Onder de verantwoordelijkheid van DEME

Offshore Wind

Alain Bernard, CEO van DEME en Luc Vandenbulcke, managing director GeoSea © Frank Toussaint
5 Leestijd

‘We moeten gaan voor energie made in Belgium'

Visie & strategie

Meer in
Offshore Wind

‘Het feit dat offshore wind heel competitief wordt, is fantastisch nieuws als je kijkt van waar we komen’, zegt Alain Bernard. De CEO van DEME betreurt dat sommige politieke standpunten de toekomst van offshore windenergie in België in gevaar brengen.

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Sinds enkele weken raast in ons land een flinke politieke storm over de kostprijs van offshore windenergie. Dat zit zo. Het Belgische windmolenpark Rentel (waarin DEME een van de acht partners is) had vorig jaar een prijs van 129,8 euro per megawattuur bedongen, terwijl de CREG later berekende dat de garantieprijs naar 62 à 64 euro kon. De energieregulator keek daarbij naar het Deense Dong Energy, dat begin dit jaar de aanbesteding won van het tegen 2023 te bouwen Nederlandse windmolenpark Borssele met een prijs van 72,7 euro per megawattuur.

De LNG-terminal in de haven van Zeebrugge, die is toch met belasting geld gebouwd? Dat noemden ze toen nog gewoon overheidsinvesteringen.
Alain Bernard CEO van DEME
Alain Bernard, CEO van DEME © Frank Toussaint Alain Bernard, CEO van DEME © Frank Toussaint

 

Volgens critici betekende dit dat België 2 miljard te veel betaalt voor de nieuwe offshore windparken. Philippe De Backer, staatssecretaris voor de Noordzee (Open VLD), stelde prompt de concessies in vraag. ‘Wij waren al met de CREG aan het onderhandelen over een lagere prijs voor de komende parken omdat wij best wel snappen dat de technologische vooruitgang sinds het moment dat wij de concessie heb ben binnengehaald dat mogelijk en nodig maakt’, vertelt Alain Bernard. ‘Onze sectorvereniging Belgian Offshore Platform heeft een eigen studie besteld bij de sectorvereniging PwC. Uiteindelijk is het de bedoeling om met deze elementen tot een vergelijk te komen.’

Dat de prijsevolutie omlaag wijst, is in elk geval duidelijk. Begin april kwam het nieuws dat in Duitsland energiebedrijf EnBW samen met Dong Energy tegen 2025 drie parken wil bouwen zonder steun. ‘De ontwikkelaars maken zich sterk dat ze dan zullen toekomen met enkel de marktprijs van de geproduceerde stroom die in Duitsland tegen dan ongeveer 80 euro bedraagt, dat wil zeggen 2 à 2,5 keer de prijs nu hier in België’, verklaart Luc Vandenbulcke, topman van GeoSea, de offshore aannemer van de groep.

Is een oplossing nog mogelijk? Mensen hebben gehoord dat ze te veel betalen, of dat nu klopt of niet.

Bernard: ‘Een onderhandelde oplossing lijkt best haalbaar. In de beeldvorming kunnen parken vandaag gebouwd worden zonder subsidie, terwijl dat pas in 2025 zou kunnen, op voorwaarde dat we een grote technologische vooruitgang realiseren, én dat elektriciteit dan meer dan twee keer zo duur is als vandaag.’

Zijn er nog elementen die het verschil in subsidiebedragen verklaren?

Bernard: ‘Zeker. Zo nemen wij alle voorbereidende werken voor onze rekening, en leggen en onderhouden we de netwerkaansluiting met het vasteland. In Duitsland betaalt de overheid voor een grote stekkerdoos in zee waar die parken op kunnen aansluiten. Vergeet ook niet dat het in het Noorden van Duitsland meer en harder waait dan bij ons. Daarnaast is er een limiet op de grootte van turbines, omdat België eist dat die zo dicht mogelijk bij elkaar staan. Bovendien zijn de beste plaatsen voor onze kust al bebouwd, met name de zandbanken. De nieuwe molens zijn daarom duurder, omdat de wind er bijvoorbeeld minder gunstig is of omdat ze in diepere geulen staan in plaats van op een zandbank.’

Vandenbulcke: (knikt) ‘Je moet situatie per situatie bekijken. EnBW en Dong Energy hebben in Duitsland nog een andere concessie binnengehaald om in 2025 op te leveren. Omdat dit park minder goed gelegen is, zal daar nog altijd een minimumprijs van 60 euro per megawattuur gelden voor diezelfde Dong. Maar daarover lees je in de pers niets.’

De kritiek is steevast dat subsidies het prijsmechanisme scheeftrekken.

Bernard: Men doet nu alsof alleen offshorewind subsidies krijgt. Neem aardgas, dat met schepen naar hier komt voordat het naar gascentrales gaat. De LNG-terminal in de haven van Zeebrugge, die is toch met belastinggeld gebouwd? Dat noemden ze toen nog gewoon overheidsinvesteringen. Maar omdat de staat de laatste tien jaar geen budgettaire marge meer heeft, moet de privésector al die investeringen doen. Is het zo raar dat die bedrijven daarbij garanties vragen voor een redelijk rendement?’

De regering wil een herhaling van het dure zonnepalendebacle vermijden.

Bernard: ‘Dat begrijp ik, maar het verschil is dat die zonnepanelen vanuit China kwamen, terwijl de offshorewindindustrie hier een groot economisch belang heeft. Je mag die twee niet met elkaar vergelijken.’

Vandenbulcke: ‘Op het assembleren na is de windmolenindustrie sterk vertegenwoordigd in België. We hebben daar veel kennis in opgebouwd, en nu dreigen we dat allemaal op te geven. En voor wat? Een kort gewin. Het is toch beter om een Belgisch windmolenpark te bouwen met Belgische bedrijven om elektriciteit te produceren voor Belgen, dan te blijven olie verstoken die in Saudi-Arabië uit de grond komt? Bovendien moet je ook de socialezekerheidsbijdragen en belastingen van die werkgelegenheid in rekening brengen, in plaats van met een simpel cijfer te zwaaien als “2 miljard besparingen”.’

Nog een laatste keer terug naar de betwiste concessies. Als die vervallen en weer aanbesteed worden, kan DEME ze toch gewoon opnieuw binnenhalen?

Vandenbulcke: ‘Een nieuwe aanbesteding zal waarschijnlijk gewonnen worden door buitenlandse overheidsbedrijven. Zij zullen hier hun stroom verkopen, zonder dat de Belgische economie kan meeprofiteren.’

Bernard: ‘Dat klopt. Op het effectief bouwen van offshoreparken na, nemen zij het hele engineeringproces voor hun rekening. Dat neemt dus werk uit handen van Belgische bedrijven die zich daarin de afgelopen jaren gespecialiseerd hebben en die intussen flink exporteren. Consultancybureau Climact voorspelde begin dit jaar dat er tussen 2010 en 2030 zo’n 16.000 arbeidsplaatsen bijkomen in de Belgische offshore-industrie. De Belgische thuismarkt is de basis voor innovatie van deze offshore cluster en vormt de springplank voor de export.'

Ook als de concessie naar een andere partij gaat, blijft DEME wel een logische partner om de werken op zee uit te voeren.

Bernard: ‘Dat klopt, maar al het denkwerk, van studiebureaus over financiële en juridische expertise tot milieubegeleiding, zijn we dan kwijt. Dat vind ik erg.’

Vandenbulcke: (zucht) ‘We zijn voor energie jarenlang een wingewest geweest van het buitenland, en nu we ons daar eindelijk aan kunnen onttrekken met energie - productie made in Belgium, gaan we onszelf stokken in de wielen steken.’

‘Wij gaan de hele levenscyclus van een windturbinepark mee’

‘Voor niets gaat alleen de zon op, en gaat het licht niet aan.’ Zo’n uitspraak illustreert dat Wim Biesemans de nuchterheid zelve is. Dat moet ook voor een financiële man. Als Managing Director van DEME Concessions is hij verantwoordelijk voor alle concessieactiviteiten rond infrastructuur, hernieuwbare energie en marine grondstoffen. ‘Wij doen de prille ontwikkelingsfase tot het project klaar is om gefinancierd te worden. Daar moet je een solide businessplan voor opmaken en dat ook verkocht krijgen.’

Dat laatste is zeker niet vanzelfsprekend. Soms zijn projecten mooi ontwikkeld, maar raken ze toch niet gefinancierd, legt Biesemans uit. ‘Kijk naar Merkur, een windturbinepark in de Duitse Noordzee. Na voltooiing zal het jaarlijks genoeg schone energie leveren voor ongeveer een half miljoen gezinnen. Vóór ons waren er twee aspirantontwikkelaars die er niet in zijn geslaagd om het plaatje financieel te doen kloppen.’

Dat lukte DEME dus wel. Het legde zelf ruim een kwart van de 1,2 miljard euro op tafel, en haalde de rest van het geld op bij een consortium van banken. Het verwachte rendement ligt op 10 tot 12 procent. ‘Dat lijkt misschien veel, maar het is een compensatie voor alle onzekerheden en technische risico’s die zich in 19 jaar kunnen voordoen’, verklaart Biesemans. ‘Onze collega’s van GeoSea zijn het park nu aan het bouwen. Als de werken in de tweede helft van volgend jaar rond zijn en het park operationeel is, nemen we als aandeelhouder in het project ons zitje op in de raad van bestuur van het bedrijf dat het windturbinepark uitbaat. Wij gaan dus de hele levenscyclus mee.’ 

Advertentie

Advertentie