voorafbetalingen hebben gedaan of te weinig hebben voorafbetaald, worden zij niet gestraft met een belastingvermeerdering. Zij krijgen hiervoor vrijstelling. Alle KMO-vennootschappen zullen na de afsluiting van het boekjaar nog een aanvullende voorafbetaling mogen doen. Op die manier kunnen zij de voorafbetalingen beter in overeenstemming brengen met de verwachte belastingheffing en een belastingvermeerdering wegens onvoldoende voorafbetaling vermijden.

Opvallend is dat de regering van plan is de ontwikkeling van een specifiek fiscaal stelsel voor de Europese vennootschap te ondersteunen en de hinderpalen wil wegwerken die grensoverschrijdende fusies in de weg staan. Zoals bekend zijn met name de financiëledienstengroepen Fortis en Dexia en de nieuwe staalgroep Usinor-Arbed-Aceralia zeer sterk geïnteresseerd in een volwaardige grensoverschrijdende fusie zonder fiscale bestraffing via de vorming van een Europese vennootschap. De regering overweegt om een stelsel van fiscale consolidatie in te voeren. Dat houdt in dat geconsolideerde groepen één belastingaangifte voor de hele groep indienen wat gevolgen heeft voor verliesverrekening. In verschillende andere Europese landen is fiscale consolidatie reeds toegestaan. In België moet elke vennootschap een aparte belastingaangifte indienen.

De tariefvermindering kost de schatkist 1,18 miljard euro (47,7 miljard frank) en dat bedrag moet terugverdiend worden. Daarom heft de regering een roerende voorheffing van 10 procent op de liquidatieboni die een vennootschap realiseert bij de inkoop van eigen aandelen of als het maatschappelijke vermogen geheel of gedeeltelijk wordt verdeeld onder de aandeelhouders.

De vennootschappen mogen niet langer de betaalde gewestbelastingen, die deel uitmaken van de eigen fiscaliteit van de gewesten aftrekken. De dividenden die coöperatieve vennootschappen uitkeren, worden voortaan opgenomen in de belastinggrondslag van de ontvangende vennootschap.

De toepassingsvoorwaarden en controle voor de aftrek definitief belaste inkomsten (DBI) worden verstrengd zodat de DBI-aftrek beantwoordt aan het echte doel: dubbele belasting bij betaler en ontvanger van dividenden vermijden. De verrekening van verliezen op de bedrijfswinsten die voortkomen van abnormale of goedgunstige voordelen kan voortaan ook niet meer voor de verliezen van het boekjaar zelf. KB

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud