Logo
Partner Content biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.

‘Met waterstof kan de staalindustrie 90 procent minder CO2 uitstoten’

Geert Van Poelvoorde, CEO ArcelorMittal Europa

Als staalbedrijven hun CO2-uitstoot drastisch willen terugdringen, dan moeten ze met nieuwe technologie het hele productieproces veranderen. Op termijn is daarbij een cruciale rol weggelegd voor waterstof.

Wil de Europese Unie het eerste klimaatneutrale continent zijn tegen 2050, dan moet het fossiele brandstoffen zoveel mogelijk vervangen door hernieuwbare energiebronnen. Zonne- en windenergie zijn evidente vormen van hernieuwbare energie, maar ook waterstof neemt een cruciale plaats in binnen de Europese en Belgische plannen om de doelstellingen van de Green Deal te halen. Duurzaam geproduceerde waterstof stoot immers geen CO2 uit en is niet luchtvervuilend. Bovendien kan waterstof dienen als grondstof, brandstof en energiedrager. Daarmee zijn er zeker in de industrie heel veel mogelijke toepassingen. Het herstelplan voor Europa, NextGenerationEU, dat in de nasleep van de coronacrisis werd uitgewerkt om de economie van alle lidstaten te doen opveren, zorgt voor een versnelling van de waterstofeconomie. Zo omvat het Belgische herstelplan meer dan 400 miljoen euro aan investeringen in waterstofprojecten, waaronder de ontwikkeling van een transportnetwerk van meer dan 100 km om industriële clusters in Antwerpen, Gent, Henegouwen, Luik en Brussel met elkaar te verbinden, alsook steun voor onderzoek en innovatie op gebied van waterstof.

Groen staal

‘België maakt, onder andere via financiële steun uit het herstelplan, veel middelen vrij om een waterstofeconomie uit te bouwen.’
Geert Van Poelvoorde
CEO ArcelorMittal Europa

‘De wereldwijde staalindustrie stoot 7 à 8 procent van alle CO2 uit. We dragen een grote verantwoordelijkheid in het behalen van de klimaatambities en die gaan we niet uit de weg’, zegt Geert Van Poelvoorde, CEO van ArcelorMittal Europa. De grootste staalproducent van Amerika, Europa en Afrika legde daarom vorig jaar ambitieuze klimaatdoelstellingen op tafel. De staalgigant wil tegen 2030 de CO2-uitstoot in Europa terugdringen met 35 procent, vergeleken met 2018. En wil klimaatneutraal zijn tegen 2050. Daarmee schaart het bedrijf zich achter de klimaatobjectieven die op Europees niveau werden vastgelegd via de Europese Green Deal. En net als de EU, spelen de Europese vestigingen van ArcelorMittal een voortrekkersrol in de transitie. ‘Het is nog niet overal ter wereld evident om dergelijke ambitieuze doelstellingen te verwezenlijken. Vanuit Europa willen we de hele groep meetrekken’, zegt Van Poelvoorde.

De hoge CO2-uitstoot van de staalindustrie is vooral een gevolg van het chemische proces dat eigen is aan de productie van staal. IJzerertsen zijn verbindingen van ijzer met zuurstof. In een hoogoven worden beide van elkaar gescheiden met koolstof, afkomstig uit steenkool of cokes. De zuurstof uit het ijzererts en de koolstof, de twee cruciale chemische elementen in het productieproces, vormen samen CO2.

Nieuwe technologie

Waterstof speelt een cruciale rol om de CO2-uitstoot van de staalproductie te verminderen. Vandaag bestaan er reeds manieren om het bestaande productieproces minder vervuilend te maken, door bijvoorbeeld waterstof in de hoogovens te injecteren, dat dankzij een chemische reactie zorgt voor een reductie van de koolstof en dus ook van de CO2-uitstoot. ‘Echter, om volledig energieneutraal staal te produceren, moeten we evolueren naar een heel nieuw productieproces met een nieuwe technologie’, zegt Van Poelvoorde. Zo investeert het staalbedrijf 1,1 miljard euro in de Gentse site, waar een van de hoogovens wordt vervangen door een DRI-installatie (Direct Reduced Iron) in combinatie met twee elektrische ovens. Volgens Van Poelvoorde stoot zo’n installatie al 65 à 70 procent minder CO2 uit vergeleken met de traditionele staalproductie door middel van hoogovens.

 ‘Op dit moment werkt een DRI-installatie op aardgas, maar op termijn is het ook mogelijk om waterstof in plaats van aardgas te gebruiken in de DRI-installatie. Dan zou de CO2-uitstoot met meer dan 90 procent verminderen. Momenteel is er nog niet voldoende waterstof beschikbaar om die omschakeling te maken. België maakt wel veel middelen vrij om een waterstofeconomie uit te bouwen, met alle infrastructuur die daarvoor nodig is, en ontvangt daarvoor ook financiële steun van Europa. Zodra zowel de bouw van de infrastructuur als de subsidiëring goed op gang komen, wordt met waterstof geproduceerd staal een haalbare kaart. Dat verwacht ik ergens tussen 2030 en 2040.’

©Shutterstock

Europese steun voor de waterstofeconomie

De Europese Unie ondersteunt op verschillende manieren de ontwikkeling en grootschalige invoering van koolstofvrije waterstof. Ze doet dat onder meer via het EU-innovatiefonds, een Europees financieringsprogramma dat gericht is op industriële oplossingen die Europa koolstofneutraal kunnen maken. Daarnaast is er een belangrijke rol weggelegd voor ‘Clean Hydrogen Joint Undertaking’, een publiek-privaat samenwerkingsverband dat Europees onderzoek naar waterstoftechnologie ondersteunt. Waterstofprojecten kunnen bovendien steun krijgen in het kader van zogenaamde IPCEI-projecten van de afzonderlijke lidstaten. IPCEI staat voor ‘Important Projects of Common European Interest’.Met IPCEI-projecten stimuleert de EU de lidstaten om middelen te bundelen in grote belangrijke projecten die bijdragen aan de concurrentiekracht van de Unie. Via zulke projecten kunnen maatschappelijke uitdagingen aangepakt worden waarvoor anders geen oplossing zou komen. Tot slot gaat vanuit het herstelplan voor België zo’n 437 miljoen euro naar projecten die de uitbouw van een waterstofeconomie ondersteunen.

Lees verder

Logo
Partner Content biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.