Logo
Partner Content biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De Partner zijn verantwoordelijk voor de inhoud.

Doorgroeien is veel lastiger dan starten

Omar Mohout, Entrepreneurship Fellow bij Sirris: 'Vorig jaar zijn er amper 35 start-ups in geslaagd de overgang te maken naar de scale-up-fase. Dat zouden er veel meer moeten zijn.' ©Marco Mertens

Starters vinden in ons land relatief gemakkelijk investeerders die de opstartfase kunnen financieren. Het is veel lastiger om partijen te vinden die een miljoen euro injecteren in een bestaande onderneming. Nochtans is dat cruciaal om de volgende groeifase te halen.

Voor de jonge starters zijn er tal van financieringsmogelijkheden. Vaak start dat met de zogenaamde friends, fools and family. Ook overheidssubsidies kunnen de financiële draagkracht versterken. En dan zijn er nog verschillende mogelijkheden om aandelen te ruilen voor financiering. Denk maar aan sweat equity: prestaties betalen met aandelen (wat bijvoorbeeld een alternatieve verloningsvorm kan zijn voor de programmeur van een app).

Een project te financieren?

Het Funding Compass zet u op de juiste weg.

Ook crowdfunding is uitgegroeid tot een belangrijke financieringsbron voor starters. En dan zijn er uiteraard nog de business angels en durfkapitalisten’, zegt Omar Mohout, professor ondernemerschap aan de Antwerp Managementschool en expert voor Sirris (het innovatiecentrum van de technologische industrie).

 

‘Voor starters die erin slagen toch al iets op te bouwen, lukt het in ons land vrij aardig om business angels te vinden die tot enkele honderdduizenden euro’s willen investeren. De grootste uitdaging is om door te stoten naar de volgende groeifase, die van de zogenaamde scale-ups.

Jonge ondernemers staan vaak weigerachtig tegenover externe investeerders, omdat ze bang zijn om de controle over hun bedrijf te verliezen. Maar die angst remt de groei.
Omar Mohout
Entrepreneurship Fellow bij Sirris

In die fase gaat het al over investeringen vanaf 1 miljoen euro. ‘Hier wringt het schoentje. Er zijn in ons land maar een handvol fondsen die zich focussen op de financiering van bedrijven in deze groeifase. Om maar een idee te geven: vorig jaar zijn er amper 35 start-ups in geslaagd de overgang te maken naar de scale-up-fase. Dat zouden er veel meer moeten zijn’, vindt Omar Mohout.

Deze bedrijven zijn meestal nog te klein om op de radar te komen van de grote buitenlandse fondsen en moeten dus wel in eigen land investeerders vinden. Het is meestal pas vanaf de volgende groeifase – voor kapitaalinjecties vanaf 5 miljoen euro – dat buitenlandse investeerders hun intrede doen en dat de hele wereld opengaat.

Voorbij het product

Voor starters die hun overlevingskansen willen maximaliseren, heeft Omar Mohout twee belangrijke adviezen. Het eerste? ‘Starters blijven te vaak hangen bij de ontwikkeling van hun product. Natuurlijk moet dat goed genoeg zijn. Maar je kan blijven sleutelen aan een app, terwijl het belangrijkste is dat je er ook geld mee verdient. Starters moeten de dingen veel meer vanuit een investeringsstandpunt bekijken en nadenken hoe ze niet met hun product maar wel met hun bedrijf meerwaarde kunnen creëren.’

Daarnaast moeten starters en groeibedrijven ook bereid zijn om meerwaarde te creëren voor andere partijen, zoals externe aandeelhouders. ‘Jonge ondernemers staan vaak weigerachtig tegenover externe investeerders, omdat ze bang zijn om de controle over hun bedrijf te verliezen. Maar die angst remt de groei. Het is beter om een hele grote taart te bakken die je met veel mensen kan delen, dan om een cupcake te maken die je helemaal voor jezelf kunt houden’, besluit Omar Mohout.

Lees verder

Logo
Partner Content biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De Partner zijn verantwoordelijk voor de inhoud.