Logo
Partner Content biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.

6 concrete aanbevelingen voor een toekomstbestendig pensioensysteem

‘Samen gemaakte gezins- en loopbaankeuzes mogen niet automatisch leiden tot ongelijke pensioenen wanneer koppels scheiden of uit elkaar gaan’ - Bart Chiau, senior expert bij NN en professor aan de faculteit economie van de UGent

NN Insurance vindt dat het hoogtijd is om na te denken over een upgrade van ons pensioenstelsel. Bart Chiau, senior expert bij NN en professor aan de faculteit economie van de UGent, licht zes concrete aanbevelingen toe.

1. Gebruik financiële stimuli om langer werken aan te moedigen

‘De gemiddelde leeftijd waarop mensen in ons land met pensioen gaan, bedraagt 61,6 jaar. Dat is erg laag in vergelijking met andere Europese landen. In Nederland is die leeftijd bijvoorbeeld 65,2 jaar. Om ons pensioensysteem betaalbaar te houden, moeten we langer werken aanmoedigen. De eerste stap is alle poorten sluiten, ook bij ambtenaren, die leiden tot een vervroegde uittreding. Zo ontstaat er extra budgetruimte en groeit de solidariteit tussen personen binnen een generatie. Wie toch vóór de wettelijke pensioenleeftijd zijn of haar loopbaan stopzet, moet daar financieel door benadeeld worden. Wie effectief verder werkt na de pensioenleeftijd, wordt dan beloond. De invoering van een pensioenmalus en -bonus op het wettelijk pensioen regelt dat.’

2. Benut het aanvullend pensioen om langer en anders te werken

‘Ook het aanvullend pensioen kunnen we inzetten om langer werken te bevorderen. Daarbij kan het helpen om de uitbetaling van het aanvullend pensioen pas mogelijk te maken vanaf de wettelijke pensioenleeftijd, dus 65 (67) jaar.  Want vandaag de dag kan/moet het aanvullend pensioen worden uitbetaald wanneer men in aanmerking komt voor een vervroegd (wettelijk) pensioen. En dat willen we uitstellen tot de effectieve wettelijke pensioenleeftijd. Wie vroeger met pensioen gaat, zal dus niet enkel bestraft worden met een pensioenmalus op het wettelijk pensioen, maar zal ook moeten wachten tot de pensioenleeftijd om aanspraak te kunnen maken op het aanvullend pensioen. Anderzijds: wie langer werkt, moet een hoger aanvullend pensioen kunnen krijgen. Zo belonen we langer werken.’

3. Stel rente-uitkeringen voorop

‘Omdat mensen steeds langer leven, moeten we een bescherming inbouwen voor het risico dat ze hun vermogen overleven. Zo verkleint de kans dat we onvoldoende pensioen- of spaargeld overhouden om het einde van ons leven mee te overbruggen. Rente-uitkeringen bieden de gepensioneerde een mooie bescherming. Het aanvullend pensioen, zoals een groepsverzekering of een VAPZ of IPT voor zelfstandigen, wordt dan maandelijks in schijven uitbetaald en niet langer als één groot bedrag. Rente-uitkeringen zijn in die zin een gegarandeerd levenslang maandelijks extra inkomen boven op het wettelijk pensioen. In ons land worden rente-uitkeringen onaantrekkelijk gemaakt door veel te rigide renteformules en een ongelijke fiscale behandeling. Dat kan anders.’

4. Faciliteer de individuele voortzetting van aanvullende pensioenen bij pensionering

‘Mensen moeten de optie krijgen om individueel de opbouw van hun aanvullend pensioen voort te zetten, ook na hun wettelijke pensioenleeftijd. Het kan zijn dat mensen dat geld op dat moment nog niet nodig hebben, omdat ze bijvoorbeeld gespaard of in vastgoed geïnvesteerd hebben. Ze zouden de opgebouwde reserves uit de tweede pijler dan kosteloos kunnen voortzetten als een individuele levensverzekering. Ook de aanvullende pensioenen die beleggen in een tak-23-levensverzekering hebben hier baat bij. De verplichte uitkering bij pensionering kan immers op een slecht moment vallen. De opneming zou dan later kunnen gebeuren, in een periode met betere beurskoersen en bijgevolg ook een gunstiger rendement.’

5. Schep duidelijkheid en rechtszekerheid over de 80%-regel

‘De huidige 80%-regel is veel te complex. Volgens dat systeem mag bijvoorbeeld bij werknemers de som van het wettelijk en het aanvullend pensioen, uitgedrukt in renten, niet hoger liggen dan tachtig procent van de laatste, normale brutobezoldiging. Sinds vorig jaar controleert de fiscus de naleving ook veel strenger. Maar de strengere interpretatie van de controleurs kan nadelige gevolgen hebben voor de jobmobiliteit en voor het ondernemerschap. Dit druist ook in tegen de noodzaak om langer te werken. Wat eerst zou moeten gebeuren, is het creëren van een duidelijke regelgeving rond de invulling van de concrete parameters van die 80%-grens. Controles uitvoeren op iets wat onduidelijk is, heeft weinig zin.’

6. Maak een vrijwillige pensioensplit op de eerste en tweede pijler mogelijk bij scheiding

‘Hiermee willen we billijkheid creëren tussen partners en de gevolgen van hun gezamenlijke keuzes. Denk aan wie tijdelijk zijn of haar loopbaan terugschroeft of deeltijds gaat werken wanneer er kinderen komen. NN vindt dat deze samen gemaakte gezins- en loopbaankeuzes niet automatisch mogen leiden tot ongelijke pensioenen wanneer koppels scheiden of uit elkaar gaan. Partners moeten vooraf vrijwillig kunnen kiezen om de opgebouwde pensioenrechten van het wettelijk pensioen en de reserves van het aanvullend pensioen gelijk over elkaar te verdelen voor de periode dat ze samen waren. Als ze ooit uit elkaar gaan, zal er dan een pensioenberekening gebeuren. Dat noemen we de vrijwillige pensioensplit bij scheiding.’

Lees verder

Logo
Partner Content biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.