Onder de verantwoordelijkheid van 
Keytrade

Beleggen

‘Gespreid beleggen was nooit zo gemakkelijk en goedkoop'

Meer in Beleggen

 © shutterstock

 © shutterstock

Belgische beleggers doen nog te veel aan navelstaren, meent beleggingsstrateeg Geert Van Herck. ‘Ze kiezen dikwijls voor de namen die ze kennen, in plaats van voor minder bekende, maar veelbelovende markten.’

Advertentie

Advertentie

Advertentie

‘Als ik presentaties geef voor klanten, merk ik altijd dat ogen beginnen te blinken zodra er namen vallen van individuele aandelen’, zegt Geert Van Herck, beleggingsstrateeg bij Keytrade Bank. ‘Mensen zijn nu eenmaal gek op lijstjes, en kopen en verkopen graag. Ik vraag dan altijd om te kijken naar het resultaat van hun portefeuille, rekening houdend met alle transactiekosten.’

De boodschap is duidelijk. Stockpicking is een passie, maar passie garandeert nog niet dat stockpickers de markt kloppen. Bovendien is het typisch voor beleggers om ten prooi te vallen aan de “home bias”, zeg maar de neiging om bedrijven dicht bij huis te verkiezen. ‘Vaak zit tot 90 procent van hun belegde vermogen in de Benelux en Frankrijk, en in een beperkt aantal Europese landen. Nochtans zijn er daarbuiten heel wat opportuniteiten, zoals in de groeilanden. Dat kan wat onwennig aanvoelen, omdat beleggers geen Braziliaanse of Chinese namen kennen, en niet weten hoe ze aan informatie over die markten komen.’

Dat is net de deur die Exchange Traded Funds wagenwijd open zetten. In 1993 kwam met de Spider ETF op de S&P500 de eerste populaire tracker op de markt. Net als fondsen die op een index zijn gebaseerd, volgen ETF’s die index, maar met het verschil dat zij door de dag kunnen gekocht en verkocht worden op de beurs. ‘Het was nog nooit zo gemakkelijk en goedkoop om wereldwijd vermogen te spreiden met zulke lage kosten’, merkt Van Herck op.

Door een hele sector, regio of land te overspannen, slorpen trackers het risico op dat één specifiek aandeel een rotbedrijf blijkt te zijn. Beleggers profiteren er van de ruimere dynamiek, waarbij ze de bluts met de buil nemen. ‘Met een tracker op een groeilandenindex, of dat nu een regio als Azië of Latijns-Amerika is of een sector, kunnen ze een goed gespreide blootstelling in hun portefeuille opnemen’, legt Van Herck uit. ‘Een andere mogelijkheid is om een tracker te kopen op Europese bedrijven die een grote blootstelling hebben aan groeimarkten. Denk aan energie- of grondstoffenaandelen, of de Duitse beursindex DAX die het meestal goed doet als het China voor de wind gaat.’

Dat neemt niet weg dat het voor beleggers moeilijk is om door de bomen nog het bos te zien. Er zijn wereldwijd meer dan 5.000 indexen. Hoe begin je met het samenstellen van een portefeuille? ‘Het aanbod aan trackers begint de spuigaten uit te lopen’, erkent Van Herck. ‘Er komen nog elke dag exotische exemplaren bij die nichesectoren volgen. Maar ik geloof dat je met een universum van vijftig ETF’s ruim voldoende hebt. Met trackers voor regio’s, landen, sectoren en smallcaps kom je al een heel eind. Je kunt daar zelf een portefeuille mee opbouwen door uit te zoeken welke landen of sectoren goedkoop zijn, je kunt dat met behulp van advies doen, of je laat het helemaal over aan discretionair vermogensbeheer.’

Advertentie

Advertentie