Webservices doen grenzen vervagen

De mogelijke impact op de sector staat vast. Als dit nieuwe model van softwareontwikkeling doorbreekt, heeft dat gevolgen voor iedereen, van de internetgebruiker thuis tot de ICT-manager van een grote onderneming. De internetgebruiker zal dezelfde informatie kunnen terugvinden, of hij nu achter zijn pc zit of een WAP-telefoon of een PDA (Personal Digital Assistant) gebruikt, want webservices leveren informatie in een formaat onafhankelijk van het apparaat waarmee hij werkt. Uitbaters van websites kunnen verschillende webservices naadloos aan elkaar breien en zo hun bezoekers meer en recentere informatie aanbieden. Ook de IT-afdeling blijft niet ongemoeid. Bedrijfstoepassingen zullen binnen enkele jaren voor een groot stuk kunnen bestaan uit webservices, waarvan sommige in het bedrijf zelf draaien maar andere van elders op internet worden ingehuurd.

Webservices die de consument rechtstreeks kan aanspreken, zijn bijvoorbeeld on-lineweerberichten. Vandaag kost het de aanbieders van dat soort informatie erg veel moeite om die informatie zowel voor pc-gebruikers als voor mobilofoons toegankelijk te maken. Als zij hun weerberichten omtoveren tot een webservice, is dat probleem van de baan. En tegelijk kunnen andere dienstenleveranciers - bijvoorbeeld toeristische sites - die weersinformatie automatisch in hun eigen site verwerken, zonder dat daar omslachtig integratiewerk bij komt kijken. Andere webservices zullen vooral het bedrijfsleven aanspreken. Credit scoring bijvoorbeeld: voer de naam van een bedrijf in, en de webdienst vertelt of dit bedrijf kredietwaardig is. Er zijn al bedrijven genoeg die dit soort informatie aanbieden, maar het inbedden in een webservice maakt het gebruik veel flexibeler.

'Het betekent dat ik op het web componenten vind die ik vroeger zelf moest ontwikkelen', zegt Guido van Humbeeck, managing partner van Application Engineers, een Leuvens bedrijf dat zich specialiseert in het ontwerpen van complexe, op componenten gebaseerde maatsoftware voor het ondernemingsleven. Omdat grote brokken van een applicatie nu gewoon kant-en-klaar van internet worden geplukt, kunnen nieuwe bedrijfstoepassingen veel sneller en dus veel goedkoper geschreven worden, voorspelt hij. De keerzijde is wel dat deze toepassingen meer doordacht ontworpen moeten worden, keurig opgebouwd uit afzonderlijke componenten. Dat zal volgens Van Humbeeck de vraag naar hoger gekwalificeerd IT-personeel doen stijgen, terwijl de nood aan analist-programmeurs vermindert.

Het concept webservice is momenteel hip en velen eigenen zich de vadersrol toe. Maar tot verbazing van velen is het Microsoft dat zich het afgelopen jaar heeft opgeworpen als de grootste voorvechter van dit model. Onder de noemer .Net (spreek uit: dot net) werkt Microsoft hard aan producten om webservices te ontwikkelen en uit te voeren. Microsoft zet zich ook met zelden geziene ijver in om marktstandaarden voor webservices te ontwikkelen. Zo is Microsoft de voornaamste initiatiefnemer van SOAP (Simple Object Access Protocol), ondertussen vrijwel algemeen aanvaard als de universele methode om webservices aan te roepen.

Daarnaast is Microsoft ook zelf webservices aan het ontwikkelen die het tegen betaling zal aanbieden. De eerste Microsoft-webservices - samen Hailstorm genoemd - zijn gericht op de consumentenmarkt en hebben te maken met authentificatie, e-mail en instant messaging. Maar ook voor bedrijfstoepassingen komen er Microsoft-webservices. Dat roept bij heel wat critici van de softwarereus bedenkingen op. Niet iedereen heeft hetzelfde vertrouwen in Microsofts vermogen om een server dag in dag uit in de lucht te houden. De recente virusproblemen doen hier overigens geen goed aan.

.Net heeft echter nog een belangrijker probleem: het is er nog niet. De belangrijkste componenten van .Net, zoals de programmeeromgeving Visual Studio.Net, komen pas tegen het einde van dit jaar op de markt. Ondertussen werken softwareontwikkelaars al wel een tijdje met bètaversies van de .Net-producten.

Een van de fundamentele principes van webservices is dat het 'binnenwerk' totaal onzichtbaar moet zijn. De webservice praat met de buitenwereld via berichten in de taal XML (eXtensible Markup Language). Webservices kunnen dan ook gebouwd worden met veel verschillende technologieën. Maar in de praktijk zullen twee benaderingen wellicht overheersen: Microsoft .Net aan de ene kant, en Java aan de andere.

Java is de programmeertaal van Sun Microsystems. De recente 'zware' versie van Java voor bedrijfstoepassingen, J2EE (Java 2 Enterprise Edition), wint snel aanhang. Een aantal bedrijven richt zich momenteel heel sterk op het bouwen van serversoftware voor J2EE-webservices. Bedrijven als IBM en BEA zijn voortrekkers op dat gebied.

Guido van Humbeeck: 'Het mooie van webservices is dat het niet uitmaakt of een service nu gebouwd is op .Net of op Java. Het is gewoon een service.' Volgens Van Humbeeck betekent dat ook dat bedrijven voortaan niet meer hoeven te kiezen tussen een pure Microsoft-aanpak (alles op Windows) en de wereld van Java (vaak op Unix). Ze kunnen beide aanpakken binnen de onderneming combineren, en aanvullen met externe webservices.

Tegenover J2EE heeft .Net technologisch gezien nog een achterstand in te halen. Microsoft moet bovendien potentiële gebruikers overtuigen dat .Net hen niet opsluit in een gesloten Microsoft-wereldje. Maar Microsoft werkt hier hard aan. En het .Net-concept heeft een interessante particulariteit: het is theoretisch mogelijk Java te gebruiken als programmeertaal binnen .Net om een webservice te bouwen. Voor Java-fanaten is dat een gruwelijke gedachte, maar misschien kan het twijfelaars overtuigen. Zelf schuift Microsoft de eigen programmeertalen Visual Basic en C# (spreek uit: C sharp, een nieuwe taal die veel ideeën van Java 'leent') naar voren als beste keus voor .Net.

Vandaag bestaan er verschillende manieren om een bepaalde toepassing - bijvoorbeeld een programma waarin werknemers bestelbonnen voor kantoormateriaal kunnen invoeren - te realiseren. De IT-afdeling kan beslissen die software zelf te schrijven, of om een kant-en-klaar pakket aan te kopen. Enkele jaren geleden kwam daar een derde optie bij: software huren bij een Application Service Provider (ASP). De software draait dan bij een dienstenleverancier, en niet meer op de computer van de gebruiker. Met het gebruik van webservices duikt een vierde mogelijkheid op: de IT-afdeling kan een elementair stukje software schrijven, dat echter voor bepaalde berekeningen of controles gebruikmaakt van een bestaande webservice ergens op het internet. Webservices doen de grenzen nog meer vervagen. De aanbieder van die webservice is dan een ASP 'nieuwe stijl', die niet langer een volledige applicatie maar wel een component aanbiedt. En dat kan voor veel bedrijven een aantrekkelijker perspectief zijn dan het pure ASP-model. Bij Microsoft zijn ze er alvast van overtuigd dat de ASP's zullen evolueren naar webservices.

Verschillende Belgische ondernemingen bieden al webservices aan of staan op het punt die te lanceren. Kapitol NV, de onderneming achter de Infobel-website, heeft bijvoorbeeld een webservice gebouwd rond zijn internationale adressenbestanden.

Volgens Van Humbeeck biedt het concept webservices massa's interessante nieuwe mogelijkheden. Luchthavens kunnen hun uurregeling aanbieden in de vorm van een webservice, en daar inkomsten uit halen. Ook de overheid kan er zijn voordeel mee doen voor e-government-initiatieven. Van Humbeeck suggereert dat de overheid zelf softwaremodules zou kunnen schrijven die de recentste wetgeving, bijvoorbeeld inzake bedrijfsbelasting of subsidies, correct toepassen. Bedrijven kunnen dan gewoon deze webservice in hun eigen bedrijfssoftware schakelen, zonder zelf te moeten proberen het ingewikkelde juridische jargon om te zetten in programmacode.

Maar niet alle softwarefuncties kunnen zomaar vervangen worden door webservices. Volgens Ludo de Bie, e-solutions director van het ICT-dienstenbedrijf EDS, leent het model zich vooral tot het aanbieden van databanken met gespecialiseerde informatie - zoals de adressendienst van Infobel of credit scoring. 'Of dit de dominante manier wordt om bedrijfstoepassingen te schrijven? Daar staan we nog een heel eind vanaf', stelt Ludo de Bie. Hij twijfelt of andere soorten softwarecomponenten op een commercieel leefbare manier kunnen worden aangeboden.

De Bie vergelijkt de huidige opwinding over webservices met de beroering over het client-servermodel begin jaren '90. Ook dat model zou andere benaderingen van softwareontwikkeling van de kaart vegen, maar maakte die belofte nooit waar.

In ieder geval moeten nog heel wat hindernissen uit de baan worden geruimd alvorens webservices kunnen doorbreken. De voornaamste problemen? Webservices moeten voldoende beveiligd worden, zij moeten dag en nacht beschikbaar zijn en moeten duidelijke en correct kunnen worden gefactureerd. Voor bedrijfstoepassingen komt daar nog een extra probleem bij: webservices moeten ook gegarandeerde antwoordtijden bieden, anders blijven cruciale toepassingen secondenlang stilhangen. De betrouwbaarheid van de geleverde diensten zal in eerste instantie gegarandeerd moeten worden in contracten. Kapitol zal zijn klanten binnenkort een Service Level Agreement (zeg maar een soort garantie voor het beschikbaar zijn van de dienst) voor de Infobel-webservice kunnen aanbieden, vertelt business development manager Alexandre Gaschard. Hoe webservices precies zullen worden gefactureerd, is ook nog niet helemaal duidelijk. Meestal zal worden betaald per transactie of per maand.

Volgens Guido van Humbeeck zullen bedrijven er de eerste jaren nog niet aan denken om de meest vitale softwareonderdelen uit te besteden. Maar toch gelooft hij dat het vertrouwen in webservices langzamerhand zal groeien. Alleen leveranciers die consequent een betrouwbare, kwalitatief hoogstaande webservice aanbieden, zullen overblijven. De overlevingsstrijd kan beginnen.

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud