Logo
Partner Content biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De Partner zijn verantwoordelijk voor de inhoud.

De prijs van elektriciteit: een evenwicht tussen verschillende factoren

Dries Vernaillen ©Studio Dann

Sinds de liberalisering van de energiemarkt worden de elektriciteitsprijzen beïnvloed door een wereldmarkt die continu gestuurd wordt door allerlei factoren, zegt Dries Vernaillen van ENGIE.

De vrijmaking van de energiemarkt is in Vlaanderen al sinds 2003 een feit. In 2007 volgden Brussel en Wallonië. ‘Het zijn niet langer de overheid of de leveranciers die de energieprijs bepalen’, zegt Dries Vernaillen, Pricing Manager bij ENGIE. Vraag en aanbod op de energiemarkt worden van dichtbij gevolgd. Op de handelsvloeren van energieleveranciers zoals ENGIE volgen traders via acht schermen elke prijsschommeling nauwgezet op. Ze voeren transacties uit met allerlei looptijden: van de spot markets, die de prijzen voor de volgende dag bepalen, tot de termijnmarkten (forward markets) voor kwartalen en voor de komende drie jaar. Op die manier worden zowel de prijzen van elektriciteit als van gas bepaald.

Evenwicht tussen acht factoren

Elektriciteit kan niet worden opgeslagen - althans niet op een economisch rendabele manier. Daarom is het hele systeem gericht op onze elektriciteitsconsumptie en dus de vraag naar elektriciteit. De elektriciteitsproductie moet constant aangepast worden aan het verbruik om het netwerk in balans te houden.

'De kosten van elektriciteit zijn afhankelijk van de energie die wordt gebruikt om ze te produceren.'
Dries Vernaillen
Pricing Manager bij Engie

De prijs van elektriciteit is dus het resultaat van een dynamisch evenwicht. Verschillende factoren oefenen hier invloed op uit: beschikbaarheid van centrales, prijs van brandstoffen (aardgas, steenkool, wind, zon), de energiemix van een land, macro-economische omstandigheden, wisselkoers, het weer, infrastructuur en de mogelijkheid om elektriciteit te importeren. ‘De kosten van elektriciteit zijn afhankelijk van de energie die wordt gebruikt om ze te produceren’, licht Dries Vernaillen toe. ‘In de elektriciteitswereld wordt de kostprijs meestal bepaald door de marginale kosten van de centrale. Die kostprijs, uitgedrukt in euro per geproduceerde megawattuur (MWh), wordt gerangschikt van laag naar hoog en vormt zo de merit order – zeg maar de aanbodcurve van elektriciteit.’

De duurste centrale die wordt ingezet om op een bepaald moment aan de marktvraag te beantwoorden is dus bepalend voor de elektriciteitsprijs. Want die centrale heeft de hoogste marginale kosten, en net die kosten bepalen de marktprijs. Het prijsverschil tussen deze centrale en andere productiebronnen dekt dan de vaste kosten van deze bronnen.

Het elektriciteitsverbruik varieert aanzienlijk tijdens een dag en het elektrische netwerk moet zowel op piek- als daluren in evenwicht zijn. Wanneer de vraag toeneemt - bijvoorbeeld 's morgens, wanneer de bevolking opstaat en de industriële activiteit begint - zijn er meer centrales actief. Om de vraag te dekken, zal de markt de merit order aflopen en de goedkoopste beschikbare centrales inzetten. Op dat moment stijgen de prijzen op de spot market. Wanneer de vraag daalt - bijvoorbeeld na 22.00 uur – maakt de markt de omgekeerde beweging: de duurste centrales worden afgeschakeld tot het aanbodsurplus is weggewerkt en vraag en aanbod weer in balans liggen.

Gas en elektriciteit importeren

‘Een andere belangrijke parameter is de infrastructuur van het elektriciteitsnet’, benadrukt Dries Vernaillen. ‘Alleen een betrouwbaar en goed ontwikkeld netwerk kan de elektriciteitsbehoeften van het hele land invullen. Als dat allemaal niet goed geregeld is, zou een defect aan een hoogspanningslijn aanzienlijke leveringsproblemen veroorzaken.’

Buitenlandse handel speelt ook een belangrijke rol bij de prijszetting van elektriciteit. Door het nationale netwerk te verbinden met dat van de buurlanden, kunnen landen elkaar helpen om hun energienetwerk in evenwicht te houden. ‘Zo wordt de sluiting van een Belgische centrale gecompenseerd door de aankoop van extra productie in een buurland’, besluit Dries Vernaillen. ‘Alle Europese landen zijn dus zowel importeurs als exporteurs van elektriciteit. Deze grensoverschrijdende samenwerking maakt een evenwicht mogelijk op het Belgische net en dat van onze buurlanden.’

* De marginale productiekosten zijn de extra kosten die de laatst geproduceerde eenheid heeft gemaakt. 

Lees verder

Logo
Partner Content biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De Partner zijn verantwoordelijk voor de inhoud.