Advertentie

Abdullah Gül trekt zich terug als kandidaat voor presidentschap

-- (tijd) - De Turkse minister van Buitenlandse Zaken, Abdullah Gül, heeft zich gisteren teruggetrokken als kandidaat voor het presidentschap. Het parlement bespreekt vandaag in tweede lezing het voorstel van de regerende AKP om de president rechtstreeks te laten verkiezen. Maar verwacht wordt dat president Sezer zijn veto stelt tegen dat omstreden voorstel. Verschillende oppositiepartijen proberen intussen allianties te smeden in de aanloop naar de vervroegde parlementsverkiezingen van 22 juli in de hoop de alleenheerschappij van de AKP te breken.

Het Turkse parlement zette gisteren officieel een punt achter de presidentsverkiezingen, nadat het had ingestemd met de beslissing van Gül om zich terug te trekken. De nummer twee van de regerende partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling (AKP) was de enige kandidaat. De eerste ronde van de presidentsverkiezingen op 27 april werd door het grondwettelijk hof geannuleerd na een klacht van de Republikeinse Volkspartij (CHP), de grootste oppositiepartij in het parlement. Het hof volgde het argument van de CHP dat een tweederde meerderheid van 367 parlementsleden aan de stemming moest deelnemen om geldig te zijn. Dat quorum werd niet gehaald. Ook zondag werd het quorum niet bereikt.

De AKP besloot daarop de bevolking de kans te geven om zelf de president te kiezen en diende een grondwetswijziging in die zin in. Die werd maandag in eerste lezing goedgekeurd. Vandaag vindt de tweede lezing plaats. De kans is evenwel groot dat president Ahmet Necdet Sezer zijn veto gebruikt. Mogelijk moeten de Turken zich dan per referendum uitspreken over de grondwetswijziging. Een referendum kan echter pas plaatsvinden na de vervroegde parlementsverkiezingen van 22 juli. De kans dat de Turken op 22 juli ook zelf hun nieuwe president kunnen kiezen lijkt klein.

De crisis rond de Turkse presidentsverkiezingen heeft de spanningen tussen de AKP van premier Recep Tayyip Erdogan en de seculiere elite verscherpt. De seculiere krachten willen vermijden dat na het parlement en de regering ook het presidentschap in handen komt van de AKP, die haar wortels heeft in de politieke islam. Om de alleenheerschappij van de AKP te breken, proberen zowel linkse als rechtse oppositiepartijen de krachten te bundelen.

Tijdens het weekend beslisten de centrumrechtse Partij van het Rechte Pad (DYP) en de Moederlandpartij (ANAVATAN) samen te smelten tot de Democratische Partij (DP). Ook de centrumlinkse CHP en de Partij van Democratisch Links (DSP) willen een alliantie sluiten om de AKP haar meerderheid afhandig te maken. Die meerderheid is gedeeltelijk te danken aan de kiesdrempel van 10 procent die in het nadeel speelt van de kleinere partijen, waaronder de pro-Koerdische partijen.

De Democratische Maatschappij Partij (DTP), de belangrijkste pro-Koerdische partij, besliste gisteren daarom haar kandidaten als onafhankelijke kandidaten in de arena te sturen. Voor onafhankelijke kandidaten geldt de kiesdrempel niet. De DTP hoopt op die manier 35 mandaten in het 550 zetels tellende parlement te halen. De voorganger van de DTP, de Democratische Volkspartij, haalde bij de verkiezingen van 2002 slechts 6,2 procent. De AKP veroverde toen 34 procent.

De AKP is er sindsdien op achteruitgegaan, maar blijkt nu aan remonte bezig. Uit een peiling van eind april blijkt dat de AKP op 29 procent kan rekenen. Vier andere partijen komen boven de kiesdrempel uit: de CHP (14%), DYP en de Nationalistische Actiepartij (MHP) (12%) en de Jeugdpartij (GP) (10%). De DSP en de Moederlandpartij konden voor hun toenadering tot respectievelijk de CHP en DYP rekenen op 8 procent.

LDV

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud