VN raken het niet eens over antiterrorismeverdrag

De "Allesomvattende Conventie tegen het Terrorisme" zou veel maatregelen overnemen uit de twaalf VN-conventies tegen het terrorisme. Het nieuwe verdrag zou vliegtuigkapingen, gijzelingen en terroristische bombardementen behandelen, net als de financiering van het terrorisme.

De pijnpunten in het ontwerpverdrag zijn de gevoelige politieke vragen: hoe definieer je terrorisme, hoe onderscheid je terrorisme van gewettigde vrijheidsstrijd en hoe behandel je daden van nationale legermachten die als terroristische acties worden beschouwd.

De Organisatie van de Islamitische Conferentie en de Alliantie van Arabische Landen dringen erop aan dat het verdrag al wie betrokken is in conflicten tegen "buitenlandse bezetting" uitsluit. Daarbij horen nationale vrijheidsstrijders, zoals de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie en de Libanese Hezbollah, die allebei vechten tegen de Israëlische overheersing. De Syrische diplomaat Ghassan Obeid voegt daaraan toe dat de dagelijkse onderdrukking van de Palestijnen door de Israëli's een vorm van "staatsterrorisme" is. Israël en de VS daarentegen beschouwen de Hezbollah als een terroristische beweging.

De Australische diplomaat Richard Rowe vindt dat vooral artikel 18 van het ontwerpverdrag tweedracht zaait. Die bepaling behandelt de draagwijdte van de conventie, vooral met het oog op de activiteiten van legermachten. De VS bijvoorbeeld noemen hun bombardement op de Chinese ambassade in Belgrado in 1999 een ongeluk. Maar Peking aanvaardt die uitleg niet. Als de bom geen ongeluk was, kunnen de Amerikaanse piloten in kwestie voor de rechtbank gedaagd worden wegens terrorisme. Washingtons afgezanten hebben daarom geprobeerd de acties van legermachten te schrappen uit de richtlijnen van het verdrag.

De verdeeldheid speelt ook ruimer: zelfs de internationale coalitie onder leiding van de VS heeft geen gezamenlijke definitie van terroristen. Voor de Indiërs zijn het de moslims in Kashmir, voor de Russen de Tsjetsjenen, voor de Israëli's de Palestijnen en voor de Arabieren de Israëli's.

Ook mensenrechtenorganisaties vinden het ontwerpverdrag onrustwekkend. De tekst ondermijnt de bescherming van vluchtelingen, de vrijheid van meningsuiting en het humanitaire oorlogsrecht, menen ze.

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud