Onder de verantwoordelijkheid van DEME

Offshore Wind

Offshore wind, DEME © DEME
5 Leestijd

Windenergie, belangrijk export product dankzij Belgische expertise

Partners aan het woord

Meer in
Offshore Wind

De offshorewindindustrie heeft in haar korte bestaan al een hele weg afgelegd. Als pionier hecht DEME daarbij veel belang aan de samenwerking met partners die helpen innoveren, bouwen en financieren.

Advertentie

Advertentie

Advertentie

‘Wij zien DEME niet als een klant, maar als een partner’

Een officieel partnerschap is er niet. Maar in de praktijk komt de relatie tussen DEME en Tractebel wel dicht in de buurt, zegt Marc Lepiece, de topman van het ingenieursbureau dat zich toelegt op energie en infrastructuur. Overigens is het moederbedrijf van Tractebel, de Franse energiereus Engie, wel een officiële partner van DEME bij de ontwikkeling van het offshorewindpark Mermaid. ‘Wij werken al lang, en heel goed, samen voor maritieme studies die nodig zijn voor baggerwerken’, vertelt Lepiece. ‘Nu DEME steeds meer bezig is met energie, wordt het ook met die activiteiten een klant van ons. Zo werken wij samen met GeoSea om voor het Merkur-project in de Duitse Noordzee een offshore elektrisch platform te bouwen.’ Dat hij de termen ‘klant’ en ‘partner’ zo losjes inwisselt, is niet toevallig. DEME is een van de tien geprivilegieerde bedrijven waarvan Tractebel de relatie klant-leverancier wil zien evolueren naar echte partnerschappen.

Marc Lepiece, Tractebel © David Plas Photography Marc Lepiece, Tractebel © David Plas Photography

‘We onderzoeken welke nieuwe diensten we kunnen ontwikkelen om tegemoet te komen aan toekomstige uitdagingen bij DEME’, aldus Lepiece. ‘Begin juni organiseren we bij Tractebel bijvoorbeeld een Innovation Week, waar vertegenwoordigers van DEME uitleggen met welke uitdagingen ze zitten. Daarna bekijken we welk soort innovatieproject we kunnen lanceren om daarop in te spelen. Zo kunnen we bijvoorbeeld nieuwe producten of diensten aanleveren rond groene mobiliteit op zee. Denk dan aan schepen die varen op LNG of waterstof.’ Hij ziet nog een grote toekomst voor offshorewindenergie. ‘Op een dag moeten we toch de kerncentrales sluiten. En dan is het positief dat er voor onze kust nog zoveel potentieel aan windenergie is om die te vervangen. Daarom is het ook zo belangrijk dat we die expertise en werkgelegenheid hier in België kunnen verankeren.’

‘Laat ook burgers investeren in windmolenparken’
Olivier Vanderijst, CEO van SRIW © France Dubois Olivier Vanderijst, CEO van SRIW © France Dubois

‘Wij waarderen het dat DEME niet alleen kijkt naar hoe het met innovatie zijn markten voort kan ontwikkelen, maar ook hoe het nieuwe markten kan creëren’, vertelt Olivier Vanderijst, CEO van SRIW. De samenwerking dateert van het eeuwbegin, toen de Waalse investeringsmaatschappij in het kapitaal van DEME-milieudochter Ecoterres stapte. SRIW is ook een geldschieter van offshorewindprojecten van DEME. ‘De Noordzee is een federaal gebied’, verklaart Vanderijst de Waalse interesse in offshore-energie. ‘Elk van de drie regio’s profiteert van die energieproductie om de doelstellingen voor hernieuwbare energie te halen, ook Wallonië dus.’ De SRIW moet doorgaans zes jaar wachten voor de grote en risicovolle investeringen in offshorewindparken een return opleveren. ‘Maar dan geven ze wel recurrente inkomsten die belangrijk zijn voor ons businessmodel. We gebruiken dat geld om te investeren in meer risicovolle activiteiten zoals spin-offs.’ De CEO hoopt dat de dynamiek in de sector niet verloren gaat door de recente perikelen, en dat er een akkoord uit de bus komt om de drie windmolenparken te bouwen. ‘Dat is essentieel als we onze doelstellingen voor hernieuwbare energie willen halen.’ ‘België is een pionier in offshorewind - energie, en we staan wereldwijd bekend voor onze expertise’, verklaart Vanderijst nog. ‘De gevolgen voor onze economie zijn dus groter dan alleen wat we hier bouwen. We moeten de hoogte van de subsidies objectiveren, rekening houdend met wat er in andere landen gebeurt, en we mogen niet vergeten dat er belangrijke verschillen zijn. Denk aan de diepte van de zee, de afstand tussen windmolens, of het verschil in ontwikkelingskosten.’ Hij doet tot slot nog een concreet voorstel om het maatschappelijk draagvlak voor offshorewindmolenparken te verhogen. ‘Misschien moeten gewone burgers hier mee in kunnen investeren met hun spaargeld?’ 

‘Ook overheden moeten de basisregels volgen’
Offshore wind, DEME © DEME Offshore wind, DEME © DEME

‘Wij komen DEME op verschillende manieren tegen’, vertelt Raf Iemants van metaalconstructiebedrijf Iemants. De onderneming, die deel uitmaakt van de internationale Smulders Group, maakt onder meer grote cilindervormige funderingen die in de zeebodem geslagen worden, en waarop later windmolens geplaatst worden. ‘Soms maken we die funderingen in opdracht van GeoSea, het offshoreaannemersbedrijf van DEME, andere keren is het de eigenaar van een windmolenpark die zijn funderingen bij ons koopt, waarna DEME ze installeert.’ Iemants bouwt ook onderstations voor het bagger-, bouwen milieubedrijf. ‘In een offshorepark van pakweg 80 windmolens zijn turbines verbonden met een transformator waar de elektriciteit van spanning verandert, zodat ze via een landkabel op het elektriciteitsnetwerk geplaatst kan worden’, legt de CEO uit. Offshorewindenergie gaat met grote stappen vooruit, stelt Iemants tevreden vast. ‘Door grotere windmolens en een efficiëntere spreiding van de kosten is de kostprijs van die elektriciteit flink gedaald. Dat wil zeggen dat offshorewind veel minder gesteund moet worden door de maatschappij, en het misschien op termijn zelfs een niet-gesubsidieerde industrie zal worden.’ Hij heeft weinig begrip voor het op de helling zetten van de toegekende concessies aan ontwikkelaars zoals DEME. ‘Het is heel jammer dat overheden plots gemaakte afspraken willen veranderen. Tot zover de rechtszekerheid. Er zijn toch een aantal basisregels in onze maatschappij die iedereen moet volgen, de overheid op kop?’

‘Met onze schaalmodellen valt miljoenen uit te sparen’
Jeroen De Maeyer, energie-expert aan de UGent © DOC Jeroen De Maeyer, energie-expert aan de UGent © DOC

‘Wij zetten met de universiteit van Gent heel sterk in op het thema van Blue Growth, het activeren van het economisch potentieel van zeeën en oceanen’, zegt Jeroen De Maeyer, energie-expert aan de UGent. ‘Daar zit een biologisch, energie- en ingenieursluik aan. Het gaat van offshore-energie, scheepvaart, aquacultuur, kustbeveiliging tot blauwe biotech. Bij elk van die aspecten zijn er samenwerkingsverbanden met DEME.’ Een van de opmerkelijkste daarvan is Gen4Wave, een grote golftank die de UGent in Oostende gaat plaatsen om te experimenteren met golf-, getijde- en windgeneratie. Voor offshorewind bijvoorbeeld kunnen schaalmodellen van vlottende windmolens getest worden. ‘Daarbij staan turbines op vlottende structuren, waardoor ze kunnen functioneren in diepe gebieden waar funderingen onmogelijk of te duur zijn’, legt De Maeyer uit. ‘Het kost al snel miljoenen om één model in het echt te testen. In onze golftank kan dat veel goedkoper, en met verschillende opstellingen. Andere voorbeelden zijn de tests van de belasting van de bladen van nieuwe modellen onderwaterturbines, en studies naar het beste ontwerp voor havendammen. In de tank kunnen we bijvoorbeeld de stijging van de zeespiegel en extreme weersomstandigheden emuleren.’ Hij heeft gemengde gevoelens bij de hetze rond de eventuele intrekking van de verstrekte concessies. ‘Als burger vind ik dat de overheid zo efficiënt mogelijk met belastinggeld moet omspringen. In die zin begrijp ik dat ze nadenkt over hoe ze moet omgaan met concessies in de veranderende markt - omstandigheden voor offshore wind. Maar ik vraag me af in welke mate de goesting van een aantal trekkende bedrijven hierdoor zal afnemen. Dat kan problemen geven voor de toekomst van de Vlaamse export in deze groeiende markt. Ook dat heeft een economische impact, maar die is moeilijk in cijfers uit te drukken.’

Advertentie

Advertentie