Vlaamse arbeidsmarkt gekenmerkt door grote sociale ongelijkheid

Het verhogen van de arbeidsmarktparticipatie van ondervertegenwoordigde bevolkingsgroepen behoort tot de prioriteiten van paars-groen. Maar de regering heeft op dit vlak nog veel werk aan de winkel, stelt het Steunpunt WAV. De onderzoekers steunen deze conclusie van een studie naar de opleidingskloof, de geslachtskloof en de generatiekloof. Zij weerspiegelen respectievelijk de verhouding van de werkzaamheidsgraad tussen hoog- en laaggeschoolden, tussen mannen en vrouwen en tussen 25-44-jarigen en 45-plussers.

België en Vlaanderen bevinden zich inzake het management van verschillen in een ongunstige positie. Vlaanderen scoort bovendien niet beter dan het Belgisch gemiddelde. Hoewel de arbeidsmarkt globaal gunstiger is dan in Wallonië, is de ongelijkheid in Vlaanderen even manifest. Het Europese peloton met de minst 'gelijke' landen bestaat uit België en de zuiderse landen Italië, Spanje en Griekenland. De werkzaamheidsgraad van de gunstigste groepen ligt er ongeveer de helft hoger dan die van de 'kansengroepen'. De middengroep wordt gevormd door onze buurlanden, Frankrijk, Duitsland, Nederland, en het Verenigd Koninkrijk en Oostenrijk. Hier ligt de integratie van groepen met de gunstigste kenmerken 30 tot 40 procent hoger dan bij de risicogroepen. De meest gelijke landen zijn de Scandinavische landen Finland, Zweden en Denemarken, aangevuld met Portugal. Hier bedraagt het verschil ongeveer 20 procent, of in het geval van Zweden gemiddeld slechts 10 procent.

Het mindere resultaat van Vlaanderen en België wordt niet veroorzaakt door een slechte score op een van de drie onderzoeksitems, het resulteert uit een algemeen hoge mate van ongelijkheid. De generatiekloof was in 2000 in de Europese Unie nergens groter dan in België. Van de 25-44-jarigen is in België 81 procent aan het werk, van de ouderen nog slechts 51 procent. In Vlaanderen ligt de werkzaamheidsgraad van de 25-44-jarigen maar eventjes 70 procent hoger dan die van de 45-plussers. In Wallonië gaat het om 53 procent en in Brussel om 32 procent.

De opleidingskloof bedraagt in België 44 procent, waarmee we enkel beter doen dan het Verenigd Koninkrijk. De Britse laaggeschoolden hebben 53 procent minder kans op een baan dan de hooggeschoolden. In Vlaanderen liggen de kansen van laaggeschoolden 38 procent lager dan van de hooggeschoolden, wat iets beter is dan in Wallonië. De geslachtskloof ten slotte ligt in België op 33 procent, waarmee we het slechts beter doen dan Italië, Spanje, Griekenland en Luxemburg.

EH

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud