Netto Het antwoord op al uw geldvragen
Advertentie

Wat zijn gelijkgestelde periodes?

In principe slaat niet werken een gat in uw pensioen, omdat uw pensioen de optelsom is van de pensioenrechten die u elk jaar opbouwt. Maar het systeem van gelijkgestelde periodes voorkomt dat wie de pech heeft een tijd niet te kunnen werken, daarvoor niet een tweede keer gestraft wordt met een lager pensioen.
Advertentie

Een pensioen wordt opgebouwd per kalenderjaar. Voor elk jaar dat u hebt gewerkt, wordt een pensioendeel berekend dat afhangt van het jaarloon dat u in dat jaar kreeg. Aan het eind van uw loopbaan worden die pensioendelen samengeteld. Het resultaat van die optelsom is gelijk aan het jaarlijkse brutopensioen. Gaten in uw loopbaan vertalen zich door die berekeningswijze onverbiddelijk in een lager wettelijk pensioen.

Daardoor zal iemand die er zelf voor kiest niet te werken, geen pensioenrechten opbouwen in de jaren dat hij of zij niet werkt. Ook wie deeltijds werkt, zal nooit evenveel pensioen ontvangen als zijn voltijdse collega. Deeltijds werken heeft ook gevolgen voor de leeftijd waarop u met pensioen kunt gaan. Want een gewerkt jaar telt maar mee als u minstens een derde ervan gewerkt heeft als werknemer. Voor zelfstandigen telt een jaar maar mee als er voor minstens 2 kwartalen pensioenvormende bijdragen betaald werden.

… maar pech mag niet leiden tot lager pensioen…

Niet werken is echter niet altijd een persoonlijke keuze. Denk aan iemand die de pech heeft om ziek of ontslagen te worden. Of iemand die zijn carrière op een laag pitje of zelfs tijdelijk volledig on hold zet om gezinstaken op te nemen (waardoor eventueel de partner wel volop voor zijn carrière kan gaan) of om te zorgen voor een ziek familielid.

Voor werknemers en ambtenaren gelden ook tijdskrediet, thematische verloven en loopbaanonderbreking onder bepaalde voorwaarden als gelijkgestelde perioden.
.

Om mensen te beschermen tegen dergelijke ‘sociale risico’s’ is in de pensioenberekening het concept ‘gelijkgestelde periodes’ ingevoerd. Dat zijn periodes waarin iemand niet werkt, maar die voor de pensioenberekening wel meetellen alsof hij of zij wel aan de slag was en sociale bijdragen betaalde. Zodat ‘pech’ niet nog eens afgestraft wordt met een lager pensioen. Een gelijkgestelde periode kost u in principe niets. De staat betaalt al die tijd in uw plaats pensioenbijdragen.

Deze zogenaamde gelijkgestelde periodes zijn allesbehalve marginaal, zo blijkt uit een studie van het Planbureau uit 2016 op vraag van de toenmalige minister van Pensioenen. Bij mannen bestaat 30 procent van hun carrière uit gelijkgestelde periodes, bij vrouwen is dat 37 procent. De meest gebruikte gelijkgestelde periodes bij werknemers zijn werkloosheid en werkloosheid met bedrijfstoeslag.

… al mag werkloos zijn niet

Wie (langdurig) ziek of zwanger is, krijgt een pensioengelijkschakeling op basis van zijn recentste werkelijk verdiende loon. Tot 2012 telde werkloosheid eveneens onbeperkt in de tijd mee voor het latere pensioen op basis van het recentste loon dat de ontslagen werknemer werkelijk verdiende. Maar tegenwoordig wordt het principe van ‘loon naar werken’ gepredikt. Daarom worden de pensioenrechten voor iedereen - behalve 50-plussers - die meer dan een jaar werkloos is, berekend op een fictief loon van maximaal 23.500 euro. Wie meer verdiende, zal dus wel minder pensioen krijgen als hij langdurig werkloos wordt.

Ook de gelijkschakeling van het brugpensioen - dat gelijktijdig ook al minder toegankelijk en minder aantrekkelijk werd gemaakt - is in een aantal gevallen al teruggeschroefd tot het fictieve begrensde loon.

Aan het einde van de loopbaan minder werken met behoud van pensioenrechten kan tegenwoordig ook pas vanaf 60 jaar in plaats van 55 jaar zoals vroeger. Ook tijdskrediet zonder motief, bijvoorbeeld om een wereldreis van drie maanden te maken, levert geen pensioenrechten meer op.

Zelfstandigen hebben minder recht op gelijkschakeling

Bij zelfstandigen blijven de gelijkgestelde periodes beperkt tot respectievelijk 3 procent van de loopbaan bij mannen en 5 procent bij vrouwen. De meest gebruikte gelijkgestelde periode door zelfstandigen is ziekte en invaliditeit, waaronder ook zwangerschapsverlof valt.

Dat lagere percentage komt vooral doordat bij zelfstandigen alleen legerdienst, zwangerschap en ziekte en invaliditeit kosteloos gelijkgesteld worden voor het pensioen, op voorwaarde dat uw ziekenfonds u tijdens die periode arbeidsongeschikt verklaart.

23.500
euro
De pensioenrechten worden voor iedereen (behalve 50-plussers) die meer dan een jaar werkloos is, berekend op een fictief loon van maximaal 23.500 euro. Wie meer verdiende, zal dus minder pensioen krijgen als hij langdurig werkloos wordt.

Ook kan een zelfstandige die stopt voor hij met pensioen kan gaan, opteren voor de ‘voortgezette verzekering’. Dat houdt in dat hij vrijwillig gedurende maximaal twee jaar sociale bijdragen blijft betalen. Is de zelfstandige na die twee jaar ouder dan 59, dan kan hij die periode zelfs met nog eens vijf jaar verlengen om de periode tot aan de wettelijke pensioenleeftijd te overbruggen. De bijdragen in het kader van die voortgezette verzekering zijn vergelijkbaar met de bijdragen die de zelfstandige betaalde vóór zijn stopzetting. Een nadeel is natuurlijk dat hij die bijdragen moet blijven ophoesten terwijl hij geen beroepsinkomen meer heeft.

Ambtenaren minder langdurig ziek

Bij gepensioneerde ambtenaren is zo’n 10 percent van de pensioenopbouw gelijkgesteld. Terwijl periodes van ziekte bij werknemers en zelfstandigen worden meegeteld bij de berekening van het rustpensioen en werknemers en zelfstandigen gedurende die ziekteperiode verder pensioenrechten blijven opbouwen, worden langdurig zieke ambtenaren onder bepaalde voorwaarden op pensioen gesteld wegens lichamelijke ongeschiktheid, waarna ze geen verdere pensioenrechten opbouwen.

Niet werken en toch pensioen opbouwen

Voor werknemers en ambtenaren gelden ook tijdskrediet, thematische verloven en loopbaanonderbreking  onder bepaalde voorwaarden als gelijkgestelde perioden. Wie daarvoor kiest, speelt geen pensioenrechten kwijt op voorwaarde dat hij tijdens zijn tijdskrediet een uitkering ontvangt van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening. Heeft u geen recht op een uitkering, dan bouwt u ook geen pensioenrechten op.

Extra pensioen winnen doet u niet door te kiezen voor deze gelijkgestelde periode als u minder wil werken. Maar u kunt wel heel wat verliezen door er geen rekening mee te houden. Wie deeltijds werkt, bouwt namelijk minder pensioenrechten op. Maar wie tijdelijk niet of minder werkt via tijdskrediet, een thematisch verlof of loopbaanonderbreking en een premie van de RVA krijgt, behoudt zijn pensioenrechten op basis van zijn laatst verdiende loon.

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud